Veel akkerbouwers zullen bij de stikstofplannen van minister Van Essen (LNNV) denken: dat gaat vooral over de veehouderij. Dat klopt deels. De meeste maatregelen richten zich op ammoniak, mest en dierhouderij. Toch kunnen ook akkerbouwbedrijven gevolgen merken.
De plannen gaan namelijk niet alleen over stikstof. Het kabinet kijkt steeds vaker naar natuur, water, bodem en ruimtegebruik in samenhang. Daardoor kunnen ontwikkelingen in uw omgeving invloed krijgen op de keuzes binnen uw bedrijf.
Ook uw omgeving wordt belangrijker
De Kamerbrief laat zien dat het kabinet kiest voor een bredere aanpak. Daarmee worden andere vragen belangrijker. Niet alleen wat u teelt of hoeveel hectare u hebt, maar ook waar uw bedrijf ligt, welke natuurdoelen in uw omgeving gelden en welke plannen provincie en waterschap hebben.
Ligt uw bedrijf in de buurt van een Natura 2000-gebied of ligt uw bedrijf nabij aangewezen kwetsbare waterlopen, beken en grondwaterbeschermingsgebieden? Welke plannen heeft de provincie voor uw regio? En welke rol spelen waterkwaliteit en natuurdoelen?
De gebiedsgerichte aanpak zorgt ervoor dat twee vergelijkbare akkerbouwbedrijven toch met verschillende ontwikkelingen te maken kunnen krijgen. Een bedrijf bij een Natura 2000-gebied kan andere uitdagingen krijgen dan een bedrijf in een open landbouwgebied. Daarom is inzicht in uw eigen situatie belangrijk.
Grond, mest en water
De stikstofplannen kunnen gevolgen hebben voor de grondmarkt. Wanneer veehouderijbedrijven stoppen of extensiveren, kan landbouwgrond beschikbaar komen. Tegelijk kan diezelfde grond nodig zijn voor natuurontwikkeling, waterberging of andere maatschappelijke opgaven. Daardoor wordt grond steeds meer een strategische factor voor de toekomst van uw bedrijf.
Ook samenwerking met veehouders kan veranderen. Denk aan mestafzet, grondruil, voedergewassen of gezamenlijke investeringen. Dat kan gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en prijs van organische mest.
Daarnaast krijgt waterkwaliteit een grotere plaats in het beleid. Dat kan gevolgen hebben voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Middelen die nu beschikbaar zijn, kunnen in de toekomst onder druk komen te staan door strengere eisen. Verder heeft de minister de ambitie om rondom diverse waterlopen en beken ook beschermingszones op te leggen. Dat is echter nog maar beperkt uitgewerkt, het kan nog wijzigen.
Bodem en data worden belangrijker
De Kamerbrief legt veel nadruk op bodemkwaliteit. Een gezonde bodem draagt bij aan waterkwaliteit, nutriëntenbenutting, weerbaarheid tegen droogte en stabiele opbrengsten. Wie investeert in een gezonde bodem, vergroot daarmee de toekomstbestendigheid van het bedrijf.
Tegelijk vragen banken, afnemers en overheden vaker om inzicht in de prestaties en toekomstbestendigheid van een bedrijf. Met actuele gegevens over bodem, opbrengsten en bemesting kunt u sneller inspelen op nieuwe regelingen, subsidies en investeringskansen.
Wat kunt u nu al doen?
Breng uw positie in beeld en kijk vooruit. Let daarbij in ieder geval op:
- gebiedsplannen rond uw bedrijf
- ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden
- ligging ten opzichte van waterlopen, beken en rivieren
- afhankelijkheid van samenwerking met veehouders
- gevolgen van ontwikkelingen rond waterkwaliteit en gewasbescherming
- bodemkwaliteit en organische stof
- verwachte investeringen
- benodigde vergunningen en strategische percelen
Inzicht geeft meer mogelijkheden
De stikstofplannen leggen vandaag nog geen nieuwe landelijke productiebeperkingen op voor akkerbouwers. Toch kunnen de gevolgen de komende jaren steeds zichtbaarder worden. Wie nu inzicht heeft in de kansen en risico's, kan beter inspelen op veranderingen.
Wilt u weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor uw bedrijf? Bespreek uw situatie met uw adviseur. Samen brengt u kansen en risico's in beeld en bepaalt u welke keuzes passen bij de toekomst van uw onderneming.