Voor zowel werkgevers als zelfstandigen blijft er veel onduidelijkheid over zzp-constructies. Naar aanleiding van het Deliveroo-arrest wil de Nederlandse wetgever schijnzelfstandigheid verduidelijken in de wet. Het vorige kabinet diende al een wetsvoorstel in, maar de nieuwe regering brengt hierin wijzigingen aan. We zetten de huidige stand van zaken voor u op een rij.
De toenmalige Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid diende op 7 juli 2025 bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel in voor de Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties). In de memorie van toelichting omschreef hij schijnzelfstandigheid als volgt: “de situatie waarin wordt gewerkt als zelfstandige terwijl de werkende op basis van het arbeidsrecht (juridisch) een arbeidsovereenkomst heeft”.
Wetsvoorstel VBAR
Wetsvoorstel VBAR wil vooral de gezagsverhouding tussen opdrachtgever (werkgever) en opdrachtnemer (zelfstandige) verduidelijken. Daarbij spelen twee elementen een hoofdrol:
-
Stuurt de opdrachtgever de arbeid aan (werkinhoudelijk en/of organisatorisch)?
-
Verricht de opdrachtnemer de arbeid voor eigen rekening en risico?
Daarnaast bevat het wetsvoorstel een rechtsvermoeden. Dat wil zeggen: bij een overeenkomst van opdracht met een uurtarief dat lager is dan 38 euro (peildatum 1 januari 2026), gaat de wet uit van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtnemer die minder verdient, kan zich beroepen op dat vermoeden. De opdrachtgever moet dan aantonen dat de overeenkomst géén arbeidsovereenkomst is.
VBAR deels vervallen
Het kabinet Jetten is bezig met het vormgeven van een nieuw wetsvoorstel met de naam Zelfstandigenwet. Dit is een initiatief van VVD, D66, CDA en SGP en bevat aangepaste onderdelen van VBAR. De verduidelijking van de gezagsverhouding komt te vervallen. Het nieuwe wetsvoorstel neemt ondernemerschap als vertrekpunt en niet het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Ook is het de bedoeling om opdrachtgever en -nemer expliciet te betrekken bij de beoordeling.
Wetsvoorstel Zelfstandigenwet
Het wetsvoorstel Zelfstandigenwet introduceert een toetsingskader met drie toetsen.
-
De zelfstandigentoets
Gedraagt de werkende zich feitelijk als ondernemer? -
De werkrelatietoets
Hoe zit het met aansturing en inbedding in de organisatie? -
De sectorale toets
Werkt de zelfstandige in een sector met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid (bijvoorbeeld de bouwsector)?
In dat geval kan een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst gelden, tenzij de opdrachtgever het tegendeel bewijst.
Als aan alle criteria is voldaan, geldt de werkende als zelfstandige. De initiatiefnemers willen een onafhankelijke commissie oprichten om de arbeidsrelaties te toetsen. Tot slot bevat het wetsvoorstel verplichte voorzieningen voor zelfstandigen op het gebied van arbeidsongeschiktheid en pensioen. De wet laat daarbij ruimte voor eigen invulling.
Hoe gaat het verder?
Het onderdeel rechtsvermoeden van de VBAR zou op 1 juli 2026 in werking moeten treden, maar dan als onderdeel van de Zelfstandigenwet. Of dat gehaald wordt, is zeer de vraag. Het wetsvoorstel Zelfstandigenwet is bij het schrijven van dit artikel nog niet ingediend. Het blijft dus afwachten. We houden een vinger aan de pols en informeren u zodra we meer weten.
Hebt u vragen over samenwerking met zelfstandigen? Vraag onze arbeidsjuristen of HR-specialisten om advies. We houden rekening met de huidige wetgeving en wat we al weten over de nieuwe wetgeving. Neem contact op met uw eigen contactpersoon bij Flynth of vul onderstaand contactformulier in.
Hebt u een vraag over dit artikel?
Stel uw vraag via het onderstaande formulier en dan nemen wij contact met u op.