Nieuws

Gevolgen Brexit voor werknemers

Gevolgen Brexit voor werknemers
Gepubliceerd: 22-02-2021, laatst gewijzigd: 22-02-2021

De uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) heeft ook grote gevolgen op het gebied van het arbeidsrecht, het fiscaal recht en het sociale zekerheidsrecht. Het Verenigd Koninkrijk maakt immers geen onderdeel meer uit van de Europese binnenmarkt en de grondrechten inzake het vrij verkeer van personen/werknemers, van diensten en van goederen zijn niet meer van toepassing.

Nog niet alles is even duidelijk, maar in dit document willen wij u wel in grote lijnen informeren over de gevolgen die de Brexit heeft voor werknemers.

Heeft u vragen, stel ze uw Flynth-HR-adviseur.

1. Algemeen

In het zogenaamde Terugtrekkingsakkoord van 17 oktober 2019 is overgangsrecht gecreëerd voor situaties die vóór 1 januari 2021 bestonden.

In de op 24 december 2020 gesloten Handels en Samenwerkingsovereenkomst wordt de situatie na 1 januari 2021 geregeld. Het Europees Parlement en (vervolgens) de Europese Raad moeten nog hun goedkeuring geven. Wij gaan ervan uit dat dat laatste ook zal gebeuren. In ieder geval heeft de Europese Raad al ingestemd met de voorlopige toepassing van de overeenkomst tot 28 februari 2021. Voor een samenvatting van alle veranderingen verwijzen wij u naar het overzicht op de site van de Europese Commissie.

Sinds 1 januari 2021 is er dus tussen het VK en EU geen vrij verkeer meer van personen, van diensten en van goederen, maar het in het Terugtrekkingsakkoord geformuleerde overgangsrecht blijft wel gelden.

2. Arbeidsrechtelijke gevolgen

Per 1 januari 2021 geldt dat er geen sprake meer is van vrij verkeer van werknemers tussen de EU-lidstaten en het VK.

2.1. Overgangsrecht voor al op 31 december 2020 bestaande situaties

Zolang onderdanen van de EU en het Verenigd Koninkrijk die vóór 1 januari 2021 al wonen en werken in respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en de EU-lidstaten en aan de voorwaarden voldoen van legaal verblijf en werken op basis van de EU-grondrechten, kunnen zij en hun familieleden dit recht behouden.

2.1.1.Uiterlijk 30 juni aan te vragen verblijfsdocumenten

Voor werknemers die al op 31 december 2020 in Nederland woonden en in dienstbetrekking waren, hoeft de werkgever ook geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Máár deze werknemers moeten wél een nieuw verblijfsdocument aanvragen bij de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst).De tijd die de werknemer in Nederland woont, bepaalt het soort verblijfsdocument.

  • Woont de werknemer hier korter dan 5 jaar, dan kan hij/zij een verblijfsdocument voor tijdelijk verblijf na Brexit aanvragen.
  • Woont de werknemer langer dan 5 jaar achter elkaar in Nederland? Dan kan hij/zij een permanent verblijfsdocument aanvragen.

Heeft de werknemer het benodigde verblijfsdocument nog niet aangevraagd, dan kan hij dat nog tot uiterlijk 30 juni 2021 online doen.

LET OP!

Ofschoon een verblijfsdocument nog tot 30 juni 2021 kan worden aangevraagd, is het wel verstandig het verblijfsdocument zo spoedig mogelijk aan te vragen. Men moet immers al vanaf 1 januari 2021 kunnen aantonen dat men rechtmatig verblijft in Nederland.

Meer informatie vindt u op de site van de IND.

2.1.2. Grensarbeiders

Was men al vóór 1 januari 2021 grensarbeider dan kan men onder voorwaarden een document grensarbeider aanvragen. Dat document is 5 jaar geldig. Dit is een ander document als het hiervoor genoemde verblijfsdocument.

Een Brit is grensarbeider als hij buiten Nederland woont en in Nederland als zelfstandige of in loondienst werkt en minsterns één keer per week tussen zijn woonland en Nederland reist.

Ook hierover vindt u meer informatie op de site van de IND.

2.1.3. Gedetacheerden

De rechten van gedetacheerden vallen niet onder het terugtrekkingsakkoord. Het vrij verkeer van diensten tussen de EU en het VK is na het einde van de overgangsperiode (31 december 2020) gestopt. Daarom mogen bijvoorbeeld bedrijven in het VK niet langer meer op basis van Europese regels diensten verrichten in Nederland en daardoor zijn ook sommige detacheringen vanaf dat moment niet meer mogelijk. 

LET OP
Het vrij verkeer van diensten vervalt vanaf 1 januari 2021. Het recht om gedetacheerd te blijven is afhankelijk van de voorwaarden van het desbetreffende land . Dit recht ontleent men niet aan een A1-verklaring.

2.1.4. Diploma erkenning

Ook hier geldt op grond van het Terugtrekkingsakkoord dat voor degenen waarvan de diploma’s al feitelijk zijn erkend, die diploma-erkenning blijft zolang ze aan de voorwaarden blijven voldoen.

2.2. Nieuwe situaties vanaf 1 januari 2021

Het overgangsrecht uit het Terugtrekkingsakkoord geldt niet voor nieuwe situaties vanaf 1 januari 2021.

2.2.1. GVVA of tewerkstellingsvergunning aanvragen

Voor werknemers uit het VK, die op of na 1 januari 2021 in dienst treden in Nederland moet de werkgever wel een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) of een tewerkstellingsvergunning aanvragen  Blijft iemand korter dan 3 maanden werken, dan vraagt u vaak een Tewerkstellingsvergunning (TWV) aan. Komt iemand langer dan 3 maanden werken, dan vraagt u meestal een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) aan.

Meer informatie vindt u op de site van Werk.nl.

2.2.2. Tewerkstellingsvergunning vragen voor grensarbeiders

Voor grensarbeiders die op of na 1 januari 2021 in Nederland gaan werken, moet de werkgever in het algemeen een tewerkstellingsvergunning aanvragen.

Meer informatie vindt u op de site van Werk.nl en (voor afwijkende afspraken tussen de EU en het VK) Rijksoverheid.nl.

2.2.3. Detachering

In de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over detacheringen waarbij er (vooralsnog) drie categorieën zijn genoemd waarin ook na 31 december 2020 detachering mogelijk is. 

2.2.4. Diploma erkenning

Behalve geen onbeperkte toegang meer tot de Europese arbeidsmarkt is ook geen sprake meer van een automatische diploma-erkenning en erkenning van beroepskwalificaties.

3. Fiscale gevolgen

Er kleven ook fiscale gevolgen aan de Brexit.

3.1. Overgangsrecht voor al op 31 december 2020 bestaande situaties

3.1.1. Niet gedetacheerde werknemer die al op 31 december 2020 in Nederland werkte

In het VK woonachtige niet-gedetacheerde werknemers die al in 2020 voldeden aan de voorwaarden voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht houden recht op dezelfde aftrekposten als inwoners van Nederland. Dat betekent dus dat men recht blijft houden op bijvoorbeeld aftrek voor uitgaven voor alimentatie, zorg en giften, maar ook op hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning in het VK.

Voor zover werknemers in 2020 recht hadden op heffingskortingen, behouden zij dat recht ook. Zij houden dan dus bijvoorbeeld recht op het belastingdeel van de arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Veranderen de persoonlijke omstandigheden zodanig dat niet meer kan worden gesproken van het aaneengesloten voortzetten van werkzaamheden of vergelijkbaar inkomen (zoals overheidspensioen) in Nederland, bijvoorbeeld bij een verhuizing? Dan kan geen beroep meer worden gedaan op deze tegemoetkomingen.

3.1.2. Gedetacheerde werknemer die op 31 december 2020 in Nederland werkte

Voor in het VK woonachtige en door een in de VK gevestigde werkgever gedetacheerde werknemers gelden de Europese regels vanaf 1 januari 2021 niet meer. Zij hebben vanaf dat moment geen recht op aftrekposten en het belastingdeel van de heffingskortingen.

3.2. Nieuwe situaties vanaf 1 januari 2021

3.2.1 Werknemer uit het VK die op of na 1 januari 2021 in dienst treedt

Voor werknemers uit het VK die op of na 1 januari 2021 in dienst treden bij een Nederlandse werkgever is de EU-wetgeving niet van toepassing. Zij hebben onder meer geen recht meer op het belastingdeel van de arbeidskorting en zij kunnen geen kwalificerend buitenlands belastingplichtigen zijn. 

3.3.Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing

Het Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen Nederland en het VK blijft ook na de Brexit van toepassing. Dit is een bilateraal verdrag.

4. Gevolgen sociale zekerheid

De EU-lidstaten hebben afspraken gemaakt over de sociale zekerheid en die afspraken vastgelegd in een tweetal verordeningen. Die verordeningen zijn door de Brexit niet meer van toepassing in de verhoudingen tussen de Europese lidstaten en het VK, zij het dat er in het Terugtrekkingsakkoord wel overgangsrecht is opgenomen. Daarnaast is er een apart protocol bij de Handels en Samenwerkingsovereenkomst opgenomen over de sociale zekerheid. Dat protocol komt in grote lijnen overeen met de genoemde EU-verordeningen, maar wijkt ook op sommige punten af.

4.1. Overgangsrecht voor al op 31 december 2020 bestaande situaties

De Europese regels blijven van toepassing op alle op 31 december 2020 bestaande grensoverschrijdende situaties tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk, zolang de werknemer zich in een grensoverschrijdende situatie met het Verenigd koninkrijk bevindt.

Zolang de situatie dus blijft zoals die op 31 december 2020 was én er geen onderbreking plaatsvindt, blijft de sociale zekerheidspositie onveranderd.

Dat betekent ook dat al vóór 31 december 2020 afgegeven A1-verklaringen met een einddatum van na 31 december 2020, blijven gelden.

4.2. Nieuwe situaties vanaf 1 januari 2021

De sociale-zekerheidspositie van werknemers in een grensoverschrijdende situatie tussen het VK en Nederland die ontstaat na afloop van de overgangsperiode moet worden bepaald op basis van het protocol betreffende de coördinatie van de sociale zekerheid zoals dat is opgenomen in de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. tussen het VK en de Europese Unie.

Zoals opgemerkt komt dat protocol in hoofdlijnen overeen met de bestaande EU-socialezekerheidsverordeningen. Toch zijn er wel verschillen. Het gaat in dit kader te ver om die uitzonderingen te benoemen. Daarnaast is nog niet alles even duidelijk. Het is dan ook verstandig om samen met uw adviseur te beoordelen wat de Brexit voor gevolgen heeft voor uw specifieke situatie.

4.2.1. Werken in twee of meer landen

Voor een werknemer die gelijktijdig in zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk werkt, geldt dat hij onderworpen is aan het sociale-zekerheidsstelsel van zijn thuisland, als hij daar een substantieel gedeelte (25% of meer) van de tijd werkt. Ter illustratie: als een werknemer woonachtig is in het Verenigd Koninkrijk en twee dagen per week daar werkt en de overige drie dagen in Nederland, dan blijft hij onderworpen aan het sociale-zekerheidsstelsel van het Verenigd Koninkrijk en is hij geen sociale-zekerheidspremies verschuldigd in Nederland,

4.2.2. Detachering

Voor detacheringen tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland blijft gelden dat de werknemer onderworpen blijft aan het sociale zekerheidsstelsel van zijn thuisland voor ten minste 24 maanden en dat hij uitgezonderd wordt van eventuele onderworpenheid aan het sociale-zekerheidsstelsel van het werkland.

LET OP
In het protocol ontbreekt een overlegartikel zoals dat wel is opgenomen in EU-regels. Dat artikel kan in EU-verhoudingen worden gebruikt om bij uitzendingen die langer dan 24 maanden de periode te verlengen naar maximaal 60 maanden. Nu dat overlegartikel ontbreekt geldt in de nieuwe verhoudingen tussen de EU en het VK een vaste termijn van 24 maanden.

 

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 23 67 777
 

Gerelateerde artikelen

Peter Furer Senior Beleidsadviseur Belastingen bij Flynth Peter Furer

peter.furer@flynth.nl