My Flynth
Eindejaarstips

De (on)rechtvaardigheid van belastingrente

Gepubliceerd: 12-11-2019, laatst gewijzigd: 21-11-2019

Belastingrente wordt tegelijk met een belastingaanslag in rekening gebracht. Voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting geldt als hoofdregel dat als de belastingaanslag opgelegd wordt op of na 1 juli volgend op het belastingjaar er belastingrente moet worden betaald. Belastingplichtigen die tijdig en correct aangifte doen of om een voorlopige aanslag vragen, hoeven geen rente te betalen over de te betalen belasting. De aanslag kan dan namelijk op tijd worden opgelegd. Een zeer begrijpelijk uitgangspunt. Maar toch valt er op de regeling nogal wat af te dingen.

Tijdige aangifte of verzoek om voorlopige aanslag

Voor de inkomstenbelasting geldt nu al dat als u uw aangifte of een verzoek voor een voorlopige aanslag vóór 1 mei van het op het belastingjaar volgend jaar indient en de (voorlopige) aanslag conform die aangifte c.q. dat verzoek luidt, u geen belastingrente hoeft te betalen. Daarbij wordt dus aangesloten bij de normale aangiftetermijn.

Voor de aangifte vennootschapsbelasting geldt dat als uw boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar u de aangifte moet indienen voor 1 juni van het volgende kalenderjaar. Heeft uw B.V. een gebroken boekjaar, dan moet u aangifte doen binnen vijf maanden na het einde van het boekjaar. Je zou denken dat ook voor de belastingrente daarbij zou worden aangesloten  Maar niets is minder waar. Voor de vennootschapsbelasting geldt nu nog dat belastingrente alleen dan niet verschuldigd is als de aangifte uiterlijk binnen drie maanden of het verzoek om voorlopige aanslag uiterlijk binnen vier maanden na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven is gedaan. Bij een boekjaar dat gelijk is aan een kalenderjaar zou je dan uitkomen op een aangifte vóór 1 april of een verzoek om voorlopige aanslag vóór 1 mei. Gelukkig is de staatssecretaris gezwicht voor alle kritiek en heeft hij nu voorgesteld om geen belastingrente in rekening te brengen als de aangifte wordt ingediend voor de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven (doorgaans dus 1 juni) en de aanslag wordt vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte. De nieuwe regel moet gaan gelden vanaf 1 januari 2020 en gaat al gelden voor belastingaanslagen die zien op belastingtijdvakken die zijn aangevangen op of na 1 januari 2019. Is uw boekjaar gelijk aan het kalenderjaar dan gaat de regel dus al gelden voor uw aangifte vennootschapsbelasting over 2019.

Belastingrente, geen rente maar ‘ordinaire’ verhoging?

Het percentage van de belastingrente is variabel en is voor de inkomstenbelasting (en verschillende andere belastingen) gekoppeld aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties met  een ‘niet al te kinderachtig’ minimum van 4%. Voor de vennootschapsbelasting is het percentage gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties met een minimum van zelfs 8%! Een echte rechtvaardiging voor dergelijke hoge minimumpercentages én voor de aansluiting voor de vennootschapsbelasting bij de wettelijke rente voor handelstransacties kunnen wij niet zo een, twee, drie vinden en is naar onze mening op z’n minst ver te zoeken. Bij de verzuimrente voor bestuursrechtelijke schulden wordt aangesloten bij de wettelijke rente voor niet handelstransacties (nu 2%). Een heel verschil dus. Een andere reden dan een budgettaire reden voor dergelijke hoge belastingrentepercentages kunnen wij ons dan ook niet voorstellen.

Zelfs rente verschuldigd over bedragen waarover de Belastingdienst al heeft beschikt

In Hof Arnhem-Leeuwarden* werd aan de rechter de vraag voorgelegd of er ook belastingrente is verschuldigd terwijl de Belastingdienst al over het geld beschikte.De casus was vrij eenvoudig: in een op 25 april 2017 ingediende aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2015 verwerkte de gemachtigde van de belastingplichtige de op de voorlopige aanslag betaalde vennootschapsbelasting als ‘te verrekenen dividendbelasting’. Verkeerde vakje aangekruist. Volgens de aangifte was er recht op een teruggave vennootschapsbelasting van € 6421. Op 15 mei 2017 ontving de BV het gehele bedrag betaalde bedrag van de voorlopige aanslag – zonder vergoeding van rente – terug, in totaal € 26.398.  De gemachtigde wees de inspecteur erop dat er slechts recht bestond op een teruggaaf van € 6.421.
Wat schetst de verbazing van een ieder: bij het opleggen van de definitieve aanslag op 1 juli 2017 werd € 1786 aan belastingrente in rekening gebracht. Daarbij werd dus ook belastingrente berekend over geld dat al bij de Belastingdienst binnen was! Tot 15 mei 2017 beschikte de inspecteur immers al over het bedrag van de voorlopige aanslag. Hoe vreemd ook, maar puur wettelijk gezien was (en is!) dat juist. De gemachtigde beriep zich echter op begunstigend beleid en stelde dat er maximaal € 190 aan belastingrente verschuldigd kon zijn.
De inspecteur wees dit beroep af met de stelling dat als er al sprake was geweest van begunstigend beleid dit op 7 juni 2017 was ingetrokken.

Hof Arnhem-Leeuwarden ging gelukkig in dit geval mee met de belastingplichtige en oordeelde dat er wel sprake was geweest van begunstigend beleid** voor deze situatie.

Inmiddels heeft de staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld. Hij acht zich niet kansloos omdat de Staatssecretaris in zijn besluit van 22 mei 2019 al het standpunt heeft ingenomen dat vanaf 7 juni 2017 een beroep op begunstigend beleid niet meer mogelijk is. In een eerdere uitspraak van Hof Den Haag ging dat Hof er nog vanuit dat het beleid pas was ingetrokken door een brief van de staatssecretaris van 8 december 2017. Het is nu aan de Hoge Raad om uitsluitsel te geven over de datum waarop de intrekking van dat begunstigde beleid heeft plaatsgevonden. Maar wat ons betreft blijft het überhaupt moeilijk te verkopen dat er zoals in dit geval ook rente belastingrente in rekening wordt gebracht over een bedrag dat al in het bezit is geweest bij de Belastingdienst. Dat strookt niet met het wezen en doel van belastingrente.


Tot slot

Ofschoon er de afgelopen jaren wat geschaafd is aan de belastingrenteregeling en de termijn voor de vennootschapsbelasting binnenkort meer in overeenstemming wordt gebracht met de bedoeling, is de belastingrenteregeling naar onze mening nog steeds verre van volmaakt en/of rechtvaardig.

Zorg dat u zoveel mogelijk te betalen belastingrente weet te voorkomen en/of te beperken. Houd de vinger aan de pols en vraag daar waar nodig en mogelijk tussentijds een voorlopige aanslag aan! Vanzelfsprekend kunt u contact opnemen met ons, of neem contact op met uw Flynth-adviseur. 

 

*Hof Arnhem-Leeuwarden 02-07-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5419

**Een Wob-verzoek heeft aan het licht gebracht dat de Landelijke vakgroep Formeel recht van de Belastingdienst in 2015 het standpunt heeft ingenomen dat met een beroep op een redelijke wetstoepassing en in het licht van doel en strekking van de belastingrenteregeling kan worden uitgegaan van de lijn dat geen belastingrente in rekening zal worden gebracht over de periode dat het geld al bij de Belastingdienst is

 

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 23 67 777

Gerelateerde artikelen

Bea Boetje

Bea.Boetje@flynth.nl