Nieuws

Wijziging toepassing van de NOW bij concerns

Wijziging toepassing van de NOW bij concerns
Gepubliceerd: 23-04-2020, laatst gewijzigd: 23-04-2020

De NOW-regeling beoogt ondernemingen die onder de huidige bijzondere omstandigheden te maken hebben met een omzetverlies van meer dan 20% een tegemoetkoming in de loonkosten te geven op basis waarvan zij gedurende een periode van drie maanden (aan te vangen in de maanden maart, april of mei) zo veel mogelijk de salarissen van hun werknemers kunnen doorbetalen.

Uitgangspunt in de regeling is dat bij een grotere samenstelling van rechtspersonen of natuurlijke personen, zoals een concern, de omzetdaling van de gehele groep de basis is. Door onder andere het bedrijfsleven en de vakbonden is gevraagd om een versoepeling op dit punt, omdat bij omzetvaststelling op concernniveau het doel van de regeling, behoud van werkgelegenheid, niet altijd zal kunnen worden gerealiseerd. De regering heeft daarom besloten de regeling aan te passen in het belang van het behoud van werkgelegenheid. Aan deze aanpassing zijn enige risico’s verbonden (zoals bijvoorbeeld dat bedrijven met personeel en omzet gaan schuiven tussen werkmaatschappijen om de subsidie te maximaliseren). Daarom worden extra voorwaarden aan deze mogelijkheid verbonden.

De hoofdregeling blijft ongewijzigd. Maar het wordt nu ook mogelijk gemaakt dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij als bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat zij gewoon gebruik kunnen maken van de regeling. Voor hen gelden de extra voorwaarden niet. 

De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Onderdelen van rechtspersonen, zoals een autonoom aan het economisch verkeer deelnemend onderdeel, vestiging of een business unit komen niet in aanmerking.

Voorwaarden aan het om in aanmerking te komen

In de aanpassing van de regeling worden waarborgen ingebouwd om negatieve effecten als strategisch gedrag te mitigeren. 

1. Geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen kopen

Concerns, waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.

2. Werkmaatschappijen moeten een overeenkomst met de betrokken vakbonden hebben over werkbehoud

Voorwaarde voor de regeling wordt dat een werkmaatschappij (de werkgever) met 20 of meer werknemers met de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, een akkoord heeft over werkbehoud bij de werkmaatschappij. Hierbij wordt aangesloten bij de ‘belanghebbende verenigingen van werknemers’ in de zin van de Wet melding collectief ontslag (WMCO). Dit zullen veelal de vakbonden zijn met wie de cao gesloten is (op bedrijfs- dan wel sectorniveau). Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers. Daardoor zijn er garanties dat gebruik van deze uitzondering daadwerkelijk noodzakelijk is voor werkbehoud binnen de concerns. 

3. Er is geen personeels-bv binnen het concern

Concerns met personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op concernniveau. Op dat niveau komen de omzet(daling) en de inzet van het personeel immers samen. Op het niveau van werkmaatschappijen van deze concerns is deze koppeling afwezig. De loonsom zit bij de personeels-bv en de omzet zit bij de andere werkmaatschappijen. Een werkmaatschappij kan dus alleen zijn omzetdaling rapporteren voor de loonheffingennummers die binnen zijn werkmaatschappij vallen. Accountants kunnen hier onderzoek naar doen.

Controlewaarborgen

Met het oog op het beperken van strategisch gedrag worden een aantal voorwaarden en waarborgen voorgesteld. In de nog uit te werken standaarden van accountants wordt dit nog nader gedefinieerd.

  1. De andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de subsidie vragende entiteit, die dit normaal gesproken zou uitvoeren en die voor die andere entiteit afwijkend zijn. Er mag in of over de meetperiode niet op een laat of later moment opdrachten worden omgeboekt van de subsidie vragende entiteit naar een andere entiteit binnen de werkmaatschappij.
  2. Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een ander entiteit, dan dient bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij te worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet. Dit voorkomt dat door schuiven met personeel de loonkosten, die bij andere werkmaatschappijen via die omzet gedekt worden, voor financiering in aanmerking komen. Deze personen zijn immers gewoon aan het werk voor het concern en de omzet en resultaten van die activiteiten komen ook toe aan het concern (en de aandeelhouders).
  3. Het Transferpricing systeem zoals gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Dit voorkomt ten dele dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelastingen.
  4. Mutatie voorraden gereed product worden aan de omzet toegerekend. Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden. Bijvoorbeeld: een productie-bv produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-bv. In de meetperiode houdt de productie-bv die goederen in voorraad, met een lagere omzet tot gevolg. Dat leidt ertoe dat dat de omzetdaling toeneemt, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen. Daarom wordt deze bijzondere voorwaarde voorgesteld voor werkmaatschappijen.

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 23 67 777

Gerelateerde artikelen

Theme picker

Anja Bast - den Hollander

anja.bast@flynth.nl