Prinsjesdag voor de werkgever

Prinsjesdag voor de werkgever

Relevante informatie uit het belastingplan 2022 voor werkgevers.

voor u als werkgever

Voorgesteld wordt om het moment waarop aandelenoptierechten van werknemers in de loonheffingen worden betrokken met ingang van 1 januari 2022 aan te passen.

Aandelenoptierechten

Op grond van de huidige wet worden aandelenoptierechten belast op het moment dat deze optierechten worden uitgeoefend, met andere woorden het moment waarop de optierechten worden omgezet in aandelen. Dat blijft zo bij aandelen die bij de uitoefening direct verhandelbaar zijn. Voor aandelen die bij uitoefenen van het optierecht niet direct verhandelbaar zijn, wordt het heffingsmoment verschoven naar het moment waarop de bij uitoefening van het aandelenoptierecht verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Maar de werknemer mag in dat laatste geval ook kiezen voor heffing bij uitoefening van het optierecht. Die keuze moet hij dan wel uiterlijk op het moment van uitoefenen schriftelijk aan de werkgever kenbaar maken.

Moment van verhandelbaar

Belangrijk is dat aangesloten wordt bij het moment van het verhandelbaar zijn, dat is het moment waarop de betreffende werknemer de mogelijkheid heeft deze aandelen te vervreemden. Dat hoeft dus niet samen te vallen met het moment waarop hij/zij de aandelen daadwerkelijk vervreemdt. Voor de omvang van het in aanmerking te nemen voordeel wordt dan aangesloten bij de waarde in het economische verkeer van de aandelen ten tijde van het verhandelbaar worden. Eventueel verhoogd met het vóór het verhandelbaar worden uitgekeerde dividend.

De bestaande fiscale tegemoetkoming voor aandelenoptierechten voor start-ups met een S&O-startersverklaring komt hiermee per 1 januari 2022 te vervallen.

Let op!
De aandelen worden voor deze regeling in principe geacht vijf jaar na beursgang verhandelbaar te zijn. De heffing kan dus niet eindeloos worden uitgesteld. Die vijfjaarstermijn geldt overigens ook als de vennootschap al beursgenoteerd is.

Tip!
De werknemer mag kiezen uit de twee afrekenmomenten. Aansluiten bij het moment van uitoefening is dus nog steeds mogelijk, mits die keuze uiterlijk op het moment van uitoefenen schriftelijk aan de werkgever kenbaar is gemaakt.

U mag uw werknemers vanaf 1 januari 2022 een belastingvrije vergoeding voor thuiswerken gaan verstrekken van maximaal € 2 per thuiswerkdag. Het betreft een (nieuwe) gerichte vrijstelling voor de werkkostenregeling. Het mag ook een vaste vergoeding zijn volgens een structureel thuiswerkpatroon. Daarbij wordt aangesloten bij de  systematiek van de woon-werkvergoedingen (bij 128 dagen thuiswerken een vaste onbelaste vergoeding op basis van 214 dagen).

Thuiswerkkostenvergoeding óf de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer

U kunt per dag óf de thuiswerkkostenvergoeding, óf de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer geven. Dat geldt ook als een werknemer een gedeelte van de dag thuiswerkt en het ander deel op de vaste werkplek. Werkt uw werknemer op een dag deels thuis en reist hij/zij op diezelfde dag naar een andere plek dan de vaste werkplek – dus een zakelijke reis niet zijnde woon-werkverkeer – dan mag u wel zowel de vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding als de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding toepassen.

Tip!

  • Deze vergoeding is een aanvulling op de al bestaande mogelijkheden om arbo-voorzieningen en noodzakelijke ICT-middelen op de thuiswerkplek onbelast te vergoeden.
  • Maak met uw personeel tijdig goede afspraken over thuiswerken en de daaraan te koppelen vergoeding. Houd er daarbij wel rekening mee dat de voorgestelde vrijgestelde thuiswerkvergoeding pas per 1 januari 2022 geldt.

Let op!

De komst van deze nieuwe vrijstelling pakt niet in alle gevallen voordelig uit. In geval van een vijfdaagse werkweek kunt u nu nog op grond van de 128-dagenregeling bij twee dagen structureel thuiswerken toch een vaste reiskostenvergoeding geven uitgaande van vijf dagen woon-werkverkeer. Vanaf 2022 moet u wel rekening gaan houden met dat structurele thuiswerken. U mag in dat geval dus ‘slechts’ een vaste vrijgestelde vergoeding geven voor drie dagen woonwerkverkeer (hoogte afhankelijk van de (dubbele) reisafstand woning-werk) naast een vaste vrijgestelde vergoeding voor het thuiswerken (maximaal € 2). Bij incidentele afwijkingen van het patroon hoeft daarop overigens geen correctie plaats te vinden.

Voorgesteld wordt om de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-afdrachtvermindering, beter bekend als de WBSO) op een tweetal punten aan te passen.

  • Ten eerste wordt voorgesteld een aantal wijzigingen door te voeren om de aanvraag-, mededeling- en verrekensystematiek verder te vereenvoudigen.
  • Daarnaast stelt het kabinet voor om te verduidelijken dat alleen kosten en uitgaven die aangevraagd zijn en waarvoor een S&O-afdrachtvermindering toegekend is, kunnen worden opgevoerd bij de mededeling.

In het Besluit noodmaatregelen coronacrisis was al een tijdelijke verhoging van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) voor het jaar 2021 opgenomen. De vrije ruimte is daarbij vastgesteld op 3% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000, plus 1,18% van het meerdere. Dat wordt nu wettelijk verankerd. Door de verruiming van de vrije ruimte kunt u in 2021 als werkgever uw werknemers extra (onbelast) tegemoetkomen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een cadeaubon.

Tip
Door de extra vrije ruimte in 2021 over de loonsom tot €  400.000 kan toepassing van de zogenoemde concernregeling ongunstig uitpakken. Check of het berekenen van de vrije ruimte per concernonderdeel gunstiger is.

Vanaf 1 januari 2022 wordt de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 weer vastgesteld op 1,7% van de loonsom. Daarboven blijft het 1,18%.

Onze experts staan voor u klaar

Onze experts staan voor u klaar

Welke gevolgen heeft het belastingplan 2022 voor u en uw onderneming? Neem voor vragen gerust contact met ons op. Onze experts voorzien u graag van het juiste advies.