Gepubliceerd: 14-11-2025, laatst gewijzigd:
14-11-2025
Het zal u niet zijn ontgaan: vanaf 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer strenger op schijnzelfstandigheid. Opdrachtgevers die schijnzelfstandige constructies hanteren, kunnen vanaf 1 januari 2026 boetes krijgen. We zetten op een rij wat de financiële gevolgen kunnen zijn.
Het zogenoemde handhavingsmoratorium is sinds 1 januari 2025 niet meer van kracht. In 2025 krijgen bedrijven waar overtredingen op de Wet DBA zijn geconstateerd nog wel een ‘zachte landing’. Ze krijgen in dat jaar geen boete als ze aantonen stappen te ondernemen tegen de geconstateerde schijnzelfstandigheid. Wel moeten ze met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 alle achterstallige loonheffingen betalen. Wanneer de belastingdienst constateert dat sprake is van schijnzelfstandigheid, liggen de gevolgen op het vlak van fiscaliteit, arbeidsrecht en pensioen.
Fiscaliteit
De Belastingdienst legt de naheffing loonheffingen op aan de opdrachtgever. Als vermeende werkgever is de opdrachtgever immers inhoudingsplichtig. De loonheffingen bestaan uit de volgende heffingen:
- premies volksverzekeringen
- premies werknemersverzekeringen
- bijdrage Zorgverzekeringswet
In de praktijk zijn de loonbelasting en premies volksverzekeringen meestal al door de opdrachtnemer voldaan. Daardoor bestaat de naheffing meestal uit achterstallige premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet.
Een contractuele vrijwaring voor naheffing van deze premies om de opdrachtgever te beschermen is wettelijk niet toegestaan (volgens artikel 20 van de Wet financiering sociale verzekeringen). De opdrachtgever draagt daarom het volledige risico van een door de Belastingdienst opgelegde naheffing, vermeerderd met boetes.
Arbeidsrecht
Het risico voor de opdrachtgever beslaat meer dan alleen de naheffingen en bijbehorende boetes. Wanneer sprake is van een verkapte arbeidsovereenkomst kan de opdrachtnemer zich hierop beroepen. De opdrachtgever krijgt dan de rol van werkgever. Op dat moment wordt het arbeidsrecht van toepassing op de arbeidsrelatie. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de werkgever. Denk aan ontslagbescherming, transitievergoeding, vakantiegeld, vakantiedagen en re-integratieverplichting bij ziekte.
Pensioen
Wanneer de opdrachtgever als werkgever wordt beschouwd, kan verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioen vervelende gevolgen hebben. De werkgever moet dan met terugwerkende kracht alle gemiste pensioenpremies betalen, inclusief boetes en rente. Het pensioenfonds kan zelfs, geheel zelfstandig, alle achterstallige pensioenpremies vorderen. Daarnaast bestaat het risico van aansprakelijkheid voor bestuurder(s).
Opdrachtnemer
Ook de opdrachtnemer (de zzp’er) loopt risico. Deze moet verkregen fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling terugbetalen aan de Belastingdienst. Daarnaast kan de Belastingdienst naheffingen op de inkomstenbelasting opleggen. Wanneer de arbeidsrelatie fiscaal wordt gezien als een dienstverband, zijn de inkomsten geen winst, maar loon uit een dienstbetrekking. Naheffingen kunnen ook met boetes gepaard gaan. Verplichtingen uit de cao kunnen tot slot ook op de opdrachtnemer drukken, zoals een eigen bijdrage voor pensioenpremies.
Meer weten?
De financiële risico’s van schijnzelfstandigheid zijn fors, voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. Dus zorg ervoor dat u deze zaken goed op orde hebt. Het is beter om problemen te voorkomen. Flynth heeft veel expertise op dit gebied. Zo namen we afgelopen voorjaar al een video op over samenwerken met zzp’ers in het mkb. Wilt u advies over uw specifieke situatie? Neem dan contact op met uw adviseur van Flynth. Zodat u zich kunt focussen op uw onderneming.