Prinsjesdag voor de particulier

Prinsjesdag voor de particulier

 

Alle ins & outs van de Miljoenennota voor u als particulier.

Miljoenen nota - particulier

Flynth bekeek naar aanleiding van Prinsjesdag voor u de belastingplannen voor het aankomende jaar. Op deze pagina vindt u relevante informatie uit de belastingplannen voor 2021.

Fiscale kwalificatie TOFA-bijdrage

Tijdens de coronacrisis konden flexwerkers steun krijgen via de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA). De fiscale behandeling van die tegemoetkomingen wordt in het wetsvoorstel Belastingplan 2021 wettelijk vastgelegd.

Flexibele arbeidskrachten die door de coronacrisis waren getroffen konden over de maanden maart, april en mei 2020 onder voorwaarden een tegemoetkoming krijgen van het UWV. De Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) gold voor flexwerkers die door de coronacrisis in april ten opzichte van februari substantieel inkomensverlies hadden geleden, maar over april geen aanspraak konden maken op een socialezekerheidsuitkering. Hadden ze hierdoor onvoldoende middelen van bestaan, dan konden ze in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van € 550 bruto per maand voor de maanden maart, april en mei. De TOFA-bijdrage telt als loon uit vroegere dienstbetrekking en het UWV past in beginsel standaard de loonheffingskorting toe. Nu wordt dit wettelijk vastgelegd.

Let op!

De tegemoetkoming is onderdeel van het verzamelinkomen en kan daardoor gevolgen hebben voor de hoogte van de inkomensafhankelijke toeslagen zoals zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en huurtoeslag.

Let op!

Op de TOFA-bijdrage wordt, ook zonder verzoek, de standaardloonheffingskorting toegepast. Het gevolg kan zijn dat de algemene heffingskorting bij twee inhoudingsplichtigen tegelijkertijd is toegepast en dat daardoor moet worden bijbetaald op de aanslag inkomstenbelasting.

In 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Vanaf 2022 stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, totdat deze in 2024 uiteindelijk 67 jaar is.

In het kader van de uitwerking van het Pensioenakkoord, komt de regering in 2021 met nadere wetsvoorstellen over de hoogte van de premie voor de pensioenen, de opbouw van vermogen en de hoogte van het latere pensioen.

Verder is het de bedoeling om het pensioen sneller mee te laten bewegen met de economie. Dat wil zeggen, dat het pensioen omhoog gaat wanneer het economisch goed gaat. En omlaag als het economisch minder goed gaat. Het nieuwe pensioenstelsel moet uiterlijk in 2026 ingaan.

Om de belastingdruk te verzachten voor personen met een beperkte hoeveelheid spaargeld en beleggingen, stelt het kabinet voor het heffingsvrije vermogen in box 3 te verhogen. Nu gaat u belasting betalen als uw vermogen in box 3  -uw spaargeld en beleggingen - op 1 januari meer dan € 30.846 waard is. Pas als uw vermogen per 1 januari méér dan dit bedrag waard is, betaalt u deze zogenaamde box 3-belasting - en dan ook alleen maar over de waarde boven dit bedrag. Het kabinet stelt voor deze ondergrens op te trekken naar € 50.000. Voor partners gaat de gezamenlijke ondergrens (de vrijstelling) daarmee omhoog van € 61.692 naar € 100.000.

Ook in 2021 is de box 3-belastingheffing afhankelijk van de omvang van uw vermogen. Er zijn drie tariefschijven. De schijfgrenzen worden in 2021 opnieuw vastgesteld.De tweede schijf begint dan bij een vermogen van € 100.000 (2020: € 72.797) en de derde schijf bij € 1.000.000 (2020: 1.005.572). Op het deel van uw vermogen dat in de verschillende tariefschijven valt, wordt u geacht een bepaald fictief rendement te halen. Dit fictieve rendement ligt hoger op het moment dat uw vermogen in een hogere schijf valt. Op dit fictieve rendement wordt vervolgens een vast belastingtarief toegepast. In 2020 is dat 33%, met ingang van 2021 wordt dit 31%. Deze tariefsverhoging is nodig om de kosten van de verhoging van de vrijstelling en de verlenging van de eerste schijf te dekken.

Let op!

Vooral door de verhoging van de vrijstelling van € 30.846 tot € 50.000 neemt het belastbaar inkomen in box 3 voor veel personen af. Daarmee daalt ook het verzamelinkomen, oftewel uw totale inkomen. De hoogte van dit verzamelinkomen is van belang voor uw recht op toeslagen, maar bijvoorbeeld ook voor uw eigen bijdrage aan een verzorgingsinstelling. Een daling van het verzamelinkomen kan ertoe leiden dat u méér aanspraak kunt maken op een (hogere) toeslag of minder eigen bijdrage aan een zorginstelling hoeft te betalen. Dat is echter niet de bedoeling van het kabinet. Daarom bevat het Belastingplan 2021 ‘maatregelen om doorwerking van de verhoging van het heffingsvrije vermogen in box 3 naar de vermogenstoetsen voor inkomens- en vermogensafhankelijk regelingen en naar bijdragen in het zorgdomein op basis van het vermogen te voorkomen’.  Kortweg: er zijn extra regels om deze onbedoelde effecten te voorkomen.

Zoals elk jaar stelt het kabinet ook voor 2021 voor om de belastingtarieven aan te passen voor het inkomen uit werk (winst uit onderneming en loon van een werkgever) en wonen (eigen woning forfait en de hypotheekrente aftrek) – oftewel box 1.

Hebt u aan het begin van 2021 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, dan kunt u voor 2021 de volgende tariefschijven verwachten.

Deze percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen. Betaalt u afwijkende premies volksverzekeringen, dan geldt ook een andere tariefstructuur. 

De Memorie van toelichting op het Belastingplan 2021 stelt ook wijzigingen van de heffingskortingen voor. Hieronder vindt u de bedragen voor personen onder de AOW-leeftijd. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima. 

Jaren geleden bestond de mogelijkheid om ten laste van uw belastbare loon te sparen voor verlof in een later jaar. Handig, wanneer u van plan was een sabbatical of onbetaald verlof te nemen voor een wereldreis. De inleg op uw speciale spaarrekening leidde direct tot een vermindering van de loonbelasting die u betaalde. Daar stond tegenover, dat de opname van de spaarrekening (tijdens de sabbatical of wereldreis) weer zou worden belast. De kans bestond, dat die belastingheffing over de opname lager was dan de belastingbesparing over de inleg. Naast dit tariefvoordeel kreeg u van de bank ook nog eens normale – nu niet meer te realiseren – rente van de bank, die ook nog eens vrijgesteld was van de box 3-heffing.

De levensloopregeling is al een tijdje afgeschaft, inleg op die speciale bakrekening niet meer is toegestaan. Het saldo dat op het moment van afschaffen aanwezig was, kon daar op grond van het overgangsrecht, blijven staan. Blijkbaar wordt er van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Anders zou het kabinet er tijdens Prinsjesdag 2020 geen voorstel over opnemen in het Belastingpakket 2021.

Als eind 2021 nog een levensloopaanspraak (saldo) bestaat, wordt de waarde van die aanspraak belast. Dit geldt voor de deelnemers die de waarde van de levensloopaanspraak niet vóór 1 januari 2022 hebben laten uitkeren. En waarbij het saldo ook niet op een andere manier in de belastingheffing is betrokken. Om ervoor te zorgen dat die belastingheffing inderdaad gaat plaatsvinden, wordt de instelling (veelal de bank) inhoudingsplichtig voor de loonheffing. Dit voor het fictieve genietingsmoment over de waarde van de levensloopaanspraak. De instelling kan de loonheffing direct verhalen op de (ex) werknemer.

Een addertje onder het gras, is de datum van het fictieve genietingsmoment: 1 november 2021. Hierdoor kan de Belastingdienst het saldo – uiteraard minus de verschuldigde loonbelasting - meetellen in uw box 3-vermogen per 1 januari 2022.

Onze experts staan voor u klaar

Onze experts staan voor u klaar

Welke gevolgen heeft het belastingplan 2021 voor u en uw onderneming? Neem voor vragen gerust contact met ons op. Onze experts voorzien u graag van het juiste advies.