Prinsjesdag voor de Ondernemer

Prinsjesdag voor de Ondernemer

De relevante informatie uit het beslastingplan voor 2021.

Overzicht

Bent u als ondernemer werkzaam in een sector die hard geraakt is door de coronacrisis? Dan heeft u mogelijk een beroep gedaan op financiële steun via de TOGS- of latere TVL-regeling. In een besluit stond al dat deze tegemoetkoming vrijgesteld zou zijn van belasting, nu wordt dat ook wettelijk vastgelegd.

Aan de start van de coronacrisis konden mkb-ondernemers en zzp’ers uit zwaar getroffen sectoren onder voorwaarden een beroep doen op de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS) om niet in de problemen te komen met het betalen van hun vaste lasten. Deze regeling is medio 2020 vervangen door de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL).

Met terugwerkende kracht

Normaal gesproken zouden deze tegemoetkomingen tot de belaste winst behoren, maar in een besluit is vrijstelling van inkomsten- en vennootschapsbelasting geregeld. Dat wordt nu wettelijk vastgelegd. De bepaling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020.

Let op!
Eventuele terugbetalingen van TOGS- en/of TVL-subsidies zijn dus ook niet aftrekbaar. Verder heeft de voorgestelde wettelijke regeling (vooralsnog) slechts betrekking op tegemoetkomingen uit de TOGS en de TVL tot 1 oktober 2020. Inmiddels is bekendgemaakt dat de TVL tot en met 30 juni 2021 geleidelijk wordt afgebouwd. Hoewel we verwachten dat de vrijstelling ook geldt voor de tegemoetkomingen uit de TVL na 1 oktober, is dat dus nog niet expliciet opgenomen in het wetsvoorstel. 

Wilt u weten of u ook in aanmerking komt voor de TVL? Op onze website vindt u een nadere uitleg. Voor begeleiding kunt u natuurlijk ook terecht bij uw Flynth-adviseur.  

Er komt een onderzoek naar de invoering van een vermogensaftrek, die de fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen evenwichtiger moet maken. Deze invoering moet wel budgettair neutraal gebeuren. Een vermogensaftrek zou er voor zorgen dat een (fictieve) aftrek plaatsvindt ter hoogte van bijvoorbeeld een percentage van het eigen vermogen.

Beperken renteaftrek vreemd vermogen

We kennen in de vennootschapsbelasting al een “earningsstrippingmaatregel”. Deze maatregel beperkt de mogelijkheid voor bedrijven om betaalde rente van het fiscale resultaat af te trekken. Het doel hiervan is om te voorkomen dat bedrijven bovenmatig met vreemd vermogen worden gefinancierd. Verdere beperking van de renteaftrek voor vreemd vermogen bij ondernemingen wordt ook meegenomen in het onderzoek naar een vermogensaftrek omdat de invoering van de vermogensaftrek budgettair neutraal moet gebeuren. De introductie van een nieuwe aftrekpost door middel van een vermogensaftrek zal dan worden gecompenseerd door een verdere beperking van de aftrek bij een andere regeling.Uit het Belastingplan 2021 blijkt niet of deze vermogensaftrek uitsluitend in de vennootschapsbelasting wordt ingevoerd of ook gaat gelden voor de ondernemingen in de IB-sfeer. Maar door de koppeling met de verdere beperking van de renteaftrek op vreemd vermogen, lijkt het voor de hand liggend dat deze regeling uitsluitend voor de vennootschapsbelasting gaat gelden.

Flynth zal de ontwikkelingen uiteraard nauwgezet volgen en u hierover op de hoogte houden.

Het was al opgestart in 2020 en wordt nu versneld: de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Bent u zelfstandig ondernemer, dan zult u uw zelfstandigenaftrek in 2021 zien dalen van € 7.030 naar € 6.670.

Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110. Daarmee resteert er in 2036 een zelfstandigenaftrek van ‘maar’ € 3.240.

Eind vorig jaar was nog op basis van het Belastingplan 2020 besloten tot een afbouw in acht jaarlijkse stappen tot € 5.000, maar nu is dus anders besloten. Voor 2021 stelt de overheid als pleister op de wonde voor om de beoogde verhoging van de arbeidskorting uit 2022 al in 2021 in te voeren. Hiervan profiteren overigens zelfstandigen én werknemers.

Zoals elk jaar stelt het kabinet ook voor 2021 voor om de belastingtarieven aan te passen voor het inkomen uit werk (winst uit onderneming en loon van een werkgever) en wonen (eigen woning forfait en de hypotheekrente aftrek) – oftewel box 1.

Hebt u aan het begin van 2021 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, dan kunt u voor 2021 de volgende tariefschijven verwachten.

Deze percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen. Betaalt u afwijkende premies volksverzekeringen, dan geldt ook een andere tariefstructuur. 

De Memorie van toelichting op het Belastingplan 2021 stelt ook wijzigingen van de heffingskortingen voor. Hieronder vindt u de bedragen voor personen onder de AOW-leeftijd. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima. 

Wanneer ondernemingen, zoals N.V.’s, B.V.’s enz., winst maken met innovatieve activiteiten, hoeven zij over dit deel van de winst minder vennootschapsbelasting te betalen. Voor die innovatieve winsten kan namelijk – onder voorwaarden – een beroep worden gedaan op de zogenaamde innovatiebox.

Op dit moment geldt nog een effectief belastingtarief in de innovatiebox van 7%. Met ingang van 1 januari 2021 stijgt dit effectieve tarief naar 9%. Dit betekent dus dat winsten die worden behaald door in Nederland gevestigde innovatie bedrijven en voorzover die winst voortvloeit uit innovatie vanaf die datum zwaarder worden belast.

Voor de verrekening van buitenlandse belasting op royalty’s zal eveneens bij dit nieuwe effectieve tarief worden aangesloten.

Het kabinet kondigt ook aan om te komen met een aanpassing van de verliesverrekeningsmogelijkheden in de vennootschapsbelasting. De invoering van die nieuwe regeling zal pas op 1 januari 2022 zijn beslag krijgen en wordt nog onderzocht. Een en ander is het gevolg van de aanbevelingen van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals.

Op dit moment zijn verliezen in de Vpb. verrekenbaar met het voorgaande jaar en met de zes volgende kalenderjaren. Met ingang van 2022 zal de voorwaartse verliesverrekening in de tijd onbeperkt worden. Dat is dus een forse verruiming.

Daarnaast wordt ook een beperking aangebracht. De verliezen zijn – zowel achterwaarts als voorwaarts – slechts tot een bedrag van € 1.000.000 volledig verrekenbaar. Bij een hogere winst zijn verliezen echter nog maar tot 50% van die hogere belastbare winst in een jaar verrekenbaar.

Stel dat een onderneming compensabele verliezen van € 3.000.000 heeft. In enig jaar behaalt deze onderneming een belastbare winst van € 1.400.000. In dat geval kan het verlies worden gecompenseerd voor een bedrag van € 1.200.000, namelijk € 1.000.000 volledig en van het meerdere van € 400.000 slechts 50%. Ondanks de aanwezige verliezen van € 3.000.000 betaalt deze ondernemer dan in dat jaar toch nog Vpb. over een bedrag van € 200.000 (€ 1.400.000 -/- € 1.200.000).
Weliswaar is het restant van het compensabele verlies niet verloren maar voor de betreffende ondernemer zal dat toch enigszins onrechtvaardig overkomen.

Opvallend is overigens dat het er op lijkt dat deze aanpassing uitsluitend voor ondernemers in de Vpb.-sfeer gaat gelden en niet voor ondernemers in de IB-sfeer. Die laatste hebben overigens op dit moment wel ruimere compensatiemogelijkheden, namelijk 3 jaar achterwaarts en 9 jaar voorwaarts

Wij zullen de ontwikkelingen op dit terrein blijven volgen.

De Nederlandse fiscale wetgeving kent diverse renteaftrekbeperkingen die in de Wet Vennootschapsbelasting zijn opgenomen om zogenaamde grondslaguitholling tegen te gaan. Eén van deze specifieke regelingen is bedoeld om binnen concernverband grondslaguitholling door renteaftrek tegen te gaan.

In de praktijk wordt nu echter geconstateerd dat deze regeling – mede door spoedmaatregelen die voortvloeien uit de Wet spoedreparatie fiscale eenheid – in toenemende mate leidt tot een vrijstelling van negatieve rente en valutawinsten op “grondslaguithollende” schulden. Om die reden stelt het kabinet daarom een wijziging van die regeling voor zodat deze niet langer tot een ongewenste vrijstelling kan leiden.

Huidige situatie

Volgens de huidige wettekst wordt de aftrek beperkt van het gezamenlijke bedrag aan renten – kosten en valutaresultaten vallen daar ook onder – voor alle kwalificerende schulden samen. Bij rente en valutaresultaten kan dat dan gaan om positieve maar ook om negatieve bedragen. Een positief bedrag aan renten en valutaresultaten is in principe aftrekbaar en een negatief bedrag leidt tot een verhoging va het fiscale resultaat.
Dat kan er nu toe leiden dat per saldo een bedrag aan negatieve renten en valutawinsten op die schulden wordt vrijgesteld. Dat is het geval als in een jaar de negatieve renten of valutawinsten van alle kwalificerende schulden groter is dan het bedrag aan positieve rente, kosten of valutawinsten. In dat geval leidt de uitsluiting van de aftrek ertoe dat dit gezamenlijke bedrag aan negatie rente en valutawinsten van al die schulden niet in het resultaat wordt meegenomen.  En dat is nu net niet de bedoeling.

Beoogde situatie

De nieuwe regeling zorgt er voor dat per kwalificerende schuld de renteaftrekbeperking per saldo niet meer kan leiden tot een lagere winst. Na de voorgestelde wijziging blijft het mogelijk om binnen het jaar renten – kosten en valutaresultaten daaronder begrepen – per kwalificerende schuld te salderen. De aftrekbeperking kan er echter niet meer toe leiden dat per kwalificerende schuld per saldo sprake is van een vrijstelling van negatieve rente of valutawinst.

Het gaat hier om een aanpassing die de toepassing van deze specifieke renteaftrekbeperking weer verder beperkt maar ook bemoeilijkt.

Onze experts staan voor u klaar

Onze experts staan voor u klaar

Welke gevolgen heeft het belastingplan 2021 voor u en uw onderneming? Neem voor vragen gerust contact met ons op. Onze experts voorzien u graag van het juiste advies.