Het kabinet heeft samen met zeven partijen een hoofdlijnenconvenant gewasbescherming gesloten. Het doel is om de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen en tegelijkertijd landelijke duidelijkheid te creëren. De verdere uitwerking volgt in deelconvenanten. Voor u als akkerbouwer is vooral de vraag relevant wat dit betekent voor uw teelten, bedrijfsvoering en toekomstperspectief.
Daarover gingen André Hoogendijk, directeur van BO Akkerbouw, en Lubbert van Dellen, marktdirecteur agro van Flynth, met elkaar in gesprek. BO Akkerbouw komt op voor de belangen van de Nederlandse akkerbouw, draagt de ambities van de sector uit en komt met oplossingen voor collectieve vraagstukken.

Waarom is het convenant nodig?
Vanuit BO Akkerbouw wordt al langer gewezen op de toenemende druk op het beschikbare chemisch-synthetische pakket aan middelen. Tegelijkertijd verdwijnen ziekten en plagen niet. Sterker nog, door veranderende klimaatomstandigheden komen er nieuwe uitdagingen bij. De sector investeert al jaren in onderzoek, precisielandbouw, nieuwe teeltmethoden en alternatieven voor bestaande middelen. Maar het is ook duidelijk dat niet alle oplossingen vanuit de sector zelf kunnen komen.
Zoals André het verwoordt: “Voor ondernemers zien we een gat ontstaan in de gereedschapskist. Ze beschikken steeds minder over de middelen die nodig zijn om gewassen tot een goede oogst te brengen.” Het convenant moet daarom niet alleen leiden tot minder milieubelasting, maar vooral ook bijdragen aan nieuwe oplossingen, innovatie en perspectief voor ondernemers. Daarbij zijn goede afspraken met de overheid nodig, om die oplossingen in te kunnen zetten en met nieuw of ander gereedschap de kist weer aan te vullen.
Hoewel het convenant zich richt op gewasbescherming, ziet BO Akkerbouw de opgave breder. Ontwikkelingen rond bodembeheer, bemesting, waterkwaliteit en weerbare teeltsystemen hangen nauw met elkaar samen. Tegelijkertijd raken beleidstrajecten rond gewasbescherming, bemesting, waterkwaliteit en stikstof elkaar steeds vaker op het erf.
Duidelijkheid in plaats van postcodebeleid
Een tweede belangrijk doel van het convenant is het voorkomen van een lappendeken aan regels. Vanuit de sector bestaat zorg over de verschillende maatregelen die provincies en gemeenten kunnen nemen. André: "Wij noemen dat postcodebeleid. Dus op elke plek weer een andere afspraak. We zien dat dat niet werkbaar is en het geeft, zoals we ook zien door allerlei handhavingsverzoeken, heel veel onzekerheid voor ondernemers."
Volgens BO Akkerbouw zijn landelijke afspraken nodig zodat ondernemers weten waar zij aan toe zijn en niet per regio met verschillende regels worden geconfronteerd. Lubbert vult aan: “daarmee voorkom je ook dat de discussie over zones vooral een politieke of maatschappelijke discussie wordt, in plaats van een keuze op inhoud.”
Welke teelten staan het meest onder druk?
In de praktijk merken we bij Flynth dat ondernemers vooral vragen hebben over de toekomst van teelten als bloembollen, uien en aardappelen (zowel zetmeel- en consumptieaardappelen als pootgoedteelt). De centrale vraag daarbij is welke gewassen ook op langere termijn nog passen binnen uw bedrijf.
Volgens BO Akkerbouw staan vooral intensievere teelten voor de grootste uitdaging, wat geldt voor bloembollen, uien en (poot)aardappelen. Juist deze gewassen zijn sterk afhankelijk van een breed pakket aan effectieve maatregelen en middelen. Wanneer dat pakket kleiner wordt, voelen deze teelten dat eerder dan extensievere gewassen.
De gevolgen verschillen bovendien per regio. Bouwplannen, grondsoorten en teeltomstandigheden lopen sterk uiteen. Daardoor zal ook de impact van nieuwe maatregelen niet overal hetzelfde zijn. Ook is de onkruiddruk op zandgrond groter dan op kleigrond.
Waar liggen de oplossingen?
Ondanks de uitdagingen zien zowel BO Akkerbouw als Flynth veel mogelijkheden voor de sector. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar innovatie. Belangrijke ontwikkelingen zijn onder meer technieken, zoals precisielandbouw, spotsprayers, cameratechnologie en moderne wiedtechnieken, maar ook resistente rassen, en andere technieken waarmee gewassen gerichter kunnen worden beschermd. Voor aardappeltelers vormen resistente rassen een belangrijke kans. André: "De grootste knop waar de aardappelteelt nu aan kan draaien, is het gebruik van rassen met verbeterde resistenties."
Volgens BO Akkerbouw ligt de oplossing niet in één maatregel. Het gaat om een combinatie van techniek, kennisontwikkeling, innovatie en andere keuzes in de teelt en het bouwplan. De sector spreekt dan over Integrated Crop Management (ICM).
Hoe ziet de akkerbouw er over vijf tot tien jaar uit?
Ondanks alle discussies over gewasbescherming kijkt André positief naar de toekomst van de sector: "Ik zie veel perspectief voor de akkerbouw. Onze sector blijft een belangrijke rol spelen in de voedselvoorziening." Dat geldt voor verschillende typen teelten. Voor veel vraagstukken rond gewasbescherming bestaan al technische oplossingen of komen er in de komende jaren alternatieven aan. De uitdaging ligt vooral in het ontwikkelen, opschalen en toepassen van die oplossingen in de praktijk.
Het volgende grote vraagstuk: water
Tijdens het gesprek komt regelmatig naar voren dat de sector verder moet kijken dan alleen gewasbescherming. Volgens André en Lubbert wordt zoetwaterbeschikbaarheid een bepalende factor voor de toekomst van de akkerbouw: "Het vraagstuk wat nu al heel groot is, maar eigenlijk een beetje wegvalt in de hele discussie over gewasbescherming, is waterbeschikbaarheid. Beschik je over voldoende zoetwater? En wat kun je doen om het vast te houden?"
De sector verwacht dat ondernemers zich de komende jaren steeds meer zullen richten op het vasthouden, opslaan en efficiënt benutten van water. De uitdagingen verschillen daarbij per gebied, van hogere zandgronden tot regio's waar verzilting een rol speelt.
Zoals André aangeeft: "Dat is echt het thema waar akkerbouwers zich de komende decennia op zullen gaan aanpassen." Ook Lubbert ziet water als het volgende grote dossier voor de sector: "Op lange termijn zie je: met techniek, een goed convenant, kennis en samenwerking lossen we de vraagstukken rond gewasbeschermingsmiddelen op. Maar dan kom je in het volgende hoofdstuk en dat is water. Dat is opnieuw een complex vraagstuk."
Lees ook: Water wordt een strategische productiefactor
Vooruitkijken
Het convenant gewasbescherming draait uiteindelijk om meer dan middelengebruik alleen. Het raakt de toekomst van belangrijke teelten, de ruimte voor innovatie en de manier waarop ondernemers hun bedrijf verder ontwikkelen.
Volgens BO Akkerbouw liggen er voldoende kansen om de sector toekomstbestendig te houden. Tegelijkertijd maakt het gesprek duidelijk dat ondernemers niet alleen vooruit moeten kijken naar de uitwerking van het convenant, maar ook naar de volgende grote uitdaging die zich aandient: voldoende beschikbaar zoetwater voor de akkerbouw van morgen.
Het convenant gewasbescherming roept belangrijke vragen op over de toekomst van de akkerbouw. Maar wat kunt u als ondernemer vandaag al doen om uw bedrijf op die toekomst voor te bereiden? Lees hierover meer in het artikel ‘Niet afwachten, maar bouwen aan een toekomstbestendig akkerbouwbedrijf’
Wilt u weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor uw bedrijf, bouwplan of toekomstplannen? De agrarische adviseurs van Flynth denken graag met u mee. Neem contact op met uw adviseur van Flynth of maak gebruik van het contactformulier.