Melkveehouders-staan-voor-verschillende-vraagstukken---Flynth-helpt

Wanneer loont deelname aan de SEM: rekenen met uw eigen cijfers

Nieuws

De Subsidieregeling Extensivering Melkveehouderij (SEM) vraagt om een zorgvuldige financiële afweging. Het saldo per koe speelt daarbij een doorslaggevende rol. Met cijfers en voorbeelden wordt zichtbaar hoe verschillen binnen de veestapel bepalend kunnen zijn voor de keuze om wel of niet deel te nemen.

De Subsidieregeling Extensivering Melkveehouderij (SEM) kan kansen bieden voor melkveehouders die tijdelijk willen extensiveren. Of deelname ook financieel aantrekkelijk is, hangt sterk af van de situatie op uw bedrijf. Daarbij speelt het saldo per koe een belangrijke rol.

Wisselende opbrengstprijzen maken het voor melkveehouders steeds belangrijker om scherp te sturen op financiële kengetallen. Eén daarvan springt er nadrukkelijk uit: het saldo van opbrengsten min de toegerekende kosten per koe.

Dit kengetal geeft direct inzicht in de economische prestaties van uw veestapel en vormt een essentiële basis voor strategische keuzes. Zeker bij de afweging om wel of niet deel te nemen aan de Subsidieregeling Extensivering Melkveehouderij (SEM) bij openstelling in juni 2026. Niet alleen het gemiddelde van de hele veestapel, maar juist de verschillen tussen groepen koeien bepalen vaak de uitkomst van de afweging.

Wat zegt het saldo per koe

Het saldo per koe is de financiële bijdrage van één melkkoe aan het bedrijfsresultaat, voordat vaste kosten en privé-uitgaven worden meegenomen. Het saldo bestaat uit opbrengsten en toegerekende kosten.

Opbrengsten zijn onder andere:

  • melk
  • vee, zoals afvoer en aanwas
  • eventuele nevenopbrengsten

 Toegerekende kosten zijn onder andere: 

  • voer, zowel krachtvoer als ruwvoer
  • diergezondheid
  • fokkerij
  • energie, voor zover direct toe te rekenen
  • mestafzet
  • overige directe kosten

Door het saldo per koe te berekenen, ontstaat een zuiver beeld van hoe efficiënt koeien produceren en hoe kosten zich verhouden tot opbrengsten. Daarmee vormt dit kengetal een belangrijke basis voor strategische keuzes op het melkveebedrijf, zeker bij de afweging om deel te nemen aan de SEMregeling.

Grote verschillen tussen melkveebedrijven

In de praktijk blijken de verschillen tussen melkveebedrijven aanzienlijk. Bij Flynth zien wij dat het gerealiseerde saldo per koe sterk kan verschillen tussen melkveebedrijven. Deze verschillen per koe hebben vaak een bandbreedte van 1.000 tot 1.500 euro per koe. Deze verschillen worden onder andere veroorzaakt door:

  • voerefficiëntie en rantsoensamenstelling
  • melkproductie per koe en gehalten
  • gezondheid en levensduur van de koeien
  • mestplaatsingsruimte en de organisatie van mestafvoer
  • overige verschillen in bedrijfsmanagement en kostenbeheersing

Ook binnen één jaar kunnen de verschillen tussen bedrijven groot zijn. Voor een goede vergelijking is het belangrijk bedrijven naast elkaar te zetten met een vergelijkbare intensiteit, melkproductie per hectare en grondsoort. Zelfs bij bedrijven met een vergelijkbare intensiteit blijven de verschillen vaak groot en varieert deze van 1.000 tot 1.500 euro per koe per jaar.

Advies: scherp zicht op uw saldo per koe

Naast de SEM-vergoeding voor ingeleverd fosfaatrecht, is de SEM-vergoeding voor inkomensverlies 1.606 euro per koe per jaar. Om te beoordelen of deelname voor uw bedrijf financieel interessant is, is het belangrijk dat u uw saldo per koe scherp in beeld hebt. Dat stelt u in staat om rond de openstelling snel en onderbouwd te schakelen. Twijfelt u over de uitkomsten of de juiste afweging voor uw situatie, dan is het verstandig om hierover afstemming te zoeken met een deskundig adviseur.

Het gemiddelde zegt niet alles

Het gemiddelde saldo per koe geeft een beeld van de prestaties van de totale veestapel, maar is voor de SEMafweging vaak onvoldoende. Binnen één bedrijf bestaan namelijk grote verschillen tussen koeien.

In de praktijk zijn vaak drie groepen te onderscheiden:

  1. Het deel van de melkkoeien waarvoor geen mest hoeft te worden afgevoerd en geen ruwvoer hoeft te worden aangekocht. Deze groep levert doorgaans het hoogste saldo.
  2. De koeien waarvoor mest moet worden afgevoerd. Door deze extra kosten daalt het saldo per koe.
  3. De koeien waarvoor naast mestafvoer ook ruwvoer moet worden aangekocht. Dit is vaak de groep met het laagste saldo.

Juist deze verschillen zijn bepalend bij de vraag of de SEMvergoeding opweegt tegen het rendement dat met deze koeien wordt behaald.

Praktisch voorbeeld

Een bedrijf met een melkproductie van 9.500 kilogram melk per koe en totale opbrengsten vanuit melk en veeverkoop van 50 cent per kilogram melk realiseert een opbrengst van 4.750 euro per koe per jaar. De toegerekende kosten voor krachtvoer, gezondheidszorg, fokkerij en overige kosten bedragen in dit voorbeeld 1.800 euro per koe.

Het saldo voor ‘de eerste groep’ koeien komt daarmee uit op (4.750 min 1.800 euro) 2.950 euro per koe per jaar. In deze situatie is (nog) geen mestafvoer nodig en wordt geen ruwvoer aangekocht.

Is er voor de volgende groep koeien onvoldoende mestplaatsingsruimte beschikbaar en moet mest worden afgevoerd? De kosten hiervoor zijn afhankelijk van de regio en het afvoermoment. Bij bijvoorbeeld 30 kubieke meter mest per koe tegen 30 euro per kubieke meter bedragen de kosten 900 euro per koe. Het saldo voor ‘de tweede groep’ daalt dan met 900 euro naar 2.050 euro per koe.

Wanneer voor een volgende groep koeien naast mestafvoer ook ruwvoer volledig moet worden aangekocht, voor bijvoorbeeld 900 euro per koe, kan het saldo verder dalen tot ongeveer 1.150 euro per koe.

De SEMvergoeding voor inkomensverlies bedraagt 1.606 euro per koe per jaar. In dit voorbeeld is deelname aan de SEMregeling voor de derde groep koeien (saldo: 1.150 euro) financieel interessant. De SEM-vergoeding voor inkomensverlies is hoger dan het saldo per koe voor deze groep koeien. Dit is voor de eerste (saldo: 2.950 euro) en tweede groep (saldo: 2.050 euro) niet het geval.

Wat betekent dit voor de SEMkeuze

Dit voorbeeld laat zien dat deelname aan de SEMregeling zelden een allesofnietsbeslissing is. Vaak gaat het om de vraag welk deel van de veestapel minder rendeert en of de SEMvergoeding voor die koeien opweegt tegen het gemiste saldo.

Daarbij spelen ook andere factoren mee, zoals:

  • mestafzetkosten
  • ruwvoerpositie
  • arbeidsinzet
  • toekomstplannen voor het bedrijf
  • welke koeien het meeste bijdragen aan het resultaat
  • welke koeien een lager rendement hebben
  • voor welk deel van uw bedrijf deelname aan de SEMregeling financieel kan passen

Meer over de SEMregeling

Wilt u weten hoe de SEMregeling precies werkt en welke voorwaarden gelden, lees dan het artikel ‘SEMregeling voor melkveehouders: wat betekent dit voor uw bedrijf’. Daarin zetten wij de regeling en de belangrijkste aandachtspunten voor melkveehouders op een rij.

Kiezen op basis van inzicht

Een goede keuze begint met goed financieel inzicht. Bij Flynth ontwikkelden en gebruiken wij een rekentool die, op basis van uw eigen bedrijfsresultaten, de saldoverschillen per koe, binnen uw veestapel inzichtelijk maakt. Zo wordt duidelijk:

Dit inzicht vormt samen met andere (bedrijfsspecifieke) aspecten de basis voor een bewuste en onderbouwde keuze.

Wilt u dat financiële inzicht ontvangen, weten wat deelname aan de SEM voor uw bedrijf betekent of sparren over de keuzes waar uw melkveebedrijf voor staat? Neem dan contact op met uw adviseur bij Flynth of maak gebruik van onderstaand contactformulier.

Auteurs

  • Hans Scholte

    Hans Scholte

    Ik ben senior bedrijfsadviseur bij Flynth sinds 1991, ondersteun melkveehouders en akkerbouwers bij bedrijfsontwikkeling en financiering. Analyseer haalbaarheid, verbeter exploitatie en begeleid succesvolle financieringsaanvragen.