Volgens Cor de Fijter, sectorleider Tuinbouw bij Flynth, vraagt de grote dynamiek in de wereld om een fundamenteel andere manier van sturen. Het draait niet langer alleen om efficiëntie of schaalvergroting, maar om koers houden in een continu veranderende omgeving.
De Nederlandse tuinbouw heeft zich jarenlang ontwikkeld in een omgeving waarin ondernemers vooral bezig waren met optimaliseren. Groei, kostprijsbeheersing, en schaalvergroting vormden lange tijd de dominante thema’s binnen het ondernemerschap. Volgens Cor de Fijter is die werkelijkheid inmiddels veranderd. ‘Tien of vijftien jaar geleden waren de kaders voor een ondernemer redelijk overzichtelijk. Natuurlijk waren er toen ook risico’s, maar de wereld was overzichtelijker. Nu verandert de context voortdurend.’
Wereldwijde spanningen
Die verandering wordt volgens De Fijter voor een deel gevoed door geopolitieke ontwikkelingen. Internationale spanningen werken inmiddels direct door in de dagelijkse praktijk van de tuinbouwondernemer. Oorlogen, energiepolitiek, handelsconflicten en economische machtsverschuivingen beïnvloeden niet alleen olie- en gasprijzen, maar werken ook door in productiekosten, logistiek, inflatie en hebben uiteindelijk ook invloed op het gedrag van consumenten. Internationale machtsverhoudingen verschuiven, zo vertelt De Fijter. ‘Europa moet zich daarom afvragen hoe strategische onafhankelijkheid georganiseerd wordt.’ Juist daardoor krijgt de Nederlandse tuinbouw volgens hem een bredere strategische betekenis. ‘Niet alleen als producent van voedsel, bloemen en planten, maar ook als kenniscluster, innovatieomgeving en onderdeel van de Europese leverzekerheid en energievoorziening. Dat totale ecosysteem wordt steeds belangrijker.’
Ondernemen in een complexer speelveld
Tegelijkertijd neemt de druk op ondernemers vanuit meerdere kanten toe. Retail stelt strengere eisen aan duurzaamheid en openheid. Banken letten meer op risico’s en op ESG‑factoren (Environmental, Social & Governance: milieu, sociale impact en goed bestuur) en of bedrijven klaar zijn voor de toekomst. Regelgeving rond emissies, energie en gewasbescherming verandert sneller dan voorheen. Ook de arbeidsmarkt staat structureel onder druk. De Fijter: ‘Ondernemers moeten vandaag beslissingen nemen, terwijl heel veel factoren om hen heen bewegen. Juist daardoor verschuift ondernemerschap van optimaliseren naar koers zetten en bijsturen onder onzekerheid.’
Structurele toekomstscenario’s
Opvallend genoeg ziet De Fijter de grote ontwikkelrichting van de sector niet fundamenteel veranderen. Volgens hem beweegt de Nederlandse tuinbouw al langere tijd richting een aantal structurele toekomstscenario’s. Daarbij gaat het onder meer om klimaatneutraliteit en verdere verduurzaming, intensief-technologische productie, meer regionale en transparante ketens en circulaire vormen van tuinbouw. Dat zijn volgens hem geen losse trends meer, maar structurele bewegingen waar vrijwel iedere ondernemer inmiddels mee te maken heeft.
Een van de belangrijkste ontwikkelingen daarin is de beweging richting klimaatneutraliteit. De glastuinbouw werkt toe naar een klimaatneutrale sector in 2050. Dat betekent dat bedrijven verder elektrificeren, energie slimmer gebruiken, warmte hergebruiken en meer inzetten op duurzame energie. Daarnaast moeten ze de uitstoot verminderen en zuiniger omgaan met water en grondstoffen.
Tegelijkertijd versnelt de technologische ontwikkeling in hoog tempo. Robotisering, automatisering en datagedreven teelt worden steeds belangrijker, mede doordat arbeid schaarser en duurder wordt. Volgens De Fijter gaan kunstmatige intelligentie, realtime datasturing en patroonherkenning daarbij een steeds grotere rol spelen in de dagelijkse bedrijfsvoering.
Die technologische ontwikkeling staat bovendien niet op zichzelf, maar hangt nauw samen met veranderende eisen vanuit de markt. Ondernemers moeten daardoor steeds beter kunnen uitleggen hoe zij produceren, met welke impact en onder welke omstandigheden.
Vaste richting, maar steeds nieuwe hindernissen
Juist vanuit die combinatie van duurzaamheid, technologie en marktvraag beweegt de sector zich volgens De Fijter ook steeds verder richting circulaire systemen. Daarbij worden water, nutriënten, energie en grondstoffen zoveel mogelijk hergebruikt. Volgens De Fijter zit de grootste verandering daarom niet in de bestemming, maar in de route ernaartoe. ‘De vraag is niet óf die bewegingen doorgaan,’ zegt hij. ‘De vraag is vooral: in welk tempo, in welke volgorde en onder welke omstandigheden?’
Want juist daar grijpen ontwikkelingen op korte termijn steeds harder in op plannen voor de lange termijn. Een ondernemer kan een duidelijke ambitie hebben om te elektrificeren, maar vervolgens vastlopen omdat het stroomnet vol zit. Of willen investeren in verduurzaming, terwijl stijgende energieprijzen of hogere rente juist druk zetten op liquiditeit en financierbaarheid. ‘Je hebt je langetermijnvisie,’ aldus De Fijter, ‘maar ondertussen krijg je allerlei verstoringen over je heen. Dan moet je jezelf voortdurend afvragen: past dit nog binnen mijn scenario? Moet ik versnellen, vertragen of tijdelijk een andere route kiezen?’
Scenario’s als praktisch stuurinstrument
Volgens De Fijter vraagt die combinatie van langetermijnambities en kortetermijnverstoringen om een andere manier van sturen. Niet uitgaan van één vaste toekomst, maar voorbereid zijn op meerdere mogelijke ontwikkelingen tegelijk. De Fijter constateert dat scenariodenken soms nog te veel wordt gezien als een theoretische managementoefening. Terwijl het volgens hem juist een praktisch hulpmiddel is om grip te houden in een omgeving waarin meerdere uitkomsten tegelijk mogelijk zijn.
‘Scenario’s helpen ondernemers om vooraf na te denken: wat doe ik als omstandigheden veranderen?’ Dat begint volgens hem niet bij ingewikkelde modellen, maar bij het inzichtelijk maken van kwetsbaarheden en afhankelijkheden binnen het bedrijf.
- Wat gebeurt er als energieprijzen opnieuw sterk stijgen?
- Wat als arbeid verder schaarser gaat worden?
- Wat als regelgeving sneller verandert dan verwacht?
- Wat als consumenten minder besteden?
‘Die kortetermijnverstoringen zijn niet allemaal exact financieel door te rekenen. Maar je kunt wel nadenken over mogelijke richtingen en de gevolgen daarvan.’
Energie en infrastructuur
Een belangrijk scenario binnen de glastuinbouw draait momenteel om energie en infrastructuur. De sector beweegt richting klimaatneutraliteit en elektrificatie, terwijl tegelijkertijd duidelijk wordt dat het elektriciteitsnet die ontwikkeling nog onvoldoende kan ondersteunen. ‘We willen van het gas af,’ zegt De Fijter. ‘Maar het elektriciteitsnet is daar nog niet volledig op ingericht. Daardoor ontstaan fundamentele keuzes. Investeer je nu al in elektrificatie? Wacht je op uitbreiding van infrastructuur? Kies je tijdelijk voor hybride oplossingen? Of accepteer je dat bepaalde verduurzamingsstappen later plaatsvinden dan eerder gedacht?’ Precies daar ziet De Fijter de waarde van scenariodenken. ‘Ondernemers weten niet exact welke situatie werkelijkheid wordt, maar zij bereiden zich voor op meerdere mogelijke werkelijkheden tegelijk.’
Arbeidsmarkt en marktpositie
Hetzelfde ziet hij gebeuren bij arbeid. De beschikbaarheid van personeel neemt af, terwijl kosten blijven stijgen. Daardoor worden ondernemers gedwongen opnieuw te kijken naar automatisering, robotisering en soms zelfs naar hun product- of teeltkeuzes. ‘Sommige gewassen zijn eenvoudiger te automatiseren dan andere. Dan moet je dus overwegen: past mijn huidige teelt nog bij de arbeid die straks beschikbaar is?’
Ook marktscenario’s worden belangrijker. Inflatie en economische onzekerheid beïnvloeden consumentengedrag en daarmee de vraag naar producten. ‘Ondernemers moeten zich daarom steeds vaker afvragen hoe robuust hun marktpositie werkelijk is’, legt De Fijter uit.
Handelingsperspectief houden, inzicht krijgen
Het is belangrijk om signalen op te vangen, deze om te zetten naar producten en diensten en het rendement op peil te houden. De vraag is telkens: hoe past een kortetermijnontwikkeling nog binnen mijn langetermijnvisie? Scenario’s zijn geen voorspelling. Ze helpen ondernemers vooral om handelingsperspectief te houden.’
Om zulke afwegingen te kunnen maken, is inzicht essentieel, stelt De Fijter. ‘Niet alleen historische cijfers, maar vooral actuele stuurinformatie. Je moet weten waar je staat. Wat gebeurt er als energie stijgt? Wat gebeurt er als kunstmest duurder wordt? Wat als de omzet tijdelijk terugloopt?’ Daarbij volstaat één begroting of één verwachting steeds minder, ziet hij. ‘Ondernemers moeten leren denken in bandbreedtes, gevoeligheden en meerdere mogelijke uitkomsten.’
Informatiegedreven keuzes maken
De Fijter raadt ondernemers aan om positieve en negatieve scenario’s door te rekenen: wat betekent dat voor mijn winst- en verliesrekening? Wat betekent het voor mijn investeringsruimte of continuïteit? Juist daar verandert volgens hem ook de rol van data en digitalisering. ‘De tuinbouw verzamelt steeds meer realtime informatie over klimaat, arbeid, energie, productie en kwaliteit. Maar de echte waarde ontstaat pas wanneer die data worden vertaald naar patronen, inzichten en betere beslissingen.’
Een ondernemer gaat van data naar informatie, naar patroonherkenning en uiteindelijk naar voorspellingen. Zo kan deze steeds bewuster sturen. Ondernemerschap wordt daardoor niet volledig rationeel, maar blijft ook afhankelijk van intuïtie en ervaring. Maar ondernemers sturen wel steeds bewuster op informatiegedreven keuzes.’ De Fijter ziet juist daar het verschil ontstaan tussen bedrijven die vooral reageren en bedrijven die regie houden. ‘Wie zijn cijfers kent en meerdere scenario’s doorrekent, kan eerder bijsturen,’ zegt hij. ‘Dan ben je niet alleen bezig met overleven op korte termijn, maar ook met het beschermen van je langetermijnstrategie.’
Van losse optimalisatie naar integrale afwegingen
Juist doordat ontwikkelingen steeds meer met elkaar verweven raken, vraagt ondernemerschap anno 2026 een integrale manier van kijken. De Fijter: ‘Kiezen voor een energievorm raakt direct aan kostprijs, investeringen, arbeid, leverzekerheid en marktstrategie. Een investering in automatisering beïnvloedt financiering, schaalgrootte en personeelsbehoefte. En verduurzaming raakt niet alleen regelgeving, maar ook ketenpositie en consumentenvertrouwen. Het gaat steeds meer over integrale keuzes. Je kunt die onderwerpen niet meer los van elkaar zien.’
Maar het is meer dan dat. ‘Ondernemerschap vraagt ook om meer flexibiliteit in de uitvoering. Sommige ondernemers zullen investeringen versnellen. Anderen kiezen bewust voor tijdelijke tussenoplossingen of hybride systemen. Weer anderen zoeken samenwerking in energiehubs, data-uitwisseling of regionale ketens.’ Juist daar ziet De Fijter ook de kracht van de Nederlandse tuinbouw terug. ‘De sector heeft zich altijd ontwikkeld onder druk van schaarste. Beperkte ruimte, hoge kosten en strenge randvoorwaarden dwongen ondernemers om slimmer, efficiënter en innovatiever te produceren. Innovatie ontstaat vaak juist dóór beperkingen.’
Marktaandeel pakken door te sturen
Tegen het licht van al deze kortetermijn- en langetermijnontwikkelingen verwacht De Fijter dat scenariodenken de komende jaren steeds belangrijker wordt binnen ondernemerschap in de tuinbouw. Het is nodig om koersvast te blijven in een wereld die snel verandert en minder voorspelbaar is. Juist ondernemers die met scenariodenken aan de slag gaan, worden uiteindelijk de nieuwe koplopers. Zij kennen de veranderingen in hun omgeving en weten met ondernemerschap dit om te zetten in passende producten en diensten. Dat zijn de bedrijven die in staat zijn om verschillende scenario’s naast elkaar te blijven beoordelen, tijdig bij te sturen en tegelijkertijd vast te houden aan hun langetermijnrichting. Wie het beste stuurt met flexibiliteit en data, pakt uiteindelijk marktaandeel.’
Wilt u hierover verder sparren? Neem dan contact op met uw adviseur van Flynth, of vul het onderstaande contactformulier in.