My Flynth
Nieuws

Wanneer is de bestuurder van een bv aansprakelijk?

Gepubliceerd: 13-08-2015, laatst gewijzigd: 10-05-2016

Als een onderneming in een bv wordt gedreven, raakt een faillissement in eerste instantie alleen deze vennootschap én blijven de privébezittingen van de ondernemer zelf buiten schot. Toch leest u in de krant wellicht regelmatig dat een bestuurder van een failliete bv zelf aansprakelijk wordt gehouden voor verplichtingen van de bv of het tekort in het faillissement. Hoe zit dat?

Uiteenlopende gronden van aansprakelijkheid

Als bestuurder kunt u om verschillende redenen aansprakelijk zijn voor verplichtingen van de bv of een tekort bij faillissement. Lees hieronder een aantal belangrijke gronden voor bestuurdersaansprakelijkheid (en tips om deze te voorkomen):

1. Interne aansprakelijkheid

Allereerst kan een bestuurder aansprakelijk zijn ten opzichte van de bv zelf. Als bestuurder wordt u geacht om uw taak behoorlijk te vervullen. Is dat niet het geval? Dan bent u in beginsel aansprakelijk voor de schade die de bv daardoor lijdt.

Kan u echter geen ernstig verwijt worden gemaakt? Of hebt u er alles aan gedaan om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur te voorkomen? Dan geldt een uitzondering.

Het is deze aansprakelijkheid waaruit een bestuurder wordt ontslagen met de welbekende ‘decharge’. Als in de algemene vergadering of bij de vaststelling van de jaarrekening aan het bestuur decharge wordt verleend, is het bestuur in beginsel (voor de uit de jaarrekening kenbare zaken) vrijgesteld van deze aansprakelijkheid.

2. Aansprakelijkheid bij faillissement

Als een bv failliet gaat is elke bestuurder tegenover de curator (of eigenlijk de boedel) hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. Deze regel gaat op als:

  • het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld.

  • de jaarrekening van de bv te laat heeft gepubliceerd

     

In dit soort situaties kan een curator de bestuurder aansprakelijk stellen voor de schulden die niet uit de bezittingen van de bv voldaan kunnen worden.  

Om te beoordelen of een bestuur ‘kennelijk onbehoorlijk is’, kijkt een rechter naar alle omstandigheden. Hierdoor is vooraf nooit helemaal zeker of de vordering van een curator zal slagen. In het verleden hebben diverse rechters zelfs geoordeeld dat er niet zeer snel sprake is van ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’.   

De wet schiet de curator echter te hulp. De wet bepaalt dat direct onomstotelijk vaststaat dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur als het bestuur:

  • geen goede administratie heeft bijgehouden

  • de jaarrekening van de bv te laat heeft gepubliceerd

Daarbij moet het vermoeden bestaan dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het is dan aan het bestuur om aan te tonen dat dit níet het geval is. Bijvoorbeeld door een andere concrete oorzaak van het faillissement aan te wijzen.

3. Aansprakelijkheid wegens goedkeuring dividendbesluiten

Met de inwerkingtreding van de ‘Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’, is er ook een nieuwe regeling die het bestuur een verantwoordelijkheid geeft bij onder meer verstrekking van dividenduitkeringen.

Kort gezegd komt de regeling hierop neer: besluit de algemene vergadering tot uitkering van het dividend, terwijl het bestuur voorziet dat de bv na een uitkering niet meer aan haar (andere) verplichtingen kan voldoen? Dan moet het bestuur zijn goedkeuring onthouden.

Doet het bestuur dit niet, dan zijn de bestuurders die dat bij het verstrekken van de uitkering hadden moeten voorzien, aansprakelijk voor het tekort in het faillissement.

Ook aandeelhouders die tegen beter weten in een dividenduitkering hebben ontvangen zijn aansprakelijk, maar maximaal tot het door hen ontvangen bedrag.  

Een vergelijkbare regeling geldt bij vermindering van kapitaal van de bv en inkoop van eigen aandelen door de bv.

Doorgaan tegen beter weten in

Vaak komt er een moment waarop het voor de bestuurder al duidelijk is dat een faillissement van zijn onderneming volgt. Als u als bestuurder namens de bv verplichtingen aangaat (of laat doorlopen), terwijl u weet of móet weten dat de bv deze niet kan nakomen, pleegt u een onrechtmatige daad tegenover deze derde. De derde kan u als bestuurder dan aanspreken tot vergoeding van deze schade.  

Praktijkvoorbeeld

Een recent voorbeeld betreft een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een geschil tussen Sortiva Papier & Kunststoffen B.V. en de bestuurder van Auba Kunststof Recycling. In maart 2013 heeft Auba een aantal bestellingen geplaatst bij Sortiva, op grond waarvan Sortiva diverse (kunst)stoffen aan Auba heeft geleverd. Die leveringen werden niet betaald. Vervolgens is Auba (op eigen aangifte, ingediend op 15 april 2013) failliet verklaard.

In de procedure vorderde Sortiva om de bestuurder van Auba te veroordelen tot betaling van een bedrag van zo’n 40.000 euro (het verschuldigde bedrag voor de bestellingen). Zij stelde dat de bestuurder aansprakelijk was voor de schade die Sortiva heeft geleden. Auba heeft immers tot vlak voor het faillissement orders geplaatst, terwijl de bestuurder wist of hoorde te begrijpen dat Auba niet aan de verplichtingen zou kunnen voldoen.

De rechtbank wees de vordering van Sortiva echter af, omdat Sortiva haar stellingen onvoldoende had onderbouwd. In hoger beroep is Sortiva vervolgens wel in het gelijk gesteld: de bestuurder van Auba werd (in privé) veroordeeld tot betaling aan Sortiva van zo’n 40.000 euro, exclusief rente en kosten.

Het gerechtshof betrekt bij de beoordeling dat Auba al vanaf december 2011 liquiditeitsproblemen had én dat de schulden van Auba ten tijde van het faillissement zo’n 1.567.552 euro bedroegen, tegenover slechts 97.000 euro aan activa.

Conclusie

Het hof concludeert mede op deze gronden dat de bestuurder van Auba al in maart 2013 wist of behoorde te begrijpen dat Sortiva onbetaald zou blijven en schade zou lijden.

Verklaring betalingsonmacht

Bestuurders van een bv kunnen ook hoofdelijk aansprakelijk zijn voor premie- en belastingschulden van de vennootschap (zoals loonbelasting en btw), als de bv met de betaling in gebreke is. Deze aansprakelijkheid kan dus intreden, óók als er nog geen sprake is van faillissement. Is gebleken dat de bv niet in staat is om te betalen? Dan is de bv verplicht om hiervan direct melding te doen bij het uitvoeringsorgaan. Ook moet de bv desgevraagd stukken overleggen.

Wordt niet of op onjuiste wijze aan de meldingsplicht voldaan, dan wordt vermoed dat de niet-betaling te wijten is aan de bestuurders. In dat geval kan in beginsel elke bestuurder hoofdelijk worden aangesproken voor deze schulden.      

Kortom…

Een bv heeft inderdaad als voordeel dat zij een afgescheiden vermogen kent. Hierdoor kunnen schuldeisers van de bv zich in beginsel niet verhalen op het vermogen van de bestuurder(s). De bv biedt deze bescherming echter alleen als er sprake is van behoorlijk bestuur. Ook moeten er bij dreigend faillissement tijdig de juiste stappen worden gezet.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over dit onderwerp? Neem contact op met één van onze juridisch adviseurs via e-mail juridisch@flynth.nl of telefoonnummer 026 - 35 42 600.

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel:
Michiel Hoogkamer

Michiel.Hoogkamer@flynth.nl