Nieuws

Kabinet ontmoedigt excessief lenen bij eigen vennootschap

Kabinet ontmoedigt excessief lenen bij eigen vennootschap
Gepubliceerd: 02-07-2020, laatst gewijzigd: 17-07-2020

Op 17 juni 2020 heeft het kabinet het Wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap ingediend bij de Tweede Kamer. De bedoeling is dat deze nieuwe wet op 1 januari 2023 wordt ingevoerd.

Gevolg van de nieuwe wet is dat bij aanmerkelijkbelanghouders (a.b.-houders) die lenen bij hun eigen vennootschap het meerdere bedrag van alle leningen boven € 500.000 belast wordt als inkomen uit aanmerkelijk belang. Eigenwoningschulden zijn – onder voorwaarden – uitgezonderd van de regeling. Bent u a.b.-houder, heeft u meer dan € 500.000 geleend van uw BV én wilt u deze heffing voorkomen? Dan moet u voor 31 december 2023 – de eerste peildatum – maatregelen nemen. Bijvoorbeeld door dividend uit te keren of de schulden te herfinancieren bij een financiële insteling. Een punt van aandacht is dat de schulden van de fiscaal partner en van verbonden personen – indien en voor zover die meer zijn dan € 500.000 – worden meegeteld.

Wat is het doel van het wetsvoorstel?

Met deze maatregel wil de overheid het lenen bij de eigen vennootschap ontmoedigen. Het wetsvoorstel treft alleen a.b.-houders die meer dan € 500.000 hebben geleend bij hun eigen vennootschappen, waarbij eigenwoningleningen niet meetellen. Het blijft overigens nog steeds mogelijk dat u een discussie krijgt met de inspecteur over de vraag of de opgenomen leningen in feite een verkapte winstuitdeling zijn. Dit geldt dan voor alle schulden, ongeacht de hoogte daarvan.

Voor wie heeft het wetsvoorstel gevolgen?

Het wetsvoorstel geldt voor a.b.-houders, hun partners en een groep van verbonden personen. Over de groep verbonden personen leest u later in dit artikel meer. U bent a.b.-houder als u een aandelenbezit van 5 procent of meer in een aandelenvennootschap (veelal een BV of een NV) heeft. Als u als a.b.-houder een fiscale partner heeft, wordt de heffing uit dit wetsvoorstel verdeeld over de a.b.-houder en de partner. Alle schulden bij verschillende BV’s waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden, worden bij elkaar opgeteld. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel staat dat het gaat om ongeveer 11.000 a.b.-houders.

Wat wordt er belast?

Voor zover het totaalbedrag aan leningen op 31 december 2023 méér bedraagt dan € 500.000, wordt dit meerdere in 2023 belast bij de a.b.-houder en zijn fiscale partner als fictief regulier voordeel in Box 2. De heffing in 2023 is voorlopig vastgesteld op 26,9 procent. De heffing wordt in principe elk jaar herhaald, maar dubbeltellingen worden voorkomen. De maatregel is een fictie, die alleen betekenis heeft voor de heffing in Box 2. De lening blijft in zijn geheel civielrechtelijk bestaan; de rente- en aflossingsverplichtingen lopen gewoon door. Ook voor de vennootschapsbelasting en de jaarrekening heeft deze maatregel geen gevolgen.

Een voorbeeld ter verduidelijking

Een a.b.-houder heeft op 31 december 2023 een schuld aan zijn BV van € 700.000. Zijn partner – die zelf geen aandelen heeft – heeft een schuld aan die BV van € 200.000. De gezamenlijke schuld bedraagt dus € 900.000. Na aftrek van de drempel van € 500.000 wordt in 2023 een bedrag van € 400.000 belast tegen 26,9 procent in Box 2 (heffing: € 107.600). De schuld van € 900.000 blijft gewoon bestaan.
Als de a.b.-houder dan in het volgende jaar nog maar een schuld heeft van € 300.000 en zijn partner nog steeds een schuld van € 200.000 heeft dan bedraagt de gezamenlijke schuld nog € 500.000. In dat jaar heeft die a.b.-houder dan weer een negatief fictief regulier voordeel van € 400.000. Dat negatief fictief regulier voordeel kan hij dan verrekenen met zijn inkomen in Box 2 van dat jaar of met het vorige jaar. Uitgaande van dezelfde heffing krijgt hij dan weer € 107.600 belasting terug.

Wat wordt verstaan onder een schuld?

Alle soorten schulden vallen onder de maatregel. Het gaat bijvoorbeeld ook om rekening-courantschulden, schulden voor de financiering van effecten en vastgoed in privé en de bijgeschreven rente. Alleen leningen die als eigenwoningschuld kwalificeren, tellen niet mee bij de drempel van € 500.000. De BV moet dan voortaan wel een hypotheekrecht op de woning hebben (er geldt overgangsrecht voor eigenwoningleningen die op 31-12-2022 al bestaan). Om als eigenwoningschuld te kwalificeren, gelden specifieke fiscale regels. Alle leningen bij meerdere vennootschappen waarin direct dan wel indirect een a.b. wordt gehouden, worden bij elkaar opgeteld.

Bijzondere situaties 1

Ook zogenaamde ‘back-to-back’-situaties vallen onder de maatregel. Hierbij kunt u denken aan een lening van de vennootschap aan een broer van de a.b.-houder, waarbij de broer het geld doorleent aan de a.b.-houder. Ook een garantstelling van de BV om de a.b.-houder in staat te stellen een lening bij de bank aan te gaan, valt onder de maatregel. Dient de garantstelling alleen om gunstiger voorwaarden te bedingen, dan valt de lening echter niet onder deze maatregel.

Bijzondere situaties 2

Vorderingen op dezelfde vennootschappen blijven buiten beschouwing. Dat wil zeggen dat deze niet eerst worden gesaldeerd met de schulden. Hiertoe moeten deze vorderingen eerst juridisch worden verrekend met de schulden.

Kring van personen

Voor de € 500.000-grens worden de schulden van de a.b.-houder en zijn partner bij elkaar opgeteld. Daarnaast worden ook de schulden van de verbonden personen – voor zover die méér bedragen dan € 500.000 – bij de schulden van de a.b.-houder en de partner opgeteld. Dit meerdere deel wordt dus toegerekend aan de a.b.-houder en ook bij hem belast. Bij deze verbonden personen gaat het om de bloed- en aanverwanten in de rechte lijn van de a.b.-houder of diens partner: (groot)ouders en (klein)kinderen en hun partners. De toerekening vindt niet plaats als de verbonden persoon zelf een aanmerkelijk belang heeft in de betreffende vennootschap. In dat geval wordt bij deze persoon zelfstandig getoetst of hij in aanmerking komt voor belastingheffing op grond van deze regeling.

Geen dubbele heffing

De maatregel heeft tot doel het lenen van de eigen BV te ontmoedigen door de belastingheffing naar voren te halen, níet om dubbel te heffen. Er is daarom op diverse onderdelen voorzien in bepalingen om dubbele heffing zo veel mogelijk te voorkomen. Bijvoorbeeld bij beëindiging van het a.b. en bij immigratie en emigratie.

Tijdig actie ondernemen

A.b.-houders die geld hebben geleend van hun BV doen er verstandig aan om na te gaan of ze actie moeten ondernemen. Hiervoor is nog tijd tot eind 2023, maar u kunt mogelijk dit jaar nog wel van een iets lager a.b.-tarief gebruikmaken bij dividenduitkeringen. Meer weten? Neem dan contact op met uw Flynth-adviseur. Deze kan u hier alles over vertellen.

Meer weten?

Heeft u vragen? Dan is uw Flynth-adviseur u graag van dienst, of bel met ons contactcentrum. Verder komen we binnenkort nog uitvoeriger terug op het wetsvoorstel en de mogelijke gevolgen ervan.

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 23 67 777
 

Gerelateerde artikelen

Theme picker

Peter Furer

peter.furer@flynth.nl