nieuws

Nieuw mestbeleid, gevolgen voor uw bedrijf

Nieuw mestbeleid, gevolgen voor uw bedrijf
Gepubliceerd: 15-10-2020, laatst gewijzigd: 15-10-2020

Minister Schouten heeft de richting van het nieuwe mestbeleid bekend gemaakt. Hiermee wil de minister de volgende doelen bereiken: grondgebonden (rund)veehouderij, een eenvoudiger en minder fraudegevoelig mestbeleid en een betere waterkwaliteit. In het nieuwe mestbeleid moet voldoende ruimte zijn voor innovatie en keuzevrijheid. De voorstellen zijn voor verschillende bedrijfstypen ingrijpend. Uitwerking van de plannen moet nog volgen en levert ongetwijfeld discussie op. 

Highlights nieuw mestbeleid

Minister Schouten onderscheidt drie sporen: 

  • Een volledige grondgebonden melk- en rundvleesveehouderij.
  • 100% mestverwerking voor niet-grondgebonden bedrijven.
  • Gebiedsgerichte aanpak, met name gericht op de akkerbouw en tuinbouw op zand- en lössgronden.

Gebruiksnormenstelsel 

Het stelsel van gebruiksnormen met daarin maximale gebruiksnormen afhankelijk van grondsoort, gewas en wellicht (gewas)derogatie zal in stand blijven. Belangrijk voor “Brussel” vanwege de nitraatrichtlijn, waar Nederland aan moet blijven voldoen. 

Grondgebonden melk- en vleesveehouderij

Minister Schouten voorziet in de toekomst een volledig grondgebonden melk- en rundvleesveehouderij. De volledige mestproductie moet geplaatst kunnen worden op grond die bij het bedrijf hoort en/of op grond van anderen via een (regionaal) samenwerkingsverband.

Voor de bepaling van de benodigde oppervlakte grond ziet de minister twee richtingen:

  • Een ‘eenvoudig’ systeem met maximum normen per hectare voor dieren en of melkproductie.
  • Een ‘bedrijfsspecifieke’ verantwoording per bedrijf. Hierbij geeft de minister aan dat hiervoor nu nog geen sluitend, betrouwbaar en controleerbaar systeem bestaat.

Gevolgen grondgebondenheid

Grondgebondenheid betekent dat bedrijven die nu mest moeten afvoeren en in de toekomst hetzelfde aantal dieren willen blijven houden, op zoek moeten naar grond. Beschikking over extra grond zal ook moeten kunnen via een samenwerkingsverband met een collega. De druk op de regionale grondmarkt zal toenemen en er komt meer aandacht voor samenwerking met akkerbouwers, vollegrondgroentelers of bloembollentelers. De huidige regels voor grondgebondenheid en mestverwerking zullen vervallen. 

100% mestverwerking

In het plan van de minister moeten niet-grondgebonden bedrijven uit de intensieve veehouderij  alle geproduceerde mest laten verwerken. Deze bedrijven mogen geen onbewerkte mest op de eventueel aanwezige eigen grond aanwenden. Wel kunnen deze bedrijven ook voor grondgebondenheid kiezen. De minister geeft aan dat zij het een onwenselijke situatie vindt, dat melk- en vleesveebedrijven ook kiezen voor 100% mestverwerking. 

Gevolgen 100% mestverwerking

Bedrijven met grond, maar niet grondgebonden, kunnen straks geen eigen mest meer gebruiken. Deze bedrijven zullen al hun mest moeten laten verwerken tot hoogwaardige meststoffen. Mogelijk kunnen deze bedrijven er straks voor kiezen, om voor hun grond, een samenwerkingsverband aan te gaan met een rundveehouder om zo onbewerkte rundveemest aan te kunnen voeren. Minister Schouten wil een actieplan opstellen om mestverwerkingsproducten in te kunnen zetten als kunstmestvervanger. 

Gebiedsgerichte aanpak 

De gebiedsgerichte’ aanpak is bedoeld om nitraatuitspoeling te verminderen in bepaalde gebieden met droge uitspoelinggevoelige zand- en lössgrond en intensieve vruchtwisseling van bepaalde uitspoelinggevoelige gewassen. Geduid is op bijvoorbeeld consumptieaardappelen en prei. Als maatregelen zijn genoemd:  ‘het stimuleren van opname van niet-uitspoelinggevoelige gewassen (zoals gras en granen) in de vruchtwisseling en het stellen van beperkingen aan bouwplannen, gebruiksnormen en/of gebruiksvoorschriften’.

Gevolgen gebiedsgerichte aanpak

Naast de gevolgen van de ‘gebiedsgerichte aanpak’ betekenen de plannen voor een akkerbouwer ook, dat deze alleen nog onbewerkte mest kan ontvangen door een samenwerkingsverband aan te gaan met een veehouder die op deze manier grondgebonden wil worden. Onbewerkte mest is immers niet op een andere manier beschikbaar. Voor het invullen van de gebruiksruimte van de gronden, zonder samenwerkingsverband, kunnen dan naast overige organische meststoffen, alleen nog  mestverwerkingsproducten en/of kunstmest worden aangevoerd. De kostprijs zal hierdoor stijgen.

Samenwerking 

De akkerbouwer die zijn gebruiksruimte ‘ter beschikking stelt’ aan de veehouder zal hier mest voor willen ontvangen met informatie over de mineralen in de mest. Een (vrijwillige) vorm van bemonsteren zal daarom wel blijven. Er is sprake van een wederzijds belang. Voor het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst is vertrouwen nodig. 

Advies

  • Beoordeel de gevolgen van het nieuwe mestbeleid voor uw situatie
  • Ga na of samenwerking hiervoor een oplossing kan leveren
  • Bedenk nu alvast met wie u zo’n samenwerking wel ziet zitten. 

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 236 77 77

Gerelateerde artikelen

Theme picker

Hans Scholte

Hans.Scholte@flynth.nl