Blog

De wereld verandert. Verandert het onderwijs wel mee?

De wereld verandert. Verandert het onderwijs wel mee?
Gepubliceerd: 30-06-2022, laatst gewijzigd: 01-07-2022

De coronapandemie laat haar sporen achter in de wereld, op alle denkbare gebieden. Zo ook in het onderwijs. Want als corona ons één ding heeft geleerd, is het wel om flexibel te zijn. Zelfs flexibeler dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Dat geldt zeker voor de organisatie, inrichting en kwaliteit van het onderwijs: belangrijke taken voor schoolbesturen en de overheid. Weke vraagstukken houden schoolbesturen anno 2022 bezig? 

Door het sluiten van scholen tijdens de verscheidene lockdowns in de afgelopen twee jaar heeft digitaal onderwijs een behoorlijke opmars gemaakt, van primair onderwijs tot hogescholen en universiteiten. Het traditionele onderwijs, dus fysiek naar school met een docent voor de klas, maakte plaats voor onderwijs op afstand. Dit was noodzakelijk, maar was het ook wenselijk? 

Fysiek contact 

Het is in mijn optiek niet wenselijk om het primair onderwijs geheel of deels te digitaliseren. Fysiek contact en de sociale interactie zijn voor de jongere leerlingen juist heel erg belangrijk. Digitaal onderwijs helpt niet om de fundering te leggen om kinderen pedagogisch klaar te maken voor de maatschappij. Ook het leunen op ouders om afstandsonderwijs te begeleiden, is niet wenselijk. Vooral kinderen uit gezinnen waarin de ouders hier niet toe in staat zijn, zullen een achterstand oplopen, waarvan nog onduidelijk is of die wel kan worden ingelopen.  

Hybride vorm van onderwijs 

Een hybride vorm van onderwijs, dus zowel digitaal als fysiek zou kunnen naarmate de leerlingen ouder worden. Hiermee realiseert één docent een groter bereik, wat een pluspunt is bij een toenemend lerarentekort en kan tevens een helpende hand zijn voor de uitdagingen die er zijn op het gebied van huisvesting.  

Maar van die docent wordt met toenemende digitalisering ook steeds meer gevraagd.  Dit voert de werkdruk op, terwijl je de werkdruk in het onderwijs juist wilt verminderen. Naast dat zij op een bepaalde manier ook als maatschappelijk werker acteren, wordt ook van hen verwacht dat zij de technologische ontwikkelingen bijhouden. Als dit leidt tot stresgerelateerde klachten, is dit geen wenselijke situatie. Niet op menselijk vlak, maar ook niet in het licht van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Dit alles heeft ook effect op het imago van het vak. Naarmate dat verslechtert, verergert ook het lerarentekort. Een complex vraagstuk voor onderwijsbesturen.  

Technologische ontwikkelingen 

Techniek is een bepalende factor voor hybride onderwijs: zonder afdoende digitale infrastructuur die het tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs faciliteert, kan onderwijs niet op een kwalitatief goede manier digitaal plaatsvinden. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar rap op: wanneer spring je als onderwijsinstelling in? En wat te denken van ethische vraagstukken rondom technologie: alles is mogelijk, maar is het ook wenselijk? Hoeveel privacy kan een onderwijsinstelling opgeven voor gemak? Daarnaast is cybersecurity een belangrijk punt: met toegenomen digitalisering is er ook een toegenomen kans voor cybercriminelen om systemen plat te leggen. Een veel gestelde vraag en een nieuw agendapunt voor veel schoolbesturen is waarom cybersecurity zo belangrijk is en hoe je de systemen beschermt tegen cybercriminelen. 

Financiering 

Ook financiering is een groot struikelblok. Publiek geld is voor veel onderwijsinstellingen nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten, waarbij het aantal leerlingen of diploma’s de hoogte van de overheidsbijdrage bepaalt. Met name voor universiteiten en het hoger onderwijs geldt dat het aandeel van deze primaire geldstroom afneemt ten opzichte van inkomsten uit subsidies en inkomsten uit de private sector. Ook worden geldstromen ingezet om strategische disciplines (bijvoorbeeld bètastudies) te stimuleren. In het basis- en voortgezet onderwijs staat de financiering onder druk door dalende leerlingenaantallen. Hoewel de uitvoering van private activiteiten door de minister wordt gestimuleerd, dringt de minister wel steeds meer aan op het vergroten van de transparantie over publieke investeringen in private activiteiten. We kennen allemaal nog wel de hbo-fraude in 2001 waarbij hogescholen subsidies aanvroegen voor opleidingen die niet konden worden aangemerkt als volwaardig of voor private opleidingen die voor bedrijven werden opgezet. Als gevolg daarvan ontvingen hogescholen onterecht een rijksbijdrage. Het uitgangspunt is dat private activiteiten met private middelen worden gefinancierd. Toch is hierop een uitzonderling mogelijk, omdat het wenselijk kan zijn dat er private activiteiten worden ontwikkeld die een meerwaarde hebben voor het bekostigde onderwijs en onderzoek. Noodzakelijk is dat onderwijsbesturen transparant zijn in hun bestedingen en hier verantwoording over afleggen.  

Om de transparantie beter te waarborgen zie je dat instellingen haar private activiteiten onder brengen in een afzonderlijk opgerichte rechtspersoon, hetgeen overigens niet verplicht is. Ook moet het interne toezicht zo zijn georganiseerd dat zowel het college van bestuur en de raad van toezicht een duidelijke rol heeft bij het aangaan van en het toezicht houden op private activiteiten. Om schoolbesturen in het MBO en HO meer guidance te geven heeft het ministerie van OCW vorig jaar de nieuwe beleidsregel “investeren met publieke middelen in private activiteiten” opgesteld. In mijn optiek hadden schoolbesturen behoefte aan meer richtlijnen als het gaat om deze casuïstiek en de wijze waarop verantwoording moet worden afgelegd. 
 
Een ander vraagstuk voor de toekomst is hoe de financiering voor een leven lang leren eruit gaat zien. Krijgt iedereen leerrechten of een individueel potje? Welke rol spelen werkgevers hierin en wat is de invloed van de flexibilisering van het onderwijs op de financiering? Als leerlingen en studenten niet langer na een vast traject een diploma halen, maar modules aan elkaar rijgen tot het gewenste pakket of als zij verschillende onderwijsinstellingen in- en uitlopen om dat te leren waar ze op dat moment behoefte aan hebben? 

Wat is de rol van onderwijsbesturen? 

Deze prangende en complexe vraagstukken lijken het nieuwe normaal in het onderwijs van 2022. Een taak voor zowel schoolbesturen als raden van toezicht is nu om nog beter te kijken waar de organisatie staat en naartoe wil. Achteroverleunen was al geen optie, maar lijkt nu compleet van tafel verdwenen. De toegenomen hybride manier van werken vergt een andere manier van denken en een andere manier van financiering. Slagvaardigheid vanuit de overheid is hierbij ook doorslaggevend; als het ene schoolbestuur het anders doet dan het andere, kan dat van invloed zijn op de aanmelding. Moet het Rijk dan ingrijpen? Feit blijft dat er zonder visie geen lange termijn aanpassingen mogelijk zijn. Zonder samenwerking en stabiliteit zakt Nederland af op de onderwijsladder. 

Flynth adviseurs en accountants helpt schoolbesturen met de aansluiting van de strategische doelen op de begroting. Ook scenariodenken is iets waar onze specialisten mee kunnen helpen: wat zijn de risico’s en kansen in bepaalde situaties, wat kan er gebeuren en wat is nodig om bepaalde doelen te bereiken? Wij staan schoolbesturen en raden van toezicht graag bij met de complexe vraagstukken in de huidige tijd. Met onderwijs in zicht, werken we aan het fundament voor de toekomst. 

Meer weten? Meld u aan voor ons onderwijsseminar! 

Ook weten hoe uw onderwijsinzicht de basis vormt voor de toekomst en de financiën van uw onderwijsinstelling? Kom en praat mee tijdens ons onderwijsseminar ‘Onderwijs in zicht, het fundament voor de toekomst’. Bestuurders en toezichthouders gaan op dinsdag 13 september om 13:00 uur op zoek naar de optimale balans. Bent u ook van de partij? Klik hier en meld u aan.   

 

Deel dit bericht via:

Geschreven door:

Bel: 088 23 67 777

Gerelateerde artikelen

Ralf Janssen Externe Accountant bij Flynth Ralf Janssen