Blog

Fiets van de zaak: wie wil er met Karl Marx op de tandem?

Gepubliceerd: 19-09-2019, laatst gewijzigd: 19-09-2019

De voor 2020 aangekondigde regeling voor de fiets van de zaak lijkt op het eerste gezicht een duurzame en gouden zet van het kabinet. Helaas gaat het bij nadere beschouwing slechts om bladgoud: er zijn nu al tal van vragen en kanttekeningen bij het voorstel te plaatsen. Succes is dan ook zeker niet gegarandeerd.

CBS-onderzoek van enkele jaren geleden is er duidelijk over: als Nederlanders reizen, doen ze dat voornamelijk van en naar hun werk. Van alle gereisde kilometers heeft woon-werkverkeer met 28% het grootste aandeel. Heel logisch dus, dat de Nederlandse overheid naar dat woon-werkverkeer kijkt nu verduurzaming van onze samenleving gewenst is. Zoals het ook logisch is dat het kabinet maatregelen neemt om mensen op duurzamere wijze van en naar hun werk te laten reizen. De (elektrische) fiets lijkt hierbij een goed alternatief voor de auto.

Simpele regeling met lage bijtelling

De gemiddelde Nederlander woont maar 22,7 kilometer van het werk, blijkt uit ander CBS-onderzoek. Dat is zeker op de elektrische fiets een in redelijke tijd overbrugbare afstand. De voornaamste vraag is dus hoe je het gebruik van de fiets kunt stimuleren. De meest voor de hand liggende oplossing lijkt een simpele regeling voor de fiets van de zaak met een in economisch opzicht (te) laag bijtellingspercentage. Bij (hybride) elektrische auto’s werkte dat prima – achteraf gezien zelfs iets al te goed.

Goud blijkt bladgoud

De voor 2020 aangekondigde regeling voor de fiets van de zaak lijkt dus een duurzame en gouden zet van het kabinet. De coalitie mikt op een bijtelling van maar 7% van de cataloguswaarde. En de regels zijn zo ruim dat zelfs tandems zijn toegestaan. Toch hebben we bij nadere beschouwing helaas te maken met bladgoud. Er zijn nu al zoveel vragen en kanttekeningen bij het voorstel te plaatsen dat het succes van de regeling allerminst gegarandeerd is.

Onlogisch verschil met auto

Laat ik beginnen bij een rammelend basisprincipe. Stel dat een werknemer zijn fiets van de zaak uitsluitend gebruikt voor woon-werkverkeer en zuiver zakelijke ritten van uw bedrijfsadres naar bijvoorbeeld klanten. Dan moet u in de voorgestelde regeling 7% van de cataloguswaarde tot het loon van de werknemer rekenen. Administratief geen probleem, maar… stel nu dat uw medewerker die ritten met een auto van de zaak rijdt die hij niet voor privédoeleinden gebruikt. Dan hoeft er in principe geen bijtelling voor die auto van de zaak plaats te vinden. Waarom dan wel bij een fiets?

Het is niet altijd goed weer

Verder kan ik me goed voorstellen dat uw fietsende werknemers soms toch liever met de auto naar het werk komen. Bijvoorbeeld als het oer-Hollands hard waait, het water met bakken uit de hemel komt en/of de ANWB ‘code oranje’ afkondigt. Een fiets van de zaak verhindert dan volgens de fiscus dat u belastingvrij 19 cent per kilometer voor het woon-werkverkeer per auto kunt geven. Dat lijkt mij allereerst vervelend voor uw werknemers. Die 19 cent netto is vaak toch al niet kostendekkend, dat wordt er natuurlijk niet beter op als er ook nog eens belasting van af moet.

Allerlei extra kosten

Maar ik voorzie ook problemen voor u. Wie gaat controleren of de belastingheffing niet op oneigenlijke wijze wordt omzeild? U heeft vast geen kaboutertjes in dienst die dat ’s nachts gratis voor u doen. En ik kan u verzekeren dat Flynth ze ook niet heeft. Het zal er dus wel op uitdraaien dat u met extra (loon)kosten van uw loonadministrateur wordt geconfronteerd. Die komen nog bovenop de extra kosten die hij zal moeten rekenen voor de uitvoering van de fietsregeling (fietsen aankopen, leasecontracten sluiten, onderhoudsbonnetjes betalen, et cetera).

Mooiweerfietsen is duur

Nu laat dat probleem van het slechte weer zich natuurlijk eenvoudig oplossen. U kunt de fiets van de zaak alleen ter beschikking stellen gedurende de aangename maanden van voorjaar, zomer en nazomer. Keiharde keerzijde is dat de regeling dan duurder wordt. De fiets wordt immers maar een deel van het jaar gebruikt, terwijl de kosten niet dienovereenkomstig afnemen. Die kosten zullen u en uw werknemer zelf moeten dragen. Voor zover ik heb kunnen nagaan voorziet de voorgestelde regeling niet in gratis fietsen van het Rijk. Zeker bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt zal het er op uitdraaien dat u als werkgever voor een groot deel of alle kosten mag opdraaien.

Karl Marx op de tandem

Kortom, de overheid meent hier weer eens te mogen beschikken over úw portemonnee. Uw werknemer moet gaan fietsen. En als werkgever mag u dat compleet met alle door onlogische en inefficiënte regels veroorzaakte extra kosten gaan betalen. Daarmee krijgt de voorgestelde regeling voor een fiets van de zaak toch wel wat communistische trekjes. Met Karl Marx op de tandem! Ook al gaat het om een greep in úw portemonnee, het irriteert mij. Vooral omdat het ook best anders kan.

Mooie rol voor investeringsfonds

Stel dat het kabinet het al voorgestelde investeringsfonds voor verduurzaming via een private leaseregeling fietsen ter beschikking laat stellen aan inwoners van Nederland. En stel dat dit gewoon tegen marktconforme voorwaarden gebeurt. Dan komt de financiële last terecht bij degene die ook de lusten heeft. Om het fietsen naar het werk te stimuleren, zou de fiscus toe kunnen staan dat een deel van het loon ter grootte van het maandelijkse leasebedrag niet volledig wordt belast, maar slechts tot 1/12 deel van het forfait van 7%. Met als administratieve voorwaarde een schriftelijke verklaring met bewijsstukken, die u als werkgever relatief eenvoudig (en goedkoop) in de loonadministratie kunt verwerken

Beperk uw aandeel in de fietsregeling

In een dergelijke opzet heeft de werkgever geen last van allerlei fiscale randverschijnselen die alles alleen maar nodeloos complex maken. En tussenkomst van het investeringsfonds is niet eens noodzakelijk: het kan ook met particuliere bedrijven die leasefietsen exploiteren. We leven tenslotte in een vrije markteconomie. Nu het kabinet helaas liever voorsorteert op een fietstocht met Marx, geef ik werkgevers in overweging om hun aandeel in de kosten van een nieuwe fietsregeling zoveel mogelijk te beperken.

Beperk de aanschafprijs

Dit kunt u om te beginnen doen door een eigen bijdrage van uw werknemers te vragen. Daarnaast is maximering van de aanschafprijs geen overbodige luxe. Er zijn jarenlang bruikbare elektrische fietsen van circa € 1.000 op de markt, maar ook elektrische mountainbikes van € 9.500. Die laatste zijn voor uw werknemer ongetwijfeld een hippe en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde. Zeker als u – zoals bij auto’s al gebruikelijk is – hem om de drie jaar een nieuwe laat uitkiezen. Maar u loopt dan wel het risico krap € 3.200 per jaar als afschrijving of leasebedrag te moeten neertellen voor iets wat in (te) korte tijd is afgereden tot een stuk oud ijzer met amper enige restwaarde. U bent gewaarschuwd.

Pas op voor de btw-correctie

Houd verder rekening met de btw-correctie voor het privégebruik van de fiets van de zaak waar u als werkgever jaarlijks zult worden geconfronteerd. Die zou wel eens hoger kunnen uitvallen dan de bij auto’s gebruikelijke 2,7%, ik sluit circa 4% niet uit. Een fiets van de zaak wordt per slot van rekening vooral gebruikt voor privédoeleinden en woon-werkverkeer (voor de btw-heffing is dat ook een privérit). Langere zakelijke ritten liggen veel minder voor de hand dan bij auto’s.

Uit fietsen met een nuchtere sparringpartner

Kortom, zet bij invoering van een regeling voor fietsen van de zaak de sluis niet wagenwijd open. Bij de regeling die het kabinet voorstelt zijn al die fietsen tandems met Karl Marx achterop! Ga liever uit fietsen met een nuchtere sparringpartner. Mijn gespecialiseerde collega’s op het gebied van arbeidszaken en loonheffing zijn graag bereid om u te begeleiden bij het tot stand brengen van een fiscaal verstandige nieuwe fietsregeling.

 

Geschreven door:

Contact

Een vestiging bij u in de buurt
Tom Kleinpenning

Tom.Kleinpenning@flynth.nl