My Flynth

Nieuws

Geen btw op prijzengelden, wel op startgelden

Gepubliceerd: 11-01-2017, laatst gewijzigd: 11-01-2017

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het ter beschikking stellen van paarden voor een wedstrijd geen dienst onder bezwarende titel is, met andere woorden dat geen btw verschuldigd is. Dit geldt echter alleen als op voorhand niet duidelijk is of de organisator een vergoeding uitbetaalt, dus onafhankelijk van de eindklassering in de wedstrijd.

Samenvatting

Op 10 november 2016 heeft het Hof van Justitie van de EU een opmerkelijke uitspraak gedaan in een Tsjechische zaak van mevrouw Pavlina Baštová. Zij is onder meer actief op het gebied van het fokken en trainen van renpaarden. In haar stallen houdt zij eigen paarden, maar ook paarden van anderen die aan haar zijn toevertrouwd om op wedstrijden te worden voorbereid. Naast renpaarden houdt Baštová ook twee paarden die worden ingezet voor agrotoerisme en de training van jonge paarden, en fokmerries en veulens. In haar btw-aangifte brengt Baštová alle btw in aftrek op de door haar ontvangen belastbare goederenleveringen en diensten die betrekking hebben op de volgende activiteiten:

  • de voorbereiding van paarden op de wedstrijden en de deelname aan wedstrijden, met inbegrip van uitgaven voor inschrijfgelden, aanmeldingsgelden en bijstand tijdens de wedstrijden;
  • de verstrekking van verbruiksgoederen voor paarden, voer en rij-uitrusting;
  •  de diensten van dierenartsen en het verstrekken van geneesmiddelen aan de paarden;
  • het elektriciteitsverbruik in de stallen;
  • het brandstofverbruik voor transport;
  • de levering van harkmachines voor de productie van hooi en veevoer en van tractoronderdelen, en adviesdiensten betreffende de exploitatie van de stallen.

De ontvangen goederen en diensten hebben betrekking op haar eigen paarden en paarden van anderen. Verder past Baštová ook het verlaagde btw-tarief van 10% toe voor de dienst ‘exploitatie van een renstal’, die zij aan de andere paardeneigenaars verstrekt. De Tsjechische fiscus accepteert de integrale btw-aftrek niet, en is ook van mening dat het verlaagde tarief ten onrechte is toegepast.

De Tsjechische rechter heeft prejudiciële vragen in deze zaak gesteld.

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat Pavlina Baštová ondernemer is voor de btw vanwege de exploitatie van een paardenrenstal. Naast onder meer het trainen van paarden voor derden, neemt zij ook deel aan wedrennen waarbij prijzengeld valt te winnen. Eén van de vragen waarover het Hof van Justitie zich buigt, is of Pavlina Baštová over deze prijzengelden btw is verschuldigd. Dat blijkt niet het geval.

De voornaamste reden dat geen btw is verschuldigd, is dat de ontvangst van de prijzengelden onzeker is. Daardoor ontbreekt een rechtstreeks verband tussen de prijzengelden en enige prestatie van Pavlina Baštová. Een dergelijk rechtstreeks verband is vereist om tot verschuldigdheid van btw te kunnen komen. Letterlijk overweegt het Hof van Justitie ‘de omstandigheid dat het bestaan van een vergoeding onzeker is, volstaat om de rechtstreekse band tussen de ten behoeve van de ontvanger verrichte dienst en de vergoeding die eventueel wordt ontvangen, te verbreken’. Naar zijn oordeel is de ontvangst van de prijzengelden onzeker of zelfs toevallig. Het verdienen van die gelden hangt namelijk af van een bijzondere prestatie van de paarden en niet van het ter beschikking stellen daarvan voor deelname aan een wedren of enige andere prestatie.

Mogelijke gevolgen uitspraak

De vraag rijst of de beslissing breder toepasbaar is op alle resultaatafhankelijke vergoedingen. Te denken valt aan vergoedingen op basis van succes (‘no cure no pay’) of resultaat. Mogelijk is op basis van dit arrest geen btw (meer) verschuldigd over die resultaatafhankelijke vergoedingen. Dit wijkt af van de huidige Nederlandse praktijk, waarin veelal wel btw over deze vergoedingen wordt betaald.

Wat te doen?

Wij raden aan te inventariseren of momenteel btw wordt betaald over prijzengelden en of btw wordt betaald of in rekening brengt over resultaatafhankelijke vergoedingen. Binnen 6 weken na de voldoening van btw op aangifte dan wel na de dagtekening van de teruggaafbeschikking kan dan nog bezwaar worden aangetekend.

Deel dit bericht via:

Geschreven door:

Meer weten

Een vestiging bij u in de buurt
Bel: 088 23 67 400

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

Jack Steen

Jack.Steen@flynth.nl