Gepubliceerd: 24-03-2026, laatst gewijzigd:
24-03-2026
De leden van vereniging Vruchtbare Kringloop Oost verzamelen al tien jaar lang een schat aan gegevens rondom stikstof. In dit artikel nemen wij u mee in belangrijke conclusies uit de langjarige reeks van data.
Flynth is partner van Vruchtbare Kringloop Oost (VK-Oost). Dit is een lerend netwerk in Oost-Nederland waar boeren, onderzoekers en partners samenwerken aan een duurzame, grondgebonden landbouw. Doel van VK-Oost is maatschappelijk gewenste landbouw combineren met een gezond continuïteitsperspectief voor de bedrijven.
Vruchtbare Kringloop Oost beschikt over een schat aan gegevens van haar leden, vooral melkveehouders. Het gaat dan om gegevens uit de KringloopWijzer, bodemanalyses en voeranalyses. Deze gegevens worden jaarlijks besproken in studiegroepen, waarin deelnemende boeren van elkaar leren. Wat zijn meest effectieve maatregelen en strategieën voor de combinatie van duurzame landbouw en gezond continuïteitsperspectief?
Kengetallen deelnemers
De resultaten en lessen in dit artikel zijn gebaseerd op de data van een vast aantal bedrijven, grotendeels uit de periode 2017-2024. In die periode groeiden deze bedrijven met gemiddeld acht hectare en tien koeien tot 1,2 miljoen kg melk per bedrijf. Deze bedrijven werden gemiddeld iets extensiever. De melkproductie per ha nam af tot ruim 18.000 kg en de veebezetting daalde tot 2,3 stuks GVE per hectare. Tot in 2023 steeg het aantal bedrijven met weidegang en het aantal uren weidegang per koe. Vanaf 2024 is voor beide een daling te zien. Momenteel past ruim tachtig procent van de deelnemende bedrijven weidegang toe.
Stikstofbodemoverschot
Het gemiddelde stikstofbodemoverschot van de deelnemende bedrijven ligt net iets boven de honderd kg stikstof per hectare. Verschillen tussen jaren zijn groot. Een nat of een droog jaar heeft een groot effect op de gewasopbrengsten en daarmee op de stikstofbenutting en het stikstofoverschot. Droge jaren pakken wat dit betreft slechter uit dan nattere jaren, vanwege achterblijvende gewasproductie. De stikstofbodemoverschotten vertonen een licht dalende trend. Het overgrote deel (tot negentig procent) van de VK-Oostleden voldoet in normaal groeizame jaren aan de EU-nitraatrichtlijn. In extreem droge jaren daalt dit percentage naar zeventig procent. Maar met eenvoudige extra maatregelen had ook in die jaren nog eens vijftien procent extra aan de uitspoelingsnorm kunnen voldoen.
De stikstofbodemoverschotten zijn op kleigrond hoger dan op zandgrond. Dit heeft te maken met de hogere toegestane bemestingsnormen op kleigrond. Dat komt door de veronderstelling dat klei een hogere gewasopbrengst heeft. De deelnemende bedrijven laten dit niet zien, daarom is het overschot hoger dan op zand. Op kleigrond is stikstofuitspoeling naar het grondwater nauwelijks een probleem. Afspoeling naar oppervlaktewater is in veel gevallen wel een probleem.
Klei of zand
Op zandgrond blijft het stikstofbodemoverschot op de deelnemende bedrijven in jaren met een goede gewasproductie onder de honderd kg stikstof per hectare. Dit is gemiddeld de grove grens om te voldoen aan de EU-nitraatrichtlijn, waarvoor een norm geldt van vijftig mg nitraat per liter grondwater. Op zowel klei- als zandgrond is de spreiding groot. Het betekent dat er op een aantal bedrijven nog (veel) ruimte is voor verlaging van het stikstofbodemoverschot.
Gras en mais
Op grasland is het stikstofbodemoverschot hoger dan op maisland. Dat zal deels samenhangen met de hogere stikstofbemesting op grasland. Het hogere bodemoverschot op grasland wil niet zeggen dat de nitraatuitspoeling ook hoger is dan op maisland. Grasland houdt in haar organische stof meer stikstof vast. De spreiding op maisland blijkt veel groter. Opvallend is verder de jaarinvloed. Voor een goede beoordeling van het stikstofbodemoverschot op een bedrijf, is het dus belangrijk te kijken naar een meerjarig (voortschrijdend) gemiddelde.
De bedrijven met de laagste stikstofbodemoverschotten kenmerken zich door hogere gewasopbrengsten en een (veel) lagere stikstofbemesting. Algehele teeltoptimalisatie (bodem, bemesting, oogst) is de sleutel tot lagere stikstofbodemoverschotten en opbrengstverhoging. Een van de aandachtspunten is dat er te weinig perceelsgericht wordt bemest. Op veel bedrijven gaat er nog te veel drijfmest naar maisland. Ook houden deze bedrijven onvoldoende rekening met stikstofnalevering uit graszoden en groenbemesters.
Nitraatlessen van VK-Oost
- De stikstofbodemoverschotten vertonen een licht dalende trend.
- In normaal groeizame jaren voldoet negentig procent van de VK-Oost-deelnemers aan de EU-nitraatnorm.
- In droge jaren voldoet ongeveer zeventig procent aan de EU-nitraatnorm. Circa vijftien procent zou ook in die jaren aan de norm kunnen voldoen door extra managementmaatregelen te nemen.
- Vijftien procent van de bedrijven overschrijdt structureel de uitspoelingsnorm en zal dus structureel extra maatregelen moeten nemen.
- De bedrijven met de laagste stikstofbodemoverschotten hebben hogere gewasopbrengsten en een (veel) lagere stikstofbemesting.
- Met teeltoptimalisatie (via bodem, bemesting en oogst) zijn lagere stikstofbodemoverschotten en hogere opbrengst te realiseren.
Tips op basis van de resultaten van VK-Oost
- Pas perceelsgerichte bemesting toe (bemest niet alle percelen hetzelfde).
- Dien organische mest vooral toe in het voorjaar.
- Stal de koeien op lichte zandgrond in het najaar op tijd op.
- Houd rekening met mineralisatie van bodemstikstof.
- Geen drijfmest op maisland na gras.
- Zorg voor een succesvolle grasonderzaai of groenbemester na mais.
Kom in actie
Dat er voldoende verbetermogelijkheden zijn, blijkt uit de grote verschillen tussen individuele bedrijven. Ga voor uw eigen bedrijf na, welke kansen u kunt benutten. Begin met (meer) inzicht krijgen in het eigen stikstofbodemoverschot en het verloop hierin tussen jaren. Bespreek daarna de uitkomsten en mogelijkheden in studieclubverband. Of neem contact op met een specialist, zoals uw adviseur van Flynth.