My Flynth

Vennootschappen en DGA's

Alle belastingtips die u nog voor het einde van het jaar kunt gebruiken binnen uw BV.

Voor uw onderneming

Belastingtips voor DGA’s en ondernemers binnen een vennootschap. Tips over onder andere belastingaangifte, uw dividenduitkering of het Pensioen in Eigen Beheer (PEB). Neem dan contact met ons op.

Is uw B.V. bezig met een winstgevende transactie die rond de jaarwisseling kan worden voltooid? Kijk dan of het mogelijk is om de transactie na 1 januari 2020 te laten plaatsvinden. Tot een winst van € 200.000 geldt dan immers een tarief van 16,5% (in 2019 nog 19%).

Let op!

In eerste instantie zou ook het tarief in de tweede schijf (meerdere boven de € 200.000) in 2020 worden verlaagd, maar zoals het er nu naar uitziet blijft dat op 25%.

Hanteert uw bedrijf een gebroken boekjaar, bijvoorbeeld van 1 september tot en met 31 augustus? Dien dan uw aangifte vennootschapsbelasting over september 2018 – augustus 2019 in vóór 1 december 2019. Of verzoek om een voorlopige aanslag vóór 1 januari 2020. Een B.V. kan namelijk onder de huidige wetgeving heffing van belastingrente voorkomen door:

  1. de aangifte vennootschapsbelasting in te dienen vóór de eerste dag van de vierde maand na afloop van het boekjaar, of
  2. een verzoek om voorlopige aanslag vennootschapsbelasting in te dienen vóór de eerste dag van de vijfde maand na afloop van het boekjaar

Er is een voorstel ingediend om geen belastingrente meer in rekening te brengen als de aangifte op tijd is ingediend, dat wil zeggen voor de eerste dag van de zesde maand na afloop van het tijdvak waarop de aangifte ziet. Als de maatregel wordt aangenomen, zal zij al gaan gelden voor belastingaanslagen over tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2019.

Op 1 januari 2020 zal het tarief over het inkomen uit aanmerkelijk belang stijgen van 25% naar 26,25%. Dit kan een goede reden zijn om dit jaar nog dividend uit te keren dat onder het huidig tarief kan vallen.

Let op!

Het maakt niet uit of de winstreserve van uw B.V. is ontstaan vóór de tariefsverhoging: het tarief van 26,25% is volledig op eventuele uitkeringen van toepassing.

Let op!

In hoeverre de uitkering van het dividend in 2019 een voordeel oplevert ten opzichte van het pas in 2020 uitkeren hangt mede af van uw vermogen in box 3. Het vóór 1 januari 2020 uitgekeerde dividend zorgt immers voor een verhoging van uw rendementsgrondslag in box 3 op de peildatum van 1 januari 2020. Stort u het netto-dividend nog vóór 1 januari 2020 als agio weer in uw B.V., dan vangt u dat box 3-probleem op, maar dan leidt de actie ook altijd nog tot een vermindering van het werkkapitaal van uw B.V. met 25% van die uitkering. Kortom, “Elk nadeel heb se voordeel”, maar dat is ook zeker andersom het geval natuurlijk. Vraag uw adviseur om advies.

Als uw B.V. al geruime tijd een schuld heeft aan u en u wilt haar deze schuld laten aflossen, wacht daar dan mee tot na 1 januari 2020. Zo voorkomt u dat het geldbedrag dat u ontvangt meteen in de rendementsgrondslag van box 3 voor het jaar 2020 valt. Een vordering op uw eigen B.V. wordt namelijk belast in box 1 en daar wordt uitsluitend de daadwerkelijk ontvangen rente belast terwijl een geldbedrag op de bank in box 3 wordt belast tegen het forfaitaire rendement (dat nagenoeg niemand echt ontvangt).

Let op!

Wanneer u tijdelijk vermogen van box 3 overbrengt naar box 1 dan is mogelijk sprake van “boxhoppen” en dat leidt dan tot dubbele belastingheffing in zowel box 1 als in box 3. Duurt dat “boxhoppen” maximaal 3 maanden dan bent u altijd de klos. Tussen 3 en 6 maanden kunt u nog proberen aan te tonen dat grotendeels (meer dan 50%) zakelijke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. Overlegt u hierover met uw adviseur!

Let erop dat in de vennootschap geleden verliezen beperkt aftrekbaar zijn. Een verlies van 2019 is te verrekenen met de winst van 2018 of met de winsten van de jaren 2020 tot en met 2025. Heeft u nog verrekenbare verliezen in uw B.V. van 2010? Voorkom dan dat deze verliezen ultimo 2019 verdampen. Laat bijvoorbeeld voorzieningen vrijvallen, zoals de herinvesteringsreserve of verkoop bedrijfsmiddelen met stille reserves aan een gelieerde vennootschap. Een andere methode is sale/lease back van bedrijfsmiddelen met stille reserves.

Als u sinds 1 januari 2018 geen aanmerkelijk belang (ab) meer had, maar nog wel een openstaand verlies uit ab, dan kunt u dit verlies dit jaar omzetten in een belastingkorting. De belastingkorting bedraagt 25% van het openstaande ab-verlies. Als u uw ab-verlies in 2019 omzet in een belastingkorting, mag u deze korting aftrekken van de inkomstenbelasting over de box 1-inkomens van 2019 tot en met 2026. Let wel op het jaar waarin het desbetreffende ab-verlies is geleden. De belastingkorting verdampt namelijk voor zover zij voortkomt uit een verlies van meer dan negen jaar geleden. Voor zover de belastingkorting is gebaseerd op een verlies uit 2010, moet u dit deel van de korting nog dit jaar benutten.

Zorg ervoor dat uw B.V. tijdig haar jaarrekening deponeert. Dit is vooral belangrijk als een faillissement eraan zit te komen. U riskeert dan namelijk als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van de B.V. die niet door vereffening zijn te voldoen. Het deponeren van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel (KvK) moet uiterlijk acht dagen na vaststelling van die jaarrekening plaatsvinden. Bovendien moet het deponeren uiterlijk twaalf maanden na afloop van het desbetreffende boekjaar plaatsvinden De uiterste deponeerdatum voor het boekjaar 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 is dus 31 december 2019. Als u vreest dat u het niet redt om de jaarstukken tijdig te deponeren, kunt u desnoods de voorlopige jaarrekening deponeren.

Let op!

Als alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris zijn, heeft u minder tijd om de jaarrekening te deponeren. Zelfs als de maximale vijf maanden uitstel zijn verleend voor het opstellen van de jaarrekening (de normale termijn is vijf maanden), moet u de jaarrekening voor het boekjaar 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 uiterlijk deponeren op 8 november 2019. In statuten kan overigens van deze wettelijke regeling zijn afgeweken!

Tip

Lukt het echt niet om de jaarstukken op tijd te deponeren, dan rest u toch nog een mogelijkheid om de aansprakelijkstelling te voorkomen. Hoewel u als bestuurder wordt geacht uw taak onbehoorlijk te hebben vervuld, bent u niet aansprakelijk als u aannemelijk weet te maken dat dit onbehoorlijk bestuur geen belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Heeft u als dga in 2019 nog pensioen in eigen beheer (PEB)? En wilt u na lang wikken en wegen dit PEB toch afkopen? Wacht daar dan niet langer mee, want 2019 is het laatste jaar waarin u nog een fiscale korting bij deze afkoop mag toepassen! U mag namelijk in 2019 op de belaste afkoopwaarde een vermindering toepassen van 19,5% van de fiscale balanswaarde van de corresponderende verplichting bij de pensioen-B.V. Daarbij geldt dat de fiscale balanswaarde hoogstens gelijk is aan de waarde van de verplichting aan het einde van het boekjaar dat in 2015 eindigde.

Let op!

U kunt het PEB alleen afkopen met toestemming van uw (ex-)partner. Bespreek daarom uw voornemen om af te kopen eerst met uw (ex-)partner. Aangezien de (ex-)partner ook het recht op bepaalde aanspraken verliest, moet deze daarvoor worden gecompenseerd. De belastingdienst zal anders aannemen dat er een schenking heeft plaatsgevonden.

Zet PEB nog in 2019 om in oudedagsverplichting

Als u uw pensioen in eigen beheer (PEB) niet wilt afkopen, kunt u dit jaar nog besluiten om dit pensioen om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV). In 2020 komt deze mogelijkheid te vervallen! Voor het omzetten van een PEB heeft u overigens ook de toestemming van uw (ex)-echtgenoot nodig. Bespreek dus tijdig met hem of haar uw voornemen om het PEB om te zetten in een ODV.

Let op!

Heeft u uw PEB eenmaal omgezet in een ODV, dan moet u voor het oprenten in beginsel de marktrente hanteren. Deze bedraagt voor 2019 0,269%; dat is dus nagenoeg te verwaarlozen.

Leningen of vorderingen zijn bezittingen die in box 3 bij u als dga belastbaar zijn. Als u grote belastingschulden heeft, zijn deze schulden niet aftrekbaar in box 3. U kunt uw B.V. de vorderingen en de belastingschulden die u heeft over laten nemen. Hierdoor vindt een verrekening van de vordering en schulden plaats. Voor zover de schulden groter zijn dan de vorderingen, ontstaat een schuld aan de B.V. Die schuld kwalificeert wel als schuld voor box 3. Hierdoor kan een besparing van belasting over uw vermogen in box 3 worden bereikt. Uiteraard moet de overdracht van de vorderingen en belastingschulden wel plaatsvinden vóór de peildatum van 1 januari 2020.

Let op!

Als per saldo een vordering op uw B.V. ontstaat, valt deze vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling en moet u over de rente in box 1 belasting betalen. Ga na of dat wenselijk is. Is dit niet wenselijk, draag dan een lager deel van de vordering over!

In tegenstelling tot gewone verliezen uit een deelneming kunnen liquidatieverliezen wel aftrekbaar zijn bij de holding. Maar dan moet men wel voldoen aan enkele voorwaarden. Zo moet de vereffening zijn voltooid in het jaar waarin uw holding het liquidatieverlies wil aftrekken. Wilt u dat het liquidatieverlies in 2019 aftrekbaar is, rond dan de vereffening nog dit jaar af. Als u juist wilt dat uw holding pas in 2020 het liquidatieverlies aftrekt, stel de afronding van de vereffening dan uit tot in 2020.

Let op!

Om ongewenste effecten tegen te gaan zal de liquidatieverliesregeling op grond van een nog in te dienen wetsvoorstel worden beperkt. Liquidatieverliezen zullen op grond van de geografische beperking vermoedelijk nog slechts aftrekbaar zijn als dat verlies is geleden in Nederland of in een ander EU/EER-land. Op grond van de temporele beperking geldt daarnaast dat de liquidatieverliezen dan slechts aftrekbaar zijn als de vereffening van de deelneming is voltooid binnen drie jaren na de staking van de onderneming of het besluit daartoe. Tot slot zullen op grond van de kwantitatieve beperking liquidatieverliezen slechts nog in aftrek kunnen worden gebracht, als de holding aandelen in het betreffende lichaam houdt, die samen meer dan 50% van het nominale gestorte aandelenkapitaal vertegenwoordigen, of die een zodanige invloed bieden op de besluitvorming dat daarmee de activiteiten van het lichaam worden bepaald.

Tot een bedrag van € 5 mln. zijn liquidatieverliezen altijd aftrekbaar. Daardoor zal het MKB naar verwachting minder snel zal aanlopen tegen de voorgestelde beperkingen van de liquidatieverliesregeling dan het grootbedrijf.

Het betreft hier een initiatiefwetsvoorstel van Groenlinks dat door het kabinet is overgenomen. De definitieve tekst moet nog worden vastgesteld maar de voorgestelde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2021 met een overgangsrecht van drie jaar voor “latente liquidatieverliezen” van vóór 1 januari 2021.

In beginsel moet u inkomstenbelasting betalen als u als dga de aandelen in uw B.V. schenkt aan uw kinderen of aan een andere bedrijfsopvolger. U betaalt dan belasting over de waarde in het economische verkeer van de aandelen minus uw verkrijgingsprijs. Onder voorwaarden kunt u deze fiscale claim doorschuiven. Zo geldt de eis dat de verkrijger al gedurende 36 maanden vóór de schenking in dienstbetrekking was bij de B.V. Deze voorwaarde vergt dus enige voorbereiding. Als u uw aandelen fiscaal geruisloos wilt schenken op 1 januari 2023, moet deze begunstigde dus uiterlijk 31 december 2019 in dienst treden bij uw B.V.

Heeft u een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), dan berekent de Belastingdienst daarover in principe een fictief regulier voordeel van 5,60% van de waarde in het economische verkeer die aan het begin van het jaar was toe te rekenen aan de aandelen. Het bedrag dat u daadwerkelijk aan dividend heeft ontvangen, vermindert dit reguliere voordeel maar niet verder dan tot nihil. Als u het forfaitaire rendement te hoog vindt, dan kunt u overwegen om uw aandelen in de VBI te vervreemden en in box 3 te gaan beleggen. Maar daar kunt u beter nog even mee wachten. Het forfaitaire voordeel wordt namelijk tijdsevenredig berekend. Als u na de peildatum voor box 3 in 2020 uw belang in de VBI vervreemdt, belandt de opbrengst voor 2020 nog niet in de rendementsgrondslag. En de hoogte van het fictief regulier voordeel van de VBI over 2020 valt ook mee omdat het maar over een korte periode wordt berekend.

Let op!

Als u uw vermogen binnen achttien maanden weer overbrengt van box 3 naar de VBI , dan treedt een sanctie in werking. De fiscus belast dan dit zowel in box 2 als in box 3. Denkt u erover om vermogen over te hevelen van uw VBI naar box 3, check dan of u voldoet aan de genoemde termijn van 18 maanden.

Tip

Er geldt wel een tegenbewijsregel. De sanctie geldt niet als u aannemelijk kunt maken dat u om zakelijke redenen het vermogen binnen 18 maanden terughaalt naar box 3.

Wilt u dat een of meer lichamen die nu zijn gevoegd in een fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting deze FE op verzoek verlaten? En wilt u dat deze zogeheten ontvoeging plaatsvindt op 1 januari 2020? Dan moet u het verzoek om deze ontvoeging uiterlijk op 31 december 2019 hebben ingediend.

Tip!

Door de ontvoeging kunt u misschien meerdere malen gebruik maken van het tariefsopstapje. Per maatschappij kan dit een voordeel opleveren van € 12.000 (in 2020 is dit éénmalig € 17.000, namelijk € 200.000 x (25% - 16,5%).

Let op!

Een ontvoeging kan zo maar gepaard gaan met fiscale claims. Maak daarom samen met uw adviseur een goede belangenafweging.

Als de moedermaatschappij van een multinationale groep is gevestigd in Nederland en het boekjaar van de groep het kalenderjaar volgt, moet zij vóór 1 januari 2020 het landenrapport over 2018 inleveren bij de Belastingdienst. Dit landenrapport ziet op de documentatieverplichtingen inzake fiscale verrekenprijzen en heeft tot doel om de gehanteerde verrekenprijs risico’s te kunnen beoordelen alsmede andere risico’s voor Nederland in verband met uitholling van de belastinggrondslag en winstverschuivingen. In uitzonderingsgevallen kunnen ook Nederlandse groepsmaatschappijen van multinationale groepen waarvan de uiteindelijke moedermaatschappij is gevestigd in het buitenland, verplicht zijn het landenrapport aan te leveren. Het nalaten van deze verplichting kan een bestuurlijke boete of zelfs strafrechtelijke sancties tot gevolg hebben. De (moeder)maatschappij hoeft echter geen landenrapport in te dienen als de geconsolideerde groepsomzet in het boekjaar 2017 minder dan € 750 miljoen was.

Heeft u inkomen uit een binnenlands of een buitenlands aanmerkelijk belang verzwegen bij een eerder ingediende aangifte? Geef dat dan in 2019 alsnog op met toepassing van de inkeerregeling. Stuurt u het verzoek om gebruik te maken van de inkeerregeling binnen twee jaar na de aangifte waarin u het vermogen heeft verzwegen, dan krijgt u geen vergrijpboete. Als u te laat inkeert, zal de inspecteur de boete verminderen tot 60% van de maximale boete die hij kan opleggen als u helemaal niet inkeert.

Let op!

Vanaf 2020 kan de inkeerregeling niet meer woerden toegepast bij verzwegen inkomen uit aanmerkelijk belang!

Vanaf ieder boekjaar dat begint op of na 1 januari 2019 mogen in beginsel alle onroerende zaken van B.V.’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen niet meer verder worden afgeschreven dan tot 100% van de WOZ-waarde. Tot 2019 gold deze afschrijvingsbeperking alleen voor beleggingspanden en mocht uw B.V. bedrijfsmatig gebruikt vastgoed afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde.

Dit zou wel eens de druppel kunnen zijn die voor u de emmer doet overlopen en het wellicht aantrekkelijk maken om de B.V. om te zetten in een IB-onderneming. Een dergelijke terugkeer kan onder voorwaarden zelfs plaatsvin­den zonder dat uw B.V. vennootschapsbelasting hierover is verschuldigd (geruisloze terugkeer). Er zijn ook regelingen getroffen die de heffing van overdrachtsbelasting en inkomstenbelasting onder voorwaarden voorkomen bij deze geruisloze terugkeer.

Tip

Het is niet strikt noodzakelijk om dit al voor de jaarwisseling te regelen. U kunt begin 2020 besluiten om alsnog de B.V. met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 terug te laten keren naar een eenmanszaak. Dit is echter een erg complexe regeling. Daarom adviseren wij hier een deskundig adviseur bij in te schakelen.