Blog

Nederland belastingparadijs. Ook voor mkb ondernemers?

Gepubliceerd: 30-10-2017, laatst gewijzigd: 14-06-2022

Op 10 oktober 2017 hebben de VVD, het CDA, D66 en ChristenUnie, als resultaat van de gevoerde coalitiebesprekingen, het regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' gepresenteerd. Hierin ook de door het nieuwe kabinet voorgenomen fiscale plannen.  Op welke wijze hebben deze plannen gevolgen voor ondernemers? Ik beschouw in het kort een aantal speerpunten.  

De concurrentiepostie

Vanuit verschillende geledingen van de samenleving wordt opgemerkt dat Nederland meer en meer het stempel Belastingparadijs verdient, zeker gezien de fiscale plannen van het Regeerakkoord Rutte III. Bovendien zou dit ten koste gaan van de nationale familiebedrijven in het MKB. Het akkoord straalt inderdaad de intentie uit het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven te verbeteren. Met name de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting is opvallend. De vennootschapsbelasting gaat stapsgewijs omlaag: beide tarieven dalen met ingang van 2019 in drie stappen met in totaal 4%. Het reguliere tarief gaat van 25% naar uiteindelijk 21% in 2021 en het verlaagde tarief voor winst tot € 200.000 van 20% naar uiteindelijk 16% in 2021. Deze tarieven zijn inderdaad concurrerend. Met de Brexit op komst wordt Nederland een nog aantrekkelijkere vestigingsplaats. Ook de afschaffing van de dividendbelasting, met name positief voor buitenlandse aandeelhouders, doet letterlijk en figuurlijk een duit in het zakje. Daarentegen wordt een bronheffing op rente en royalty’s naar lage belastinglanden ingevoerd, waarschijnlijk vanaf 2023 (ook de dividendbelasting blijft in stand als winsten worden uitgedeeld aan aandeelhouders in lage belastinglanden). Goed te weten overigens dat Nederland alleen serieus in beeld komt in geval van feitelijke vestiging in Nederland; juist de idee van de brievenbusfirma’s wordt tegengegaan. Belastingontwijking wordt terecht aangepakt. Dit alles overwegende gaat het mij te ver om Nederland te bestempelen als belastingparadijs. Met het oog op de verder gaande globalisering zet Nederland noodzakelijke stappen om werkgelegenheid en economische ontwikkeling te bevorderen. De komst van buitenlandse bedrijven naar Nederland kan uiteraard wel gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van het huidige MKB. Maar er is sprake van een gelijk speelveld en concurrentie(slag) hoort nu eenmaal bij ondernemerschap.  

Box 1

Zorgt de verlaging van de vennootschapsbelasting voor meer financiële ruimte voor ondernemers met een B.V., de voorgenomen verlaging van het tarief inkomstenbelasting geeft dit effect voor ZZP-ers, ondernemers met een eenmanszaak of werkzaam in firma- en maatschapsverband. In box 1 wordt een tweeschijvensysteem geïntroduceerd met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%. Net zoals nu betalen AOW-gerechtigden geen AOW-premie, zodat voor hen drie schijven blijven bestaan. Het eindbedrag van de huidige derde schijf (de eerste schijf in de nieuwe tariefstructuur) wordt gedurende de kabinetsperiode bevroren op het niveau van 2018. Dit betekent dat deze schijf eindigt op ruim € 68.000. Deze verlaging geeft meer mogelijkheid tot investeringen en leidt naar verwachting tot meer werkgelegenheid. In economisch perspectief prima nieuws, zeker ook gezien het effect van een lagere belastingdruk op arbeid. Immers mensen krijgen meer te besteden. Aan de andere kant valt te bezien hoe vanaf 2019 de aangekondigde verhoging van het lage BTW-tarief van 6% naar 9% uitpakt. Deze verhoging van belasting op consumptie en gebruik betekent simpelweg dat de dagelijkse boodschappen duurder gaan worden. Met name voor de mensen met lage(re) inkomens is te hopen dat het communicerende vat van toeslagen en heffingskortingen voldoende soelaas zal bieden. Er wordt wel gezegd dat belastingbeleid moet verbinden en niet frustreren. Maatschappelijke tegenstelingen tussen burgers moeten verminderen. In die zin hoort iedereen in enige zin wel te profiteren van het feit dat Nederland in economisch opzicht momenteel wel vaart. Overigens zal ondernemend Nederland ongetwijfeld met spanning afwachten of het bestedingspatroon van de burger (minimaal) in stand blijft.  

Box 2

Tot slot nog een opmerking over de positie van de directeur grootaandeelhouder (DGA). Vanwege de tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting wordt het box 2-tarief in de inkomstenbelasting verhoogd (van nu 25%) naar 27,3% in 2020 en 28,5% vanaf 2021. In de huidige situatie geldt dat na dividenduitkering door de B.V. de effectieve belastingdruk 40% bedraagt. Dit komt aardig overeen met het tarief van de één na hoogste belastingschijf in de inkomstenbelasting.  Nu dat tarief naar verwachting zal worden verlaagd tot afgerond 37% ligt het in de lijn der verwachting het tarief in box 2 zodanig vast te stellen dat de effectieve belastingdruk rond die 37% uitkomt. Zullen we het er op houden dat de formerende partijen dit effect over het hoofd hebben gezien en aanpassing nog wel zal volgen? Vanuit VNO-NCW is terecht al aandacht hiervoor gevraagd.  

In het algemeen ben ik positief gestemd over de richting van dit akkoord. De verdergaande vermindering van de belasting op arbeid met de visie dat juist consumptie en gebruik moeten worden belast is zowel in economisch als maatschappelijk opzicht een goede ontwikkeling. Zeker ook voor ondernemers!

Alfred Busink
Directeur Fiscale Zaken

Deel dit bericht via:

Geschreven door:

Bel: 088 236 77 77

Gerelateerde artikelen

Alfred Busink Directeur Fiscaal Advies bij Flynth Alfred Busink