Prinsjesdag voor de werkgever

Prinsjesdag voor de werkgever

Relevante informatie uit het belastingplan 2021 voor werkgevers.

voor u als werkgever

De coronacrisis heeft veel zorgprofessionals direct of indirect in hun werk geraakt. Het kabinet wil deze zorgprofessionals belonen voor hun inzet met een bonus van € 1.000 netto. Het is dus niet de bedoeling dat deze bonus meetelt voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en/of gevolgen heeft voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen.

Geen wetswijziging nodig bij bonus aan eigen werknemers

Bij werknemers is het verstrekken van een nettobedrag van € 1.000 mogelijk zonder aanpassing van de wet. De werkgever moet de bonussen aanwijzen als zogenoemd eindheffingsbestanddeel en zo mogelijk onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).

Wettelijke regeling voor niet werknemers

Leidt u een zorginstelling? Dan kunt u op grond van het wetsvoorstel deze bonus onder voorwaarden ook onbelast verstrekken aan anderen dan uw eigen werknemers. Daarbij valt te denken aan ingeschakelde zelfstandigen en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel. In dat geval moet u 75% eindheffing betalen, waarvoor u compensatie kunt vragen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Aanvragen en administratie

Vindt u dat zorgprofessionals in uw instelling in aanmerking komen voor deze bonus? Dan kunt u vanaf 1 oktober hiervoor een aanvraag doen bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. U krijgt de bonussen uitbetaald inclusief compensatie voor de verschuldigde eindheffing onder voorwaarde dat u die eindheffing afdraagt. Voor de niet-werknemers moet u ook een afzonderlijke administratie bijhouden waaruit blijkt aan wie de bonus is uitgekeerd. Daarnaast moet u hen schriftelijk meedelen dat over de bonus eindheffing is betaald. De exacte regeling moet nog bekend worden gemaakt.

Bij het Belastingplan 2021 is alvast aangekondigd dat er een Nota van Wijziging volgt omdat het kabinet per 1 januari 2021 een nieuwe faciliteit wil introduceren: de Baangerelateerde Investeringskorting, kortweg BIK.

Door de BIK kunnen ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de loonheffing die zij moeten betalen. Deze korting wordt ingevoerd per 1-1-2021 als crisismaatregel. Het doel is dat bedrijven  blijven investeren en hun personeelsbestand kunnen behouden of zelfs uitbreiden. Zonder personeel is immers geen loonheffing verschuldigd en kan deze dus ook niet worden verminderd.

Er is naar schatting een budget van circa € 2 miljard voor deze maatregel. Na afloop van de BIK (de einddatum is nog niet duidelijk) gaat dit budget over naar een nieuwe maatregel met hetzelfde doelbereik, namelijk het verlagen van werkgeverskosten.Zodra hierover meer bekend is, brengen wij u op de hoogte.

Vrije ruimte 2020 gaat omhoog

Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) met terugwerkende kracht verruimd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. U kunt als werkgever daardoor uw werknemers extra tegemoetkomen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een cadeaubon.

Let op!

Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2% naar 1,18%.

Uw Flynth-adviseur helpt u graag bij het optimaal benutten van de werkkostenregeling.

Voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) bestaat onder voorwaarden recht op een korting op de af te dragen loonheffingen. De bedoeling is dat die korting alleen geldt voor private ondernemingen. Om dat duidelijk te maken, wordt in de wet het begrip publieke kennisinstelling aangepast. De woorden ‘zonder winstoogmerk’ in de wettelijke definitie van dit begrip komen te vervallen.

Scholingskosten ex-werknemer ook vrijgesteld

Vergoedingen en verstrekkingen uit tegenwoordige arbeid die worden gebruikt voor kwalificerende scholing zijn gericht vrijgesteld. Volgt uw werknemer binnen de voorwaarden voor de gerichte vrijstelling scholing, dan zijn hierover geen loonheffingen verschuldigd.

Het kabinet stelt nu voor om de gerichte vrijstelling voor scholing vanaf 1 januari 2021 ook te laten gelden bij vergoedingen en verstrekkingen voor scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid. U mag dan als werkgever in beginsel ook de scholingskosten van een ex-werknemer onbelast vergoeden. Het is dan niet langer van belang of er sprake is van tegenwoordige of vroegere arbeid. De opleiding of studie moet wel gevolgd worden voor een toekomstig beroep en mag niet zien op onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden om de dienstbetrekking te vervullen of vanwege persoonlijke redenen, zoals een hobby.

Let op!

Deze scholingskostenvergoeding mag niet meer dan 30% hoger zijn dan de scholingskostenvergoeding die in vergelijkbare gevallen wordt toegekend.

Onze experts staan voor u klaar

Onze experts staan voor u klaar

Welke gevolgen heeft het belastingplan 2021 voor u en uw onderneming? Neem voor vragen gerust contact met ons op. Onze experts voorzien u graag van het juiste advies.