My Flynth

Vennootschapsbelasting

Wat verandert er allemaal omtrent de vennootschapsbelasting?

Het tarief in de vennootschapsbelasting gaat omlaag

Het kabinet wil de aantrekkingskracht van ons land voor zowel grote als kleine bedrijven vergroten, zo werd al genoemd in de troonrede. Daarom wordt ook het tarief van de vennootschapsbelasting geleidelijk verlaagd. De tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting komt vooral ten goede aan het MKB. Het grootbedrijf profiteert vooral van de afschaffing van de dividendbelasting.

Hoe ziet de verlaging van de vennootschapsbelasting eruit?

Huidig tarief: 20%

Het tarief is nu nog 20% voor de winst tot € 200.000 en 25% voor de winst daarboven. Het tarief wordt in drie jaarlijkse stappen verlaagd.

2019

Vanaf 2019 wordt de eerste schijf in de vennootschapsbelasting (belastbare winst tot € 200.000) 19% en de tweede schijf (vanaf € 200.000) 24,3%.

2020
Vanaf 2020 zij de tarieven 17,5% voor de eerste schijf en 23,9% voor de tweede schijf.

2021

In 2021 zijn de tarieven 16%, respectievelijk 22,25%. Dit laatste tarief van 22,25% zou eerst worden verlaagd tot 21% maar in verband met hogere kosten voor de afschaffing van de dividendbelasting is dat tarief uitgekomen op 22,25%.

TIP

TIP

Probeer om kosten naar voren te halen door het vormen van bijv. een voorziening groot onderhoud en door belaste resultaten uit te stellen door het vormen van een herinvesteringsreserve.

Voorwaartse verliesverrekening beperkt

De huidige termijn voor voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting is negen jaar. Deze termijn wordt teruggebracht naar zes jaar. Deze termijn zal voor het eerst gelden voor verliezen geleden in 2019. Voor een verlies geleden in de jaren tot en met 2018 geldt nog een verrekeningstermijn van negen jaar. Is sprake van een gebroken boekjaar? Dan geldt dat de beperking van de verliescompensatie vanaf het boekjaar dat begint in het jaar 2019.

 

Bij de verliesverrekening geldt normaal gesproken dat eerst de oudste verliezen worden verrekend. Dat zou er toe kunnen leiden dat verliezen van jaren vanaf 2019 eerder “verdampen” dan verliezen uit bijv. 2017 en 2018. Er zijn maatregelen genomen om te voorkomen dat dat kan gebeuren.

TIP

TIP

Probeer verliezen naar voren te halen en zoveel mogelijk in 2018 te laten vallen. Bent u van plan om bijvoorbeeld een machine of een pand te verkopen en verwacht u daarop een fiscaal verlies te realiseren, dan kan het aan te bevelen zijn om die verkoop al in 2018 te laten plaatsvinden. Dan is de termijn om deze verliezen nog te kunnen verrekenen negen jaar in plaats van zes jaar.

Investeringsaftrekken voor IB- en Vpb-ondernemingen worden voortgezet

De energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige milieu- investeringen (Vamil) worden met vijf jaar verlengd tot 1 januari 2024. Het aftrekpercentage van de EIA zal worden verlaagd naar 45%. Deze maatregelen gelden zowel voor ondernemingen waarvan de winst wordt belast met IB, als voor ondernemingen die onder de Vpb vallen. De Energielijst gaat onder de verantwoordelijkheid van de minister van Economische Zaken en Klimaat vallen.

Meer over subsidieregelingen

Meer over subsidieregelingen

Lees hier alles over de veranderingen van subsidieregelingen voor ondernemers

Beperking afschrijving vastgoed

Onder de huidige wetgeving kunnen B.V.’s in principe onroerende zaken tot maximaal 50% van de WOZ-waarde fiscaal afschrijven als zij deze zaken gebruiken voor hun ondernemingen. Beleggingspanden zijn af te schrijven totdat de fiscale boekwaarde gelijk is aan 100% van de WOZ-waarde. Het kabinet wil dit onderscheid opheffen door de afschrijvingsgrens in de vennootschapsbelasting van alle gebouwen te stellen op 100% van de WOZ-waarde. De maatregel zorgt ervoor dat het verschil tussen de boekwaarde en de toekomstige verkoopwaarde kleiner is, met als gevolg dat de belastbare winst bij verkoop van het gebouw lager is. Deze maatregel gaat al per 1-1-2019 in.

Let op!

Let op!

Afschrijving tot op 100% van de WOZ-waarde laat onverlet dat bij lagere marktwaarde van het bedrijfspand, afboeking naar deze lagere bedrijfswaarde is toegestaan.



Het kan belangrijk zijn om nog eens kritisch te kijken naar welke kosten u activeert en afschrijft of welke kosten direct als kosten van onderhoud ten laste van het resultaat kunnen worden gebracht. Bovendien is het belangrijk om nog eens kritisch naar het vormen van een Voorziening groot onderhoud te kijken.


Korter uitstel van betaling voor exitheffing voor B.V.

B.V.’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen krijgen minder uitstel voor het betalen van de zogeheten exitheffing. Deze exitheffing is onder meer aan de orde als een vennootschapsbelastingplichtig lichaam zijn fiscale vestigingsplaats overbrengt naar het buitenland. Nu biedt de fiscus de mogelijkheid om de heffing over de in Nederland opgekomen, maar nog niet gerealiseerde meerwaarden van overgebrachte vermogensbestanddelen in tien jaarlijkse gelijke termijnen te betalen. Deze termijn wordt verkort naar vijf jaar. Voor zover meerwaarden voor het einde van die termijn worden gerealiseerd, eindigt het betalingsuitstel.

TIP

TIP

De verkorting van het betalingsuitstel geldt alleen voor belastingschulden waarvoor de fiscus op of na 1 januari 2019 uitstel van betaling heeft verleend. Al lopende uitstelregelingen blijven in stand. Een geplande zetelverplaatsing kan daarom nog beter in 2018 plaats vinden.

Wijzigingen als gevolg van Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD 1)

In de Europese Anti Tax Avoidance Directive (kortweg: ATAD1) is een aantal maatregelen opgenomen om grondslaguitholling en winstverschuivingen in de vennootschapsbelasting tegen te gaan. Het gaat dan om de volgende onderwerpen:

Earningsstrippingmaatregel. Dit is een algemene renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting die het overschot aan derden- en concernrentelasten in aftrek beperkt aan de hand van een vast percentage van het brutobedrijfsresultaat (EBITDA). Er moet dan worden beoordeeld of sprake is van een overschot aan rentelasten. Daarvan is sprake als en voor zover de rentelasten in enig jaar hoger zijn dan de rentebaten. Het overschot aan rentelasten is dan maximaal aftrekbaar tot het hoogste van de volgende bedragen:

- 30% van het brutobedrijfsresultaat, d.w.z. earnings before interest, tax, depreciation and amortisation);

- € 1.000.000.

Kan rente in een bepaald jaar niet in aftrek worden gebracht, dan is deze onbeperkt verrekenbaar in toekomstige jaren. Het bedrag aan doorgeschoven rente loopt dan in een later jaar weer mee in de nieuwe beoordeling van de aftrek van rentelasten.

In de earningsstrippingmaatregel is geen eerbiedigende werking voor bestaande leningen opgenomen, waardoor deze maatregel direct vanaf 1 januari 2019 van toepassing is op zowel bestaande als nieuwe leningen. Een uitzondering geldt voor leningen die betrekking hebben op langlopende infrastructuurprojecten omdat deze niet onder de earningsstrippingmaatregel vallen.

 

Wel wordt ook hier anti-misbruikwetgeving ingevoerd waaronder een maatregel betreffende niet aftrekbare voorvoegingsrenteoverschotten (ten aanzien van de fiscale eenheid) en een maatregel om te voorkomen dat een handel ontstaat in lichamen die niet aftrekbare renteoverschotten bezitten;

- Controlled foreign company (CFC)-regel. Deze maatregel is bedoeld om te voorkomen dat bedrijven winst verplaatsen naar een dochtermaatschappij in een land met een laag belastingtarief. Bepaalde inkomenscategorieën van een CFC worden onder de CFC-regel direct in de Nederlandse belastinggrondslag opgenomen;

- Exitheffing die voorziet in een verplichte eindafrekening bij grensoverschrijdende verplaatsing van ondernemingsactiviteiten. Voor wat betreft het uitstel van betaling verwijzen wij naar het stuk “Korter uitstel van betaling voor exitheffing voor B.V.”. Daarnaast wordt een beperking ingevoegd ten aanzien van het vragen van zekerheid door de fiscus. Dat laatste kan uitsluitend nog wanneer aantoonbaar en werkelijk gevaar bestaat voor niet-invordering.;

- Beperking van aftrek bij hybride structuren;

- Algemene antimisbruikbepaling.

Verbod direct investeren in Nederlands vastgoed voor fbi’s

Voor fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) geldt een vennootschapsbelastingtarief van 0%. Om daarvoor in aanmerking te komen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze voorwaarden worden aangescherpt, in die zin dat fbi’s met ingang van 1 januari 2020 niet meer direct mogen beleggen in Nederlands vastgoed. Deze maatregel hangt samen met de afschaffing van de dividendbelasting. Vooralsnog wordt op de winstuitdeling aan buitenlandse beleggers dividendbelasting ingehouden. Wanneer echter de dividendbelasting wordt afschaft, zou Nederland zijn heffingsrecht verliezen over resultaten uit in Nederland gelegen vastgoed. De vastgoedmaatregel verbiedt fbi’s daarom direct te beleggen in Nederlands vastgoed. Een fbi kan wel gewoon direct blijven beleggen in buitenlands vastgoed en indirect in Nederlands vastgoed (bijvoorbeeld door het houden van aandelen in een regulier belaste vennootschap).

Let op!

Let op!

Herstructurering kan afhankelijk van de situatie leiden tot belastbare feiten voor de overdrachtsbelasting, waarbij bestaande vrijstellingen in voorkomende gevallen niet altijd uitkomst beiden. Het kabinet is in gesprek met de vertegenwoordigers van vastgoed-fbi’s om de effecten van de maatregel in kaart te brengen, zodat indien mogelijk flankerende maatregelen kunnen worden genomen.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws