nieuws

Opgave eindvoorraden mest - het blijft opletten geblazen

Opgave eindvoorraden mest - het blijft opletten geblazen
Gepubliceerd: 15-01-2021, laatst gewijzigd: 06-02-2021

Voor 1 februari moeten veel bedrijven hun “Aanvullende gegevens” weer bij RVO invullen. Hiertoe behoort ook de eindvoorraad dierlijke meststoffen. Bij controles op gebruiksnormen blijkt RVO de mestvoorraden soms anders te waarderen, dan opgegeven moet worden met de “Aanvullende gegevens”. Van belang als er het ene jaar wel analyseresultaten beschikbaar zijn en het andere jaar niet.

Uitgangspunt voor gehaltes in de mest

De gehaltes stikstof en fosfaat in de eindvoorraad dierlijke mest moeten gebaseerd zijn op de “best beschikbare gegevens”. Over wat nu de echt best beschikbare gegevens zijn, blijven de meningen uiteen lopen. RVO hanteert hierbij de volgorde:

1. Analyseresultaten van gehele mestvoorraad.

2. Analyseresultaten van de afgevoerde mest en

3. Forfaitaire waarden.

RVO geeft ook aan: “Heeft u geen analyseresultaten over het jaar van opgave? Dan mag u de gegevens gebruiken van het jaar daarvoor”. Hiermee wekt RVO de suggestie van een keuzemogelijkheid.

RVO blijkt bij controle soms van andere gehaltes uit te gaan, dan volgens bovenstaande volgorde. RVO stelt, dat bij een controle op de gebruiksnormen binnen een jaar, wordt uitgegaan van dezelfde methode van voorraadbepaling. Dus of op basis van forfaits of op basis van analyseresultaten. Hiermee kan een afwijking ontstaan met opgave voor de ‘Aanvullende gegevens’. Dit speelt indien het ene jaar wel analyseresultaten bekend zijn en het andere jaar niet. Bijvoorbeeld doordat er het ene jaar wel bemonsterde mest is afgevoerd en het andere jaar niet, of alleen forfaitaire afvoer.

Indien een bedrijf jaarlijks bemonsterde mest afvoert, kan bij wisselende analyseresultaten een behoorlijk verschil ontstaan. Het blijft in een bezwaarprocedure tegen RVO een lastig punt om aan te tonen dat de analyseresultaten niet altijd een goed beeld geven van de samenstelling van de eindvoorraad. 

Berekende overschrijding gebruiksnormen

De lijn die RVO hanteert is opgenomen in een beleidsdocument dat al in 2019 blijkt te zijn opgesteld, maar pas onlangs bekend is geworden. Gebleken is dat RVO ook bij controles over eerdere jaren haar “nieuwe werkwijze” hanteert. Hierdoor kan een berekende overschrijding van de gebruiksnormen ontstaan. Wat ons betreft is dit niet reëel, omdat de werkwijze van RVO pas zeer recent bekend is geworden. En RVO heeft nooit kenbaar gemaakt dat zij soms afwijkt van de voorgeschreven opgave van de “Aanvullende gegevens”’. Dus als RVO een overschrijding van de gebruiksnormen heeft geconstateerd, goede reden om bezwaar te maken.

Advies

Advies om vanaf 2020 de opgave en werkwijze van RVO zoveel mogelijk te volgen. Indien in 2020 geen bemonsterde mest is afgevoerd, maar in 2019 wel dan is het advies om de eindvoorraad 2020 op te geven middels de analyseresultaten van 2019. Hierdoor sluit de opgave aan bij de berekeningswijze die RVO hanteert en is de kans op vergissingen kleiner.

Voor de berekening van 2021 moet de volgende gehalten in de beginvoorraad van 2021 worden gehanteerd:

  • Bemonsterde afvoer in 2020 =>  de gehalten van 2020.
  • Geen bemonsterde afvoer in 2020 en wel bemonsterde afvoer in 2021 => de gehalten van 2021.
  • Geen bemonsterde afvoer in 2020 en geen bemonsterde afvoer in 2021 => de forfaitaire gehalten van 2021.

Deze te gebruiken gehalten kunnen in sommige situaties dus afwijken van de opgave ‘Aanvullende gegevens 2020’. En laat uw eigen mestberekening of opgave checken door één van onze bedrijfsadviseurs, zodat u fouten en ellende kunt voorkomen. 

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 23 67 777

Gerelateerde artikelen

Marco Groot Bedrijfsadviseur bij Flynth Marco Groot

marco.groot@flynth.nl