Ontwikkelingen rond landbouwgrond kunnen grote gevolgen hebben voor de fiscale mogelijkheden bij een bedrijfsoverdracht. Dat geldt niet alleen voor de landbouwvrijstelling, maar ook voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Vooral bij vruchtwisseling is het belangrijk om goed naar de fiscale spelregels te kijken.
Landbouwvrijstelling
De landbouwvrijstelling zorgt ervoor dat over bepaalde waardestijgingen van landbouwgrond onder voorwaarden geen inkomstenbelasting hoeft te worden betaald. Het gaat dan om waardestijgingen van de WEVAB ofwel de Waarde in het Economisch Verkeer bij Agrarische Bestemming.
Omdat onduidelijk is of deze vrijstelling in de toekomst blijft bestaan, kan het verstandig zijn deze vóór de bedrijfsopvolging zeker te stellen door middel van een herwaardering. Daarbij is het belangrijk goed te kijken naar de voorwaarden die gelden. Zo is grond waarvan de waarde stijgt door een toekomstige woningbouw- of bedrijfsbestemming niet vrijgesteld. Ook een voordeel dat is genoten als pachter valt niet onder de vrijstelling. Alleen de waarde die direct samenhangt met het eigen gebruik binnen het landbouwbedrijf wordt vrijgesteld.
Recente ontwikkelingen laten verder zien dat de toepassing van de landbouwvrijstelling kritisch wordt beoordeeld. Het daadwerkelijke gebruik van de grond en de oorzaak van een waardestijging zijn daarbij bepalend. Niet iedere waardeverandering valt onder de vrijstelling. Ook bij vruchtwisseling is oplettendheid geboden. Daarbij wordt grond tijdelijk uit gebruik gegeven om de bodem te verbeteren of vrij van ziektes te houden. Als vruchtwisseling niet goed wordt vormgegeven, kan dat leiden tot een extra belastingclaim die mogelijk voorkomen had kunnen worden.
Gevolgen voor de BOR
Bij agrarische bedrijven vraagt de positie van landbouwgrond extra aandacht, zeker wanneer er sprake is van vruchtwisseling, verpachte grond, nevenactiviteiten of gronden die deels een andere functie krijgen.
Vooral de grond die in het kader van vruchtwisseling tijdelijk uit gebruik wordt gegeven, verdient extra aandacht. Deze grond valt alleen onder de BOR als daarvoor een teeltpachtovereenkomst is gesloten. Voor bepaalde teelten, zoals gras of maïs, is zo’n overeenkomst niet mogelijk.
Dit kan problemen opleveren bij vruchtwisseling tussen akkerbouwers en melkveehouders. Dergelijke samenwerkingen komen in de praktijk veel voor.
Omdat er bij een teeltpachtovereenkomst wordt gekeken naar de gebruiker van het land, kan de fiscale uitkomst voor akkerbouwers en melkveehouders verschillen. De akkerbouwer kan de grond daardoor niet vrij van erf- en schenkbelasting overdragen aan de opvolger, terwijl dat voor de melkveehouder wel mogelijk kan zijn. Het land van de melkveehouder wordt immers gebruikt door de akkerbouwer, die daarvoor een teeltpachtovereenkomst kan sluiten. Andersom werkt dat niet, omdat de melkveehouder de grond gebruikt voor de teelt van gras of maïs, waarvoor een teeltpachtovereenkomst niet mogelijk is.
Bedrijfsoverdracht: benut fiscale faciliteiten optimaal
Welke fiscale regelingen kunnen een bedrijfsoverdracht aantrekkelijker maken? Lees meer over het benutten van fiscale faciliteiten bij bedrijfsoverdracht. Zoals de doorschuifregeling, de BOR, de familievrijstelling en aandachtspunten rond overdrachtsbelasting.
Neem op tijd actie
Werkt u met vruchtwisseling of andere vormen van tijdelijk grondgebruik? Laat dan tijdig beoordelen welke gevolgen dat heeft voor de landbouwvrijstelling, de BOR en een toekomstige bedrijfsoverdracht. Zo krijgt u inzicht in de fiscale gevolgen van uw keuzes en voorkomt u dat fiscale voordelen onbedoeld verloren gaan.