Gepubliceerd: 29-08-2025, laatst gewijzigd:
29-08-2025
In 2025 zijn de mestregels opnieuw aangescherpt. Vooral in nutriënten verontreinigde (NV-)gebieden is de mestruimte dit jaar verder ingeperkt. Daarbij controleert de NVWA momenteel actief of akkerbouwbedrijven binnen de mestplaatsingsruimte blijven. Dit vraagt van ondernemers in de melkvee- en akkerbouwsector om scherpe keuzes en het jaarlijks opstellen van een goed onderbouwd bemestingsplan. Nu is het moment om op basis van de reeds aangevoerde mest te berekenen of en hoeveel mestruimte u nog beschikbaar hebt in 2025.
Minder mestruimte, meer gepuzzel
Door het verlies van derogatie, de invoering van bufferstroken en de aanwijzing van NV-gebieden is de mestplaatsingsruimte in Nederland met zo’n 79 miljoen kilogram stikstof uit dierlijke mest afgenomen. Voor veel melkveebedrijven betekent dit dat ze minder mest kunnen uitrijden op eigen grond.
Voor akkerbouwers is de tijd aangebroken dat graansoorten zijn geoogst en volgteelten, groenbemesters of wintergewassen worden gezaaid. Kortom, dit is het moment om nog een keer naar het bemestingsplan te kijken en te berekenen of mogelijk nog onbenutte mestruimte aanwezig is. Tot uiterlijk 15 september is het soms nog mogelijk om drijfmest en zuiveringsslib uit te rijden.
Mest en zuiveringsslib op bouwland
Op bouwland is de uitrijperiode van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib voorbij. Alleen wanneer één van de volgende situaties van toepassing is, mag dit nog worden uitgereden:
- uiterlijk 15 september wordt winterkoolzaad gezaaid voor zaadwinning in het volgende jaar of;
- uiterlijk 15 september wordt een groenbemester ingezaaid die minimaal acht weken blijft staan voordat het vernietigd wordt of;
- in het aansluitende najaar worden bollen geteeld.
Voor vaste mest en steekvast zuiveringsslib gelden andere regels. Dat mag op bouwland met zand- en lössgrond tot en met eind augustus worden uitgereden. Op klei- en veengrond mag dit het hele jaar.
Bereken uw mestruimte zorgvuldig
Sinds 2023 is het opstellen van een bemestingsplan verplicht. Hierbij hoort een berekening van de geplande bemesting per perceel, gebaseerd op de gewasbehoefte. Bemestingsplannen moet u minimaal vijf jaar bewaren in uw administratie.
Nu u de daadwerkelijk aangevoerde hoeveelheden en gehaltes stikstof en fosfaat weet, kunt u het bemestingsplan van dit voorjaar bijwerken. Zo weet u precies welke mestruimte u nog over hebt voor 2025 en rijdt u niet te veel of te weinig uit.
Hieronder leest u per meststof waar u op moet letten:
Stikstof
Let op: in NV-gebieden is er dit jaar een reductie van twintig procent op de stikstofgebruiksnorm, van 210 naar 190 kilogram per hectare.
In het geval dat u afgelopen drie jaar telkens een bovengemiddelde opbrengst hebt behaald in suikerbieten, tarwe, gerst of fritesaardappelen krijgt u extra stikstofgebruiksruimte, wanneer u vóór 15 mei stikstofdifferentiatie hebt aangevraagd.
In sommige situaties kan voor het telen van groenbemesters extra stikstofruimte worden gerekend.
Fosfaat
Als uw grond weinig fosfaat bevat, mag u eventueel meer fosfaat en dus mest gebruiken. Dit heet fosfaatdifferentiatie. Hiervoor moeten de grondmonsters vóór 15 mei zijn genomen én de fosfaatdifferentiatie zijn aangemeld in de Gecombineerde Opgave. Grondmonsters zijn maximaal vier jaar geldig.
Champost
Champost - een restproduct uit de champignonteelt - kan een alternatief zijn voor dierlijke mest. Zeker nu de mestnormen strenger zijn, kan champost helpen om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden zonder de stikstofnormen te overschrijden. Let wel: champost telt ook (deels) mee in de gebruiksnormen. Houd hier rekening mee in uw berekening.
Wilt u meer weten over uw mestruimte? Neem dan contact op met uw adviseur van Flynth of maak gebruik van onderstaand contactformulier.