Eindejaarstips

Bijtelling elektrische auto van de zaak naar 12%, maar 5+ % zou beter zijn

Gepubliceerd: 20-11-2019, laatst gewijzigd: 25-11-2019

In het Klimaatakkoord werd aangekondigd dat de bijtelling voor de elektrische auto’s van de zaak in een aantal stappen wordt opgehoogd. Van nu 4% van de cataloguswaarde van die auto naar voorlopig 12% voor auto’s die in 2021 op kenteken worden gezet. Dat percentage wordt daarna nog verder verhoogd. Bovendien gaat deze verlaagde bijtelling in 2021 gelden tot een maximum van € 40.000 in plaats van € 50.000. Alles wat de auto van de zaak meer kost, valt onder de normale bijtelling van 22%. Vanaf 2026 wordt dat (vooralsnog) 22% zonder enige verlaging tot een bepaalde cataloguswaarde.

Sentiment en cijfers

“Helaas” zeg ik als berijder van zo’n auto van de zaak die net geen € 50.000 kostte. Het is toch wel erg goedkoop autorijden in privé en daar komt een eind aan. “Gelukkig” zeg ik als belastingbetaler, want waarom moet ik via Den Haag mee betalen voor die vervelende medewerker/collega die zijn Tesla 3 van de zaak bijna alleen maar gebruikt voor privéritjes in het weekend naar een appartement aan de Belgische kust of een vakantie in bijvoorbeeld Oostenrijk?  

Als we dergelijke sentimenten even buiten beschouwing laten en proberen er zo objectief mogelijk naar te kijken, dan is die 12% in 2021 zo gek nog niet. Een leasemaatschappij rekende laatst – waarschijnlijk na gedegen onderzoek – voor, dat de kosten van een bepaald type elektrische auto op jaarbasis ongeveer 26% van de cataloguswaarde worden geraamd. Dat is beduidend minder dan de 39% die bij Flynth in de jaren 2011 tot en met 2018 gold voor de auto’s met vrijwel allemaal een benzine- of dieselmotor. Uit statistisch onderzoek van ongeveer 8 jaar geleden, bleek dat het privégebruik van de auto’s van de zaak gemiddeld zo’n 27% van de verreden kilometers was. Als ik dit laatste percentage toepas op de hiervoor genoemde verhoudingen kosten/cataloguswaarde, dan zou dit tot een bijtelling leiden van 7% respectievelijk 10,5%. Dit eerste is gebaseerd op een jaarkilometrage van 25.000. Wij bij Flynth rijden krap 30.000 kilometer per jaar en de gemiddelde berijder van een auto van de zaak schijnt nog zo’n 2.000 kilometer méér te rijden. Dan lijkt die 12% toch een heel redelijke schatting.

Dus ja, ik kan (en moet) me er bij neerleggen dat de verlaagde bijtelling omhoog gaat naar 12%. Niet alleen omdat ik mijn collega haar voordeeltje niet gun, maar ook omdat de stimulering van rijden in elektrische auto’s met batterijen ter wille van het milieu helemaal niet zo gunstig is als men doet vermoeden. De productie van de batterijen voor een Tesla 3 levert namelijk zo’n 11.000 tot 15.000 kilo CO2 op volgens een Duitse universiteit. Een gemiddelde auto met dieselmotor produceert dat bij het rijden van iets meer dan 100.000 kilometer. Dat roept het gevoel op dat Den Haag ons belastinggeld verkeerd heeft besteed.

Wat had er beter gekund?

Dat een verspilling van uw en mijn belastinggeld wordt beëindigd, ervaar ik als positief. Toch ben ik niet onverdeeld positief over de nieuwe bijtellingsregeling voor de elektrische auto (met batterijen) van de zaak. Het bovenvermelde rekensommetje gaat namelijk uit van een toch wel fors jaarkilometrage. De regeling bevat echter geen enkele financiële stimulans om uit milieuoverwegingen de auto te laten staan of het rijtempo omlaag te schroeven. Eerder het tegenovergestelde, doordat we in privé ‘beter af’ zijn als we voor dezelfde bijtelling méér en sneller rijden terwijl de extra kosten daarvan toch ‘voor de zaak’ zijn.

Vanuit die optiek was het beter geweest om de bijtelling variabel te maken. Volgens de eerder bedoelde leasemaatschappij zijn de elektriciteitskosten ongeveer 20% van de geraamde kosten bij 25.000 kilometer per jaar. Met dat gegeven in het achterhoofd zou het beter te zijn om de forfaitaire bijtelling te laten beginnen op 5% en voor iedere 5.000 kilometer die gereden wordt daar 1% bij te doen. Als zo’n 32.000 kilometer per jaar wordt gereden, zou de bijtelling op 12% uitkomen.

Verder was het wenselijk geweest als het variabele bijtellingspercentage was aangevuld met een maximering, in die zin dat de forfaitaire bijtelling niet méér kan bedragen dan de daadwerkelijke kosten van het privégebruik. Dit zou een stimulans kunnen zijn om zuinig te rijden. Gaat de eerder bedoelde leasemaatschappij er van uit dat je 5,5 kilometer kunt rijden op een KWh elektriciteit, in de praktijk haal ik met dat type auto gemakkelijk 7,5 kilometer per kWh en in de slipstream van de vrachtauto’s kom ik wel 11 kilometer verder zonder veel tijdverlies. Wat is er op tegen om de besparing op de elektriciteitskosten – € 1.000 is onder omstandigheden haalbaar – via een verlaging van de bijtelling te vertalen in een bonus voor de werknemer? Vanuit milieuoogpunt niets lijkt mij.

Wat kunt u zelf doen?

Dat Den Haag vooralsnog de kans heeft laten lopen om een milieuvriendelijke bijtellingsregeling tot stand te brengen, laat onverlet dat u als ondernemer/werkgever verschillende mogelijkheden heeft om het autogebruik te verduurzamen.

Zo kunt u de werknemers die te ver weg wonen om lopend of per fiets naar hun werkplek te komen,  vragen zoveel mogelijk thuis werken. Ongeveer twee derde van de personen met een auto van de zaak had een functie waarbij thuiswerken mogelijk is, volgens het eerder genoemde statistische onderzoek. De auto rijdt dan niet, zorgt niet voor schadelijke uitstoot, levert u een kostenbesparing op en uw werknemer een duidelijke tijdsbesparing. De overheid is in ieder geval gebaat bij minder auto’s op de weg: minder files en wellicht geringere investeringen in het wegennet.

Kunnen uw werknemers wel per fiets of mogelijk zelfs lopend naar hun werk komen, geef ze dan in overweging om afstand te doen van een nieuwe auto van de zaak in ruil voor een mobiliteitsbudget ter grootte van de autokosten. Een bijtelling van 12% of meer betekent feitelijk dat – gemiddeld genomen – de kosten van het privégebruik via de bijtelling zwaarder worden belast dan als dat kostenbedrag in geld zou worden uitgekeerd. Het kan dan voordeliger zijn om te kiezen voor een mobiliteitsbudget. Laatstbedoelde regeling biedt normaliter de mogelijkheid om voor woon-werkverkeer een onbelaste vergoeding van € 0,19 per kilometer te verstrekken, ongeacht of dat woon-werkverkeer per auto, fiets of lopend wordt afgelegd. De fiets is duidelijk goedkoper dan een auto, dus fietsen naar het werk levert uw werknemers in privé een onbelast voordeeltje op. Het is een open deur: lopen is nog voordeliger!

Gaat het niet goedschiks, dan kunt u nog een aantal andere maatregelen treffen, zoals:

  • Maximeer het aantal kilometers dat uw werknemers voor privé doeleinden met de auto van de zaak mogen rijden en hou daar toezicht op;
  • Introduceer of verhoog de eigen bijdrage voor het privégebruik van nieuwe auto’s van/naar 12% van de cataloguswaarde. Dan hoeft weliswaar geen bijtelling meer plaats te vinden en bespaart uw werknemer zich loonbelasting, maar het moeten betalen van een eigen bijdrage is voor uw werknemers twee of meer keer zo duur als het moeten betalen van belasting over een bijtelling! De kans dat uw werknemers dan kiezen voor een mobiliteitsbudget, neemt daarmee toe.

Geschreven door:

Gerelateerde artikelen

Tom Kleinpenning

Tom.Kleinpenning@flynth.nl