Nieuws

Terbeschikkingstelling van personeel en btw-heffing

Terbeschikkingstelling van personeel en btw-heffing
Gepubliceerd: 08-09-2022, laatst gewijzigd: 13-09-2022

Het ter beschikking stellen door onderwijsinstellingen van onderwijzend personeel leidt in principe tot het verschuldigd worden van omzetbelasting (btw). Onder voorwaarden kan deze btw toch achterwege blijven. De staatssecretaris van Financiën heeft recent de voorwaarden iets verder aangescherpt. Daarnaast zijn er alternatieven ter voorkoming van btw-heffing.  

Het ter beschikking stellen van personeel aan een andere instelling is een activiteit die leidt tot het verschuldigd worden van btw over de ontvangen vergoeding en het afdragen daarvan aan de Belastingdienst. De inlenende instelling kan deze btw normaliter niet terugvorderen van de Belastingdienst indien het inlenen verband houdt met het btw-vrijgestelde geven van onderwijs. Dat impliceert een kostenverhoging.  


Al in 2007 heeft de Europese belastingrechter beslist dat het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel onder voorwaarden is aan te merken als een nauw met het verzorgen van onderwijs samenhangende prestatie. In het geval van een dergelijke nauwe samenhang is het ter beschikking stellen van onderwijs personeel een btw-vrijgestelde activiteit. De staatssecretaris van Financiën heeft die voorwaarden in diverse besluiten verduidelijkt.  

Voorwaarden achterwege laten btw

In de meest recente versie van het betreffende besluit (15 juli 2022) vermeldt de staatssecretaris de volgende voorwaarden voor het achterwege laten van btw-heffing bij terbeschikkingstelling van personeel. In grote lijn zijn die: 

  1. De uitlenende onderwijsinstelling past voor zijn hoofdprestatie de wettelijke vrijstelling voor het verzorgen van onderwijs toe; en 

  1. De inlener zet het ingeleende personeelslid in voor prestaties die vallen onder de wettelijke vrijstelling voor het verzorgen van onderwijs; en 

  1. De terbeschikkingstelling van het personeelslid is onontbeerlijk voor het verrichten van de vrijgestelde prestaties; en 

  1. De terbeschikkingstelling van het personeelslid strekt er niet in hoofdzaak toe extra opbrengsten te verkrijgen met prestaties die worden verricht in rechtstreeks mededinging met commerciële ondernemers die aan de heffing van btw zijn onderworpen. 

Voorwaarde b brengt met zich dat het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel aan een instelling waarop een andere btw-vrijstelling van toepassing is, bijvoorbeeld de sociaal-culturele en medische sector, als een btw-belaste prestatie moet worden gekwalificeerd. Hier is recentelijk niets in gewijzigd. 

Aan voorwaarde c is voldaan als ‘zonder de terbeschikkingstelling van het onderwijzend personeel niet hetzelfde niveau en dezelfde kwaliteit van het onderwijs is verzekerd’. Dit betekent dat het ter beschikking gestelde onderwijzend personeel moet beschikken over een zodanig kwalificatieniveau dat de inlenende onderwijsinstelling daarmee kan voldoen aan haar onderwijsverplichting. 

Met betrekking tot voorwaarde d is de staatssecretaris van mening dat de uitlenende onderwijsinstelling in ieder geval niet in hoofdzaak de bedoeling heeft extra opbrengsten te verwerven als: 

  1. Het ter beschikking stellen een bijkomende activiteit is waarbij het onderwijzend personeel naar verwachting niet (volledig) kan worden ingezet voor de primaire onderwijsactiviteit van de uitlenende instelling; 

  1. Het aantal ter beschikking gestelde personeelsleden is gering ten opzichte van het totale aantal personeelsleden dat onderwijs geeft bij de uitlenende instelling, zonder dat omschreven is wat moet worden verstaan onder ‘gering’; en 

  1. De vergoeding voor het ter beschikking stellen van het personeel blijft beperkt tot de brutoloonkosten van dat personeelslid. 

De aanscherping

Als de vergoeding voor het ter beschikking stellen van het personeel beperkt blijft tot de brutoloonkosten, neemt de staatssecretaris – naar onze mening terecht – aan, dat de bovenvermelde voorwaarde d wordt vervuld. Een commercieel opererend bedrijf zal dat namelijk nooit (kunnen) doen. 

In een eerdere versie van het besluit zag de staatssecretaris geen belemmering om de btw-heffing buiten toepassing te laten als de uitlenende instelling naast de brutoloonkosten een ‘redelijke’ kostenvergoeding berekent voor de werkzaamheden die zijn verbonden aan het optreden als formeel werkgever. 

De term ‘redelijk’ is in de meest recente versie van het besluit aangescherpt tot maximaal 5% van de brutoloonkosten. Als extra opbrengsten worden verworven boven dit percentage, dan is de btw-heffing aan de orde als met de ter beschikkingstelling in concurrentie wordt getreden met commerciële ondernemers die vergelijkbaar personeel ter beschikking stellen. 

Zijn er alternatieven?

De hiervoor bedoelde aanscherping en de al eerder gestelde voorwaarden kunnen tot gevolg hebben dat de terbeschikkingstelling tot ongewenste btw-heffing leidt. Dan rijst de vraag of er alternatieve methoden zijn om die btw-heffing te voorkomen. 

Ja, die zijn er omdat namelijk niet altijd sprake is van het ter beschikking stellen van personeel. Afhankelijk van de afspraken tussen partijen over onder andere de inhoud, de kwaliteit en het resultaat van de werkzaamheden alsmede het werkgeversgezag, kan sprake zijn van een andere prestatie (overeenkomst tot opdracht). Die andere prestatie kan btw-vrijgesteld zijn. De staatssecretaris erkent dit uitdrukkelijk in zijn besluit, maar verbindt daar wel enkele, begrijpelijke voorwaarden aan. 

De btw-adviseurs van Flynth hebben ervaring met de toepassing van overeenkomsten tot verdeling van zogenoemde kosten voor gemene rekening, poolovereenkomsten en de wettelijke regeling omtrent de fiscale eenheid btw. Via deze alternatieven kan de btw-heffing bij een samenwerking in principe ook worden vermeden. Uiteraard zal per geval moeten worden beoordeeld of wordt voldaan aan de verschillende voorwaarden die daarvoor in de wet, de jurisprudentie of in een besluit van de staatssecretaris zijn gesteld. Bovendien is het raadzaam om voorafgaand aan de uitvoering overleg te plegen met de Belastingdienst, om achteraf ongewenste lasten in de vorm van een btw-naheffingsaanslag (met boete en rente) te voorkomen.  

Op de hoogte blijven van actuele ontwikkelingen?

We ontmoeten u graag! De onderwijsspecialisten van Flynth en Controlgroep organiseren op 13 september 2022 een onderwijsseminar. Kom met ons en andere collega-besturen sparren over interessante thema's binnen het onderwijs. Meld u hier aan.

 

Deel dit bericht via:

Geschreven door:

Bel: 088 23 67 777
Tom Kleinpenning Senior Belastingadviseur bij Flynth Tom Kleinpenning