Stikstofbrief: cruciale aanpassingen zijn nodig, welke zijn van belang?

Nieuws

De stikstofbrief moet Nederland van het vergunningenslot halen. De richting is positief, maar voor ondernemers blijven cruciale vragen over investeringen, vergunningen en rechtszekerheid bestaan.

Op 26 juni 2026 presenteerde minister van Essen zijn brief met daarin het meest concrete plan van aanpak tot nu toe om Nederland van het stikstof- en vergunningenslot te halen. Dat is positief. Tegelijkertijd is de grootste kritiek dat veel voorstellen nog algemeen zijn of nog moeten worden uitgewerkt. Terwijl juist daarin voor agrarische ondernemers de belangrijkste vraag schuilt.

Van plan naar praktijk

Veel sneller dan de minister had voorzien, volgde de praktijktoets. Op 17 juli werden in Brabant de eerste vergunningen aangevochten. Op 11 augustus volgde Friesland en inmiddels spelen vergelijkbare procedures in meerdere provincies. Actueel wordt van 217 agrarische ondernemers de sterke natuurbeschermingswetvergunning aangevochten door Mobilisation for the Environment (MOB) of andere partijen.

Daarbij wordt als argument aangevoerd dat Nederland onvoldoende doet om natuurgebieden te beschermen. De uitspraken die tot nu toe zijn gedaan, leiden helaas niet tot meer dan uitstel van de besluitvorming, in ieder geval tot het najaar van 2026. Dan wil de minister met een spoedwet komen. Het verklaart waarom veel agrarische ondernemers niet alleen boos zijn, maar vooral ook bezorgd over de toekomst van hun bedrijf.

Waar staat de sector nu?

De minister noemt in zijn brief harde doelen voor de melkveehouderij en gaat daarnaast in gesprek met de pluimvee- en varkenssector over de verdere invulling. Daarom hebben we vanuit Flynth per provincie in beeld gebracht waar melkveehouders gemiddeld stonden in 2025 ten opzichte van de belangrijkste kengetallen. Dat levert een interessant beeld op en tegelijk de grote stap die voor 2035 nog moet worden gezet. En zoals het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) al schreef: “Het grenst aan het haalbare wat je van boeren kunt vragen in tien jaar”.

Landelijk en per provincie - Stikstof brief

Belangrijk is ook het verhaal achter deze cijfers. In enkele provincies zien we een duidelijke toename van losse grond in gebruik. In Brabant zien we van oudsher dat er juist meer grasgewas en mais op stam wordt afgenomen van afbouwende collega’s, die mest geleverd krijgen. Die grond telt echter niet mee in de veebezetting. Wel ligt het actuele tarief voor mestafvoer daar lager.

Het percentage van de bedrijven dat aan alle drie de normen nu al voldoet is nihil en in de meeste provincies nul procent. Zonder techniek en met alleen managementmaatregelen zijn die doelen ook niet haalbaar.

Ondernemers hebben zekerheid nodig

De cijfers, onderzoeksrapporten én de praktijk laten zien dat er met managementmaatregelen, techniek en innovatie wel veel mogelijk is. De positieve inzet van de minister is dat deze inspanningen ook erkend worden. Maar uiteindelijk draait het voor ondernemers om zekerheid.

Vrijwel iedere maatregel die inzet en innovatie vraagt, vereist immers een investering. En een investering vraagt op zijn beurt financiering. Voordat een ondernemer die stap zet, wil hij antwoord op twee vragen:

  1. Is mijn vergunning juridisch houdbaar voor de investering die ik op mijn locatie wil doen?
  2. Levert de maatregel waarin ik investeer daadwerkelijk het resultaat op dat van mij wordt gevraagd?

Wat helpt natuurgebieden echt vooruit?

Grondgebondenheid is pas op een laat moment aan de brief toegevoegd. Het betreft een structuurmaatregel die op klei- en veengrond naar verwachting een beperkt effect heeft, maar op zandgrond juist een grote invloed kan hebben op de kostprijs. Met name de eis dat 85 procent van het areaal uit grasland of rustgewassen moet bestaan, kan daar stevig doorwerken.

Belangrijker is echter de vraag wat grondgebondenheid daadwerkelijk bijdraagt aan de natuur- en wateropgaven. Die relatie wordt vaak verondersteld, maar vraagt ook om een goede onderbouwing. Steeds meer blijkt uit onderzoek en inzichten uit individuele natuurgebieden steeds vaker dat, naast stikstof, vooral hydrologie (waterpeil) als drukfactor groter en bepalender is voor natuurherstel.

Cruciale aandachtspunten voor de verdere uitwerking

In gesprekken met de minister, ambtenaren, Tweede Kamerleden en sectorpartijen heeft Flynth benadrukt dat op een aantal punten aanvullende aanpassingen en garanties nodig zijn. Deze aandachtspunten zijn cruciaal om ondernemers de duidelijkheid, rechtszekerheid en ontwikkelruimte te bieden die nodig zijn voor investeringen en bedrijfsontwikkeling:

1. Rechtszekerheid voor ondernemers

Bestaande vergunningen moeten juridisch houdbaar zijn én blijven. Open het vergunningenloket met de invoering van de Rekenkundige ondergrens (RKO) voor alle sectoren, niet alleen voor de landbouw. Maar, legaliseer PAS-melders en interimmers vooraf. Dit vraagt om aanpassing van de stikstofwet uit 2021 en de doelen gebaseerd op de kritische depositiewaarde (KDW), of andere ingrijpende oplossingen. Geef die duidelijkheid vooraf.

2. Evenwichtige bijdrage van de landbouw

De stikstofopgave, of de offers die nodig zijn om de stikstofwet uit 2021 aan te passen, mogen niet eenzijdig alleen bij de landbouw terechtkomen. Agrarische ondernemers begrijpen wel dat ook zij een bijdrage moeten leveren aan de oplossing en veel ondernemers zijn bereid daarin stappen te zetten. Tegelijkertijd is het onrechtvaardig én weinig toekomstgericht om de verantwoordelijkheid voor het behalen van de doelen vooral bij één sector neer te leggen.

De minister vraagt in de brief om een integrale reductie van 45 procent, boven op de reductie van de veestapel die sinds 2019 al is gerealiseerd. In combinatie met een aanpak in zones rond natuurgebieden, loopt de totale reductieopgave op tot 65 procent. Dat is aanzienlijk meer dan de 42 tot 46 procent die eerder als uitgangspunt werd genoemd.

De reductiebijdrage van de landbouw moet terug naar opgeteld maximaal 42 tot 46 procent (of minder) reductie, wat integraal neerkomt op maximaal 25 tot 30 procent regulier en daarmee fors lager dan 45 procent.

3. Hydrologie moet zwaarder meewegen

Voor natuur en natuurkwaliteit is niet stikstof, maar vooral hydrologie in en rond natuurgebieden een bepalende factor. Hydrologie meer de boventoon laten voeren dan stikstof is van belang voor de natuur, het landsbelang én agrarische ondernemers. Belangrijk is dat provincies met lokale plannen van aanpak komen, met zones van maximaal 500 meter waarin naast stikstof vooral aandacht is voor water in en rond natuurgebieden. Gelukkig doen de eerste provincies dit nu ook. Zij wachten wel nog op een akkoord van de minister.

4. Haalbare normen en vergunbare oplossingen

De ammoniak- (NH3) en CO2-normen moeten haalbaar zijn met voldoende geborgde managementmaatregelen en techniek die vooraf vergunbaar zijn. Alleen dan blijven investeringen rendabel en financierbaar. Juist voor extensieve bedrijven is ruimte nodig voor het verlagen van veldemissies, naast stalemissiereducties. Bijkomend voordeel is dat dit ook kan bijdragen aan minder kunstmestgebruik en verplichte mestafvoer. Agrarische ondernemers zijn bereid hierin stappen te zetten, mits vooraf voldoende zekerheid wordt geboden.

5. Grondgebondenheid moet ergens toe leiden

Middelvoorschriften, zoals 2,6 GVE en 85 procent grasland of rustgewassen, moeten niet worden vermengd met doelvoorschriften, zoals waterkwaliteit. Anders dreigt op zandgronden het kind met het badwater te worden weggegooid. Verlaag de norm van 85 procent of geef ook ruimte voor doelsturing binnen grondgebondenheid. Positief is dat ruimte wordt geboden voor samenwerking. Cruciaal daarbij is wel dat de Belastingdienst voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de landbouwvrijstelling ook ruimte biedt voor diezelfde samenwerking. Dat is namelijk nu nog niet zo.

Wat betekent het voor uw situatie?

Momenteel is de minister samen met sectorpartijen op zoek naar hoe het wél kan. Daarna volgt de echte zoektocht in de Tweede en Eerste Kamer om voldoende steun voor de plannen te krijgen. Dat vraagt van sommige politieke partijen om over hun schaduw heen te stappen en de minister de ruimte te geven om beleid uit te voeren in het belang van zowel natuur als de toekomst van de landbouw.  

Zonder die meerderheid blijft de stikstofwet uit 2021 intact, blijft het vergunningenloket dicht voor iedereen en blijft voor agrarische ondernemers de onzekerheid bestaan of bestaande vergunningen wel standhouden. 

Wilt u weten wat de huidige onzekerheid rond stikstof, vergunningen en bedrijfsontwikkeling betekent voor uw situatie? Onze adviseurs denken graag met u mee over de mogelijkheden en gevolgen voor uw bedrijf. 

Auteurs

  • 69000

    Lubbert van Dellen