Energie onder druk: waarom de tuinbouw juist nu moet sturen op samenhangende keuzes

Nieuws

Hoge energieprijzen en onzeker beleid dwingen de tuinbouw tot strategische keuzes. Energie wordt sturend in teelt, arbeid en marktpositie.

Geopolitieke spanningen leiden tot hogere energieprijzen en zetten daarmee de Europese energievoorziening onder druk. Voor de Nederlandse tuinbouw betekent dat niet alleen hogere kosten, maar vooral een verschuiving in hoe bedrijven moeten sturen. Energie raakt inmiddels het hele bedrijf, van teeltkeuze tot marktstrategie. Het dwingt tuinbouwondernemers tot scherpere, samenhangende keuzes.  

De recente spanningen in het Midden-Oosten en de aanhoudende onzekerheid op de energiemarkt maken duidelijk hoe kwetsbaar de Europese energievoorziening is. Tegelijkertijd zorgen landelijke beleidsmaatregelen, zoals de stapsgewijze verhoging van de energiebelasting in de periode 2026 tot en met 2030 en de voorgenomen btw-verhoging op bloemen, planten, bloembollen en boomkwekerijproducten van 9  naar 21 procent, voor extra druk op de sector.  

Voor de Nederlandse tuinbouw zijn de gevolgen daarvan direct voelbaar, constateert Cor de Fijter, sectorleider Tuinbouw bij Flynth. ‘De tuinbouw is een energie-intensieve sector. Deze is voor een belangrijk deel afhankelijk van warmte en elektriciteit voor verwarming, belichting en productieprocessen.’ Hij legt uit dat dit vraagstuk alles in de keten raakt. ‘Naast de productie zelf, ook meststoffen, gewasbescherming, transport en uiteindelijk de prijs voor de consument. In feite werkt het door in vrijwel elke schakel van de sector en beïnvloedt dit direct de concurrentiepositie van bedrijven.’

Energie als strategische keuze 

Waar energie vroeger vooral werd gezien als een randvoorwaarde om te kunnen produceren, is alles wat energie te maken heeft, nu een sturend element in het bedrijf geworden. Ondernemers moeten voortdurend afwegen hoe zij omgaan met stroomverbruik in relatie tot andere keuzes. De Fijter ziet dat die afweging steeds complexer wordt. ‘Ondernemers sturen niet meer alleen op kosten en productie, maar ook op leverzekerheid, productkwaliteit en de manier waarop ze energie in het bedrijf inzetten. Zo verschuift de focus van puur kostprijsdenken naar bredere waardecreatie.’ 

Die ontwikkeling tekent zich steeds duidelijker af in de bedrijfsvoering, vertelt De Fijter. ‘Bedrijven kijken niet alleen meer naar hun energiecontracten of installaties, maar nemen energie mee in strategische keuzes: wanneer produceer je, wat produceer je en voor welke markt? Dat betekent dat energie niet langer louter iets is wat je “inkoopt”, maar iets waar je actief op stuurt.’

Vinden van de juiste mix 

In het schakelen tussen de verschillende bedrijfsfactoren speelt ook arbeid een wezenlijke rol. ‘Je hebt gewassen die veel arbeid vragen en gewassen die minder arbeid nodig hebben,’ zegt De Fijter. ‘Daar pas je de productie op aan. Dat betekent dat ondernemers verder kijken dan de opbrengst of marktprijs. Ze nemen de combinatie van arbeid, energie en risico in hun bedrijfsvoering mee.’ 

Ondernemerschap verschuift zo van optimaliseren naar balanceren, stelt De Fijter. ‘Het gaat niet meer om het maximaliseren van één variabele, maar om het vinden van de juiste mix. Een productiekeuze met een hoge opbrengst kan bijvoorbeeld minder interessant zijn als die gepaard gaat met hoge energiekosten of arbeidsdruk. Dit vraagt om een bredere blik op het bedrijf. Behalve kijken naar wat technisch mogelijk is, moeten tuinbouwers ook overwegen wat strategisch verstandig is.’

Goede onderbouwing in onzekere tijden 

Die bredere afweging wordt volgens De Fijter extra belangrijk in een omgeving die minder voorspelbaar is geworden. Waar ondernemers vroeger vooral konden sturen op efficiëntie en schaal, moeten zij nu omgaan met onzekerheid en veranderende omstandigheden. ‘Die onzekerheid zit niet alleen in energieprijzen, maar ook in regelgeving, arbeidsmarkt en marktvraag. Wat vandaag rendabel is, kan morgen onder druk staan. Een productiekeuze die bij lagere energieprijzen goed uitpakt, kan bij hogere kosten ineens minder aantrekkelijk worden. Tegelijk bepalen schommelingen in vraag en prijs of een product nog tegen de gewenste marge verkocht kan worden.’ 

De Fijter legt uit wat dit van de ondernemer vraagt. ‘Die moet behalve naar productie, ook kijken naar timing, contracten en marktpositionering.’ Ook aan de financieringskant spelen deze ontwikkelingen mee’, gaat hij verder. ‘Investeringen in bijvoorbeeld energie-installaties of verduurzaming vragen om een goede onderbouwing, waarbij de tuinbouwer rekening moet houden met verschillende mogelijke uitkomsten. De haalbaarheid hangt immers samen met energieprijzen, rendement en risico’s. Hij moet dus grip houden op de korte termijn, juist om langetermijnperspectief te behouden. Dit betekent dat de ondernemer niet langer kan uitgaan van één vast scenario. Beslissingen zijn minder lineair geworden en vergen flexibiliteit en inzicht.’ 

Actieve rol pakken op het net 

Tegelijkertijd verandert ook de rol van de sector zelf. Natuurlijk, de tuinbouw is als grootverbruiker sterk afhankelijk van energie. Maar dit creëert ook kansen, schetst De Fijter. ‘Bedrijven in de tuinbouw kunnen warmte en elektriciteit leveren en flexibel omgaan met energie. Ze kunnen inspelen op schommelingen in vraag en aanbod en zo bijdragen aan het in balans houden van het net.’ Hij licht toe hoe dat in de praktijk werkt. ‘Tuinbouwbedrijven nemen niet alleen energie af, maar produceren die ook zelf en leveren die terug. Denk aan warmtekrachtkoppeling (WKK), het benutten van restwarmte en het leveren van elektriciteit. Daarnaast kunnen ze hun energiegebruik aanpassen aan de beschikbaarheid, bijvoorbeeld door productieprocessen daarop af te stemmen.’ 

Volgens De Fijter ligt hier nog onbenut potentieel. ‘Daar kunnen bedrijven nog beter op inzetten. Hoe? Dat is iets om serieus over na te denken. In een tijd van netcongestie en druk op de energie-infrastructuur wordt deze rol in ieder geval wel steeds belangrijker. Door deze rol verder te ontwikkelen, kan de sector op termijn ook bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Zo kan de tuinbouw bijdragen aan stabiliteit en flexibiliteit in het energiesysteem.’

Voedsel, gezondheid en leefomgeving 

Hoewel energie een urgent thema is, zijn de ontwikkelingen en uitdagingen in de tuinbouw diverser van aard en zorgt de sector ook op andere manieren voor impact, benadrukt De Fijter. ‘We produceren gezond voedsel, met oog voor kwaliteit en duurzaamheid,’ zegt hij. Hij doelt op de manier waarop de sector efficiënt, innovatief en zorgvuldig produceert. Tegelijkertijd reikt de impact van de sector verder dan voedsel alleen. De Fijter: ‘Planten en groen dragen bij aan een betere leefomgeving. Groen speelt een rol in het verbeteren van luchtkwaliteit, het verminderen van hittestress en het creëren van een omgeving waarin mensen zich prettiger en gezonder voelen.’  

Zo raakt de tuinbouw aan bredere opgaven, zoals gezondheid, leefbaarheid en klimaatadaptatie, ziet De Fijter. ‘In een tijd waarin de druk op de leefomgeving toeneemt, groeit het belang van groen als onderdeel van de oplossing.’ De sector levert op die manier meer dan alleen economische waarde, weet De Fijter. ‘Het belang van een groene leefomgeving voor de gezondheid en het welbevinden van mens en dier laat heel duidelijk de maatschappelijke waarde van de sector zien. Juist die combinatie maakt de tuinbouw relevant voor de toekomst: als producent van voedsel én als bijdrage aan een duurzame en leefbare omgeving.’ 

Fundament voor de toekomst 

Die belangrijke economische en maatschappelijke waarde reikt verder dan Nederland, besluit De Fijter. ‘Ook in Europees verband blijft de Nederlandse tuinbouw van groot belang. De sector draagt bij aan voedselzekerheid, neemt een sterke positie in binnen de Europese voedselketen en speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van duurzame en innovatieve oplossingen voor energie en leefomgeving. Juist die combinatie maakt de tuinbouw tot meer dan een economische sector: het is een fundament onder een toekomstbestendige samenleving.’ 

Meer inzicht in de financiële impact van energiekeuzes? Volg het webinar ‘Zet energie‑inzicht om in rendement’ op 7 mei 2026. 

 

Auteurs