Minister van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, zijn ambtenaren en de diverse vertegenwoordigers uit de veehouderijsector werken aan plannen om Nederland van het stikstofslot te halen. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen op dit moment? En waar zitten de openingen?
Belangrijke momenten
-
Debat vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over verdienvermogen en grondbeleid op 14 oktober 2026.
-
Een nieuw wetsvoorstel: gebaseerd op de stikstofbrief van 26 juni 2026 en de gesprekken die daarna zijn gevoerd met de sector. De minister heeft toegezegd uiterlijk vrijdag 30 oktober 2026 de Tweede Kamer hierover te informeren. Tot die tijd zijn minister, ambtenaren en sector in gesprek over mogelijke oplossingen. De komende periode is bepalend voor de inhoud van die brief.
-
In de periode na 30 oktober 2026 en vóór het debat van 16 november 2026 is de ‘vervolgronde’: het politieke overleg tussen individuele leden van de vaste Kamercommissie ter voorbereiding op het debat.
-
Op maandagmiddag 16 november 2026 volgt het commissiedebat over stikstof. Daarna moet de minister in de Tweede Kamer voldoende steun krijgen voor het wetsvoorstel. Het is mogelijk dat de minister nog cruciale wijzigingen moet doorvoeren om tot een meerderheid te komen, vanwege de minderheidscoalitie.
Debat verdienvermogen
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur debatteerde op 14 oktober 2026 over verdienvermogen en grondbeleid. Tijdens dit debat stond de Agro-Nutri Monitor 2025 centraal. Het belangrijkste kernpunt uit dit rapport van de Autoriteit Consument & Markt (ACM): duurzamer voedsel produceren betekent nu vooral ook duurder voedsel produceren.
Het rapport toont aan dat het rendement van biologische bedrijven in verschillende sectoren (vooral melk, aardappelen en groente) significant lager is dan van hun gangbare collega-bedrijven. Hierdoor stagneert de groei van het bio-segment. Ook het omschakelrisico draagt daaraan bij. Het rapport laat zien dat andere duurzaamheidskeurmerken gunstigere resultaten laten zien, zoals ‘Beter voor Natuur & Boer’ en ‘On the way to PlanetProof’.
De minister heeft toegezegd dat hij bij het maken van de stikstofplannen de gevolgen op het verdienvermogen van zowel biologische als gangbare bedrijven in beeld laat brengen.
Wat ligt er nu op tafel?
De Kamerbrief van 30 oktober en het aanvullende debat van 16 november moeten meer duidelijkheid bieden over de volgende plannen, voorstellen en issues:
1. De ‘stikstofbrief’ van minister Van Essen van 26 juni is de basis, waar inmiddels al veel over gezegd en geschreven is.
2. Het stikstofplan van de Landbouw Alliantie*.
Dit samenwerkingsverband presenteerde op 13 oktober 2026 een eigen stikstofplan met onderbouwing. Het plan start met het uitvoeren van natuurdoelanalyses en vraagt meer aandacht voor de waterhuishouding om te komen tot natuurherstel. Daarbij nemen ze ook de al dalende deposities en ingezet natuurherstel mee. Dit is cruciaal. De alliantie gaat verder uit van de lagere Duitse drempelwaarde voor stikstofdepositie, waardoor de vergunningverlening op gang kan komen. Verder wil de alliantie zogenaamde significantiestroken van 250 meter rond natuurgebieden inrichten. Het plan gaat verder uit van verplichte verlaging van stikstofemissie, vooral via techniek en innovatie met vooraf erkenning van best beschikbare technieken (BBT). Daarnaast is vrijwillige verlaging via management mogelijk.
De alliantie ziet daarmee af van doelsturing.
samenwerkingsverband van Agractie, de Dutch Dairymen Board (DDB), de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en de Nederlandse Vereniging voor Pluimveehouders (NVP)
De minister reageerde schriftelijk op het plan. Hij kan zich niet vinden in het verkleinen van de zones rondom natuurgebieden. Volgens hem zijn dat de zones waar ingrijpen het meest nodig is. Ook vielen hem de regels voor het versoepelen van de vergunningverlening op. Beide punten baren hem zorgen wat betreft het behalen van de natuurdoelen. Daardoor twijfelt hij of dit leidt tot het openen van het vergunningenloket.
3. Belangrijke plus is dat hij voor 30 oktober ook in gesprek gaat met de Landbouw Alliantie.
4. Hoe de minister om wil gaan met additionaliteit (benutten vrijgekomen stikstofruimte), omwisselbesluiten (afwijkingen per provincie) en de juridische onderbouwing moet duidelijk worden in de brief van 30 oktober. Dat geeft zicht op een alternatieve aanpak van provincies rond natuur. Het laat zien welke impact uitkomsten van lokale natuurdoelanalyses hebben op de zonering. Ook moet duidelijk worden of de stap van 1000 meter naar 500 meter (voorstel provincies) of 250 meter (significantiestroken Landbouw Alliantie) uitvoerbaar is en wat er in welke zone wel of niet mag.
Belangrijk is het vervangen van de kritische depositiewaarde (KDW) uit de stikstofwet (van 2021) door eisen voor emissiereductie.
5. De minister heeft in eerste instantie een kans laten liggen wat betreft reductie van veldemissies. In de brief van 26 juni heeft hij vooral voor de melkveehouderij uitgewerkt hoe de verlaging van de stikstofemissie eruit moet zien. Onder grote tijdsdruk is gekozen voor doelsturing op stalemissies, maar niet op veldemissies. Ook is daarbij de omslag gemaakt om het einddoel van de melkveesector niet als totaal weer te geven (van 50,8 kton stikstofemissie in 2019 naar een reductie met 42 procent: 29,5 kton emissie in 2035), maar per kg fosfaatrecht. In de brief werd 0,164 kg ammoniak per kg fosfaatrecht genoemd. Een norm die erg laag (scherp) is gesteld, vooral omdat de potentie van sturing op veldemissies nog niet is meegenomen. Maar dat kan nog steeds.
Via gerichte maatregelen op veldemissies is ongeveer 6 tot 12 kton aan reductie mogelijk. Denk hierbij aan maatregelen zoals:
-
- mest aanzuren in de mestkelder
- mest bewerken via strippen of monomestvergisting (Renure),
- volop beweiden (meer dan 720 uur)
- mest aanwenden met 50 procent water of andere toevoegmiddelen
- aangepast voerregime: minder dan 150 g per kg Ruw Eiwit (RE)
- combinaties van bovenstaande of aanvullende varianten
De extra reductie uit veldemissies kan ruimte geven om de norm van 0,164 kg ammoniak per kg fosfaatrecht minder scherp te stellen. Een andere oplossing kan ook zijn om de reductie die via veldemissies wordt bereikt mee te tellen binnen de norm van 0,164 kg. Daarmee wordt het voor bedrijven beter haalbaar om aan deze norm te voldoen. Daarnaast is het van belang om de soort normstelling te heroverwegen. Denk daarbij aan een norm per kg fosfaatrecht, per gebied of bedrijf of op nationaal niveau.
De minister heeft in een debat op 1 juli dit jaar en in reactie op een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in september al laten weten meer met management, innovatie en techniek op het gebied van veldemissies te willen doen. Naar verwachting wordt dat op 30 oktober concreter. Dan wordt duidelijk of de norm van 0,164 kg ammoniak per kg fosfaatrecht inderdaad versoepeld wordt.
6. In de brief of het debat moet ook duidelijk worden hoe de minister om wil gaan met grondgebondenheid. Hebben de minister en melkveesector elkaar gevonden in grondgebondenheid (2,6 grootvee-eenheden per hectare) in combinatie met doelsturing, zoals ook Kamerlid Grinwis eerder voorstelde? Waarbij met doelsturing meer ruimte mogelijk is dan 2,6 gve per ha. En versoepelt de minister de eis voor 85 procent gras of rustgewassen voor zandgrond in combinatie met werkelijke lokale waterkwaliteit?
7. Ook verwachten we dat de minister in de brief of het debat met de vaste Kamercommissie de Tweede Kamer informeert over de voortgang van gesprekken met varkens- en pluimveehouderij voor emissie-eisen per dierplaats.
Vergunningverlening op gang brengen, extra versnelling via RKO
Een belangrijke voorwaarde voor toekomstperspectief is dat de vergunningverlening weer op gang komt per natuurgebied. Daarvoor moet duidelijk worden welke maatregelen per gebied nodig zijn om daar de natuur te beschermen, welke extra beheersmaatregelen per natuurgebied worden ingezet en welke ontwikkelruimte daardoor voor de veehouderij ontstaat. In onze ogen moet dat altijd gebaseerd zijn op lokale natuurdoelanalyses.
De mogelijke invoering van een rekenkundige ondergrens (RKO) biedt daarvoor extra kansen. Daarmee kunnen bepaalde bedrijfsaanpassingen voor bedrijven die verder van een natuurgebied afzitten mogelijk al zonder natuurvergunning plaatsvinden. Natuurlijk zonder dat weer nieuwe risico’s (kunnen) ontstaan.
Juridische houdbaarheid
Meer juridische zekerheid ontstaat pas wanneer beleid ook in rechtszaken standhoudt en Mobilisation for the Environment (MOB) daarin niet langer in het gelijk wordt gesteld. Maar daarvoor is eerst nieuw beleid nodig. En ook dat nieuwe beleid zal eerst worden aangevochten om juridisch te toetsen of het wel voldoende is. Daarvoor is niet alleen politieke besluitvorming nodig, maar zal nieuw beleid ook juridisch getoetst moeten worden. En dat duurt helaas nog wel enkele jaren.
Welke aanvullende garanties denkt de minister nodig te hebben om vergunningverlening wel vlot te kunnen starten en de RKO in te voeren? Om daarmee als staat ook een rechtszaak in te durven gaan (die wel 18 tot 24 maanden kan duren)? Naar verwachting is hier na het debat op 16 november meer over bekend.
Wat betekent het voor u?
De nieuwe regels moeten zicht geven op de effecten van de verdienmodellen voor rundvee-, varkens- en pluimveehouderij. Maar ook hoe emissiemanagement er in de praktijk uit gaat zien, zowel voor gesloten stallen (pluimvee, varkens en kalveren) als open stallen (voor met name melkvee). En hoe de toolbox voor nieuwe vergunningaanvragen eruitziet, en daarmee inzet van management, innovatie en techniek. Feit is dat er de komende weken veel staat te gebeuren en onderhandelingen op het scherp van de snede worden gevoerd.