Blog

Wonen in Nederland, werken in het buitenland. Waar betaal ik dan belasting? (deel 1)

Gepubliceerd: 11-12-2017, laatst gewijzigd: 20-12-2017

Grensoverschrijdende arbeid komt veel voor, zeker tussen Nederland en haar direct omliggende landen. Daarom is het belangrijk om als werkgever te weten waar de belasting over de werkzaamheden wordt geheven. Bij de Duitsland Desk krijgen mijn collega’s en ik hier regelmatig vragen over. Daarom leg ik in twee opeenvolgende blogs uit hoe de vork in de steel steekt. In deze blog ga ik in op de basis van de 183-dagenregeling. In het tweede deel en leg ik meer uit over de verschillende uitzonderingen.

Wanneer iemand in het buitenland werkt heft het woonland toch vaak belasting. Dit kan tot dubbele belastingen leiden. Daarom is meestal het heffingsrecht toegewezen aan het werkland en verleent het woonland (Nederland) aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Let op: hierbij gelden voor werknemers andere regels en voorwaarden dan voor bestuurders en commissarissen.
 
Wanneer belasting in werkland? 
Als een Nederlandse werknemer grensoverschrijdende arbeid verricht zal Nederland als woonland over het ‘wereldinkomen’ belasting heffen. Als Nederland met het werkland een belastingverdrag heeft gesloten mag het werkland in bepaalde situaties belasting heffen over de arbeidsbeloning. Nederland verleent hierover dan een korting. Het werkland heft belasting als aan minimaal één van de volgende drie voorwaarden is voldaan:

  1. De werknemer is fysiek aanwezig in het werkland gedurende meer dan 183 dagen in het jaar
  2. De beloning die de werknemer ontvangt, wordt betaald door of namens een werkgever in het werkland
  3. De beloning die de werknemer ontvangt, komt ten laste van een vaste inrichting die zijn (Nederlands) werkgever heeft in het werkland

Deze drie voorwaarden lijken duidelijk, maar kunnen toch anders worden geïnterpreteerd. Daarom licht ik ze hieronder verder toe.

Voorwaarde 1 Fysieke aanwezigheid
Hiervoor geldt de 183-dagenregeling. Voor de vraag of de werknemer deze grens overschrijdt, telt iedere fysiek aanwezige dag in het werkland mee. Dus alle kalenderdagen waarop de werknemer in het werkland aanwezig is geweest. Dus ook dagen waarop niet gewerkt is, zoals het weekend of gedeeltes van dagen. Hierbij tellen ziektedagen niet mee als de werknemer niet meer in het werkland zou zijn geweest als hij niet ziek was.

De periode waarover moet worden geteld, verschilt per belastingverdrag. Sommige verdragen spreken over 183 dagen in het kalenderjaar, andere over het lokale belastingjaar of een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het belastingjaar. Als er over belastingjaar wordt gesproken, dan geldt altijd het belastingjaar van het werkland.

Voorwaarde 2 Beloning wordt betaald vanuit het werkland
Zodra de werknemer zijn beloning ontvangt van een werkgever in het werkland, komt het heffingsrecht over die beloning ook toe aan het werkland. In de praktijk is hierbij vaak discussie over het begrip ‘werkgever’. In 2006 heeft de Hoge Raad in Nederland in een aantal arresten uitleggegeven over hoe bepaald moet worden of er spraken is van een werkgever in het werkland. Dit is het geval als:

  • Er een gezagsverhouding (instructiebevoegdheid) is
  • De vennootschap in het werkland de kosten van de werknemer draagt
  • De voordelen van de werkzaamheden en de nadelen/risico’s voor vennootschap in het werkland zijn
  • De vennootschap in het werkland verantwoordelijk is voor het resultaat van de werkzaamheden
  • Er een geïndividualiseerde doorbelasting van de loonkosten naar de vennootschap in het werkland plaatsvindt

In feite moet worden bepaald of de werkzaamheden van de werknemer integraal onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering van de vennootschap in het werkland. Is dit het geval? Dan komt het heffingsrecht meestal toe aan het werkland.

Voorwaarde 3 Beloning in het werkland  
Het werkland mag ook over de arbeidsbeloning belasting heffen als die beloning ten laste komt van een vaste inrichting die de Nederlandse werkgever heeft in het werkland. Er zit hier een logische gedachten achter: als de loonkosten de betaalbare winst van de vaste inrichting in het werkland hebben verlaagd, staat daartegenover de belastingheffing over het loon.

De ‘omstandigheden van het geval bepalen of er sprake is van een vaste inrichting of niet. Hierbij is het niet doorslaggevend of de doorbelasting heeft plaatsgevonden naar de vaste inrichting. Het werkland mag ook belasting over het loon heffen als de loonkosten niet ten laste komen van de vaste inrichtingswinst

Vragen en advies
Heeft u vragen over deze regeling of wilt u graag advies voor uw bedrijf of organisatie? Dan staan mijn collega’s en ik voor u klaar. U kunt contact met mij opnemen via: 088 236 7414 of e-mail Emile.Zijlstra@flynth.nl (tevens verbonden aan de Flynth Duitsland|Holland Desk).

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 236 90 00
Emile Zijlstra

Emile.Zijlstra@flynth.nl