My Flynth

Werkgevers

Alle belastingtips die u nog voor het einde van het jaar kunt gebruiken als het om personeel gaat.

Belastingtips voor ondernemers met personeel in dienst. Tips over onder andere buitenlandse werknemers, administratie, ww-premies en pensioen leest u op deze pagina. Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op.

tips voor werkgevers

Ga aan het einde van 2019 zo snel mogelijk na of de loonadministratie en de financiële administratie op elkaar aansluiten. Het is immers mogelijk dat een of meer (belaste) uitbetaalde vergoedingen per abuis niet zijn verwerkt in de loonadministratie. En dan zijn over deze vergoedingen geen loonheffingen ingehouden of eindheffingen afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen de loon- en de financiële administratie komen zulke afwijkingen aan het licht. U kunt de verschuldigde loonheffingen dan alsnog afdragen. Dit kan eventueel in de vorm van eindheffing gebeuren.

Flynth kan u ondersteunen met uw personeelsadministratie.

Binnen de werkkostenregeling mag u tot 1,2% van het totale fiscale loon (vrije ruimte) van al het personeel besteden aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan het personeel. Deze zaken moeten wel worden aangewezen als eindheffingsloon Hierover hoeft u dan geen loonheffingen te betalen. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt u 80% eindheffing.

Heeft u in 2019 de vrije ruimte van de werkkostenregeling wel volledig benut? Als blijkt dat er nog voldoende vrije ruimte is, kunt u die bijvoorbeeld nog benutten voor een Sinterklaasbijeenkomst, het kerstpakket of voor een Kerst- of eindejaarsborrel, die overigens alleen binnen de vrije ruimte hoeft te vallen als deze op een externe locatie plaatsvindt. Mocht u dan nog ruimte over hebben, dan kan het handig zijn om verstrekkingen die begin 2020 zijn gepland en onder de vrije ruimte vallen, zo mogelijk te vervroegen. Verder kunt u alvast bekijken of u in 2020 rekening moet houden met extra werkkosten ten opzichte van het afgelopen jaar.

Tip Heeft u in 2019 al eindheffing afgedragen wegens een verwachte overschrijding van de vrije ruimte? En ontdekt u achteraf dat dit te veel of te weinig was? Dan kunt u dit uiterlijk corrigeren in de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van 2020.

Let op!

Verstrekt u tijdens het personeelsfeest op de werkplek een maaltijd, dan is deze niet gericht vrijgesteld. Het daarvoor geldende normbedrag van € 3,35 (2019) zou u, als daar nog ruimte voor is wel onder de vrije ruimte kunnen brengen. Vindt het personeelsfeest op een externe locatie plaats, dan geldt voor de maaltijden niet het genoemde normbedrag, maar moet u de factuurwaarde inclusief btw in aanmerking nemen.

Een personeelsfeest kan onder de werkkostenregeling onbelast blijven als u de borrel op de werkplek organiseert. Zowel de drankjes en hapjes die de werknemers consumeren, als de kosten van bijvoorbeeld entertainment vallen onder deze faciliteit. Kiest u voor een externe locatie, dan zijn een personeelsfeestje én de consumpties eindheffingsloon en wel tegen de factuurwaarde. Eventueel kunt u hiervoor de vrije ruimte gebruiken. Maar dan legt u wel beslag op deze ruimte.

Tip

De verstrekte consumpties zijn ook onbelast voor werknemers van andere vestigingen, locaties of kantoren én voor werknemers van andere werkgevers met wie u de concernregeling toepast.

Let op!

Wilt u nog in 2019 een personeelsfeest organiseren en zit u krap in de vrije ruimte? Houd er dan rekening mee dat maaltijden bij een personeelsfeest niet vrij zijn te verstrekken. Het normbedrag is in 2019 € 3,35.

Als u aan het einde van 2019 nog vrije ruimte over heeft én u overweegt om een of meer werknemers een bonus te geven, kunt u deze bonus in de vrije ruimte laten vallen. Daarbij gelden wel als voorwaarden dat u de bonus nog in 2019 uitbetaalt en dat de bonus voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat de bonus niet meer dan 30% mag afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

Tip

Het ministerie van Financiën keurt vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen (waaronder ook bonussen!) van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar in ieder geval goed.

Let op!

Wilt u een hogere bonus toepassen, dan moet u bewijzen dat een dergelijke bonus gebruikelijk is in uw sector.

Tip

Ook als voldaan wordt aan de gebruikelijkheidstoets, maar de vrije ruimte wordt overschreden, en u 80% eindheffing moet betalen, kan het voordelig zijn om een bonus aan te wijzen als eindheffingsloon. Bespreek tijdig de mogelijkheden met uw adviseur.

Wilt u uw werknemer een fiets van de zaak ter beschikking stellen? Wacht daar dan mee tot na 31 december 2019. Vanaf 1 januari 2020 geldt namelijk een forfaitaire waardering voor het privégebruik van deze fiets. De fiscus gaat uit van een waarde van 7% van de consumentenadviesprijs. De fabrikant of de importeur maakt in Nederland deze prijs publiekelijk kenbaar.

Tip

Vraagt u van uw werknemer een eigen bijdrage voor privégebruik, dan mag u die in mindering brengen op de bijtelling. De bijtelling kan echter daardoor niet negatief worden.

Tip

Bespreek met uw adviseur ook de mogelijke alternatieven. Zo kunt u misschien de fiets vergoeden of verstrekken aan de werknemer, en deze zo mogelijk onderbrengen in de vrije ruimte. U kunt ook het bedrag voor de aanschaf van de fiets aan de werknemer renteloos lenen en de werknemer de lening bijvoorbeeld laten aflossen met zijn onbelaste reiskostenvergoeding.

Als uw bedrijf een concern vormt met minstens twee concernonderdelen, kan het handig zijn om de concernregeling toe te passen. In dat geval hoeft u voor de toepassing van de werkkostenregeling de vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van meer dan één concernonderdeel niet langer te splitsen. U kunt de concernregeling toepassen bij een aandelenbelang van minimaal 95%. Als twee of meer stichtingen gedurende het gehele kalenderjaar in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar zijn verweven, dat zij een eenheid vormen, is eveneens sprake van een concern. Van zo’n stichting is sprake als aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

- een stichting heeft het recht om nieuwe bestuursleden van een andere stichting te benoemen;

- een stichting heeft recht op het vermogen van een andere stichting als die ophoudt te bestaan.

Tip

Als u voor het jaar 2019 nog de concernregeling wilt toepassen, moet u daarvoor uiterlijk bij de aangifte over het eerste tijdvak van 2020 kiezen.

Als uw bedrijf producten verkoopt die ook bij uw werknemers geliefd zijn, geef hen dan korting op de producten die zij bij u kopen. De korting is voor uw werknemers onbelast, mits de producten niet-branchevreemd zijn en voor zover de korting niet te hoog is. Voor zover de korting per product hoger is dan 20% van de waarde van dat product in het economische verkeer of samen met andere verleende kortingen meer bedraagt dan € 500, wordt het meerdere in aanmerking genomen als belast loon. Eventueel kunt u dit overschot aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste brengen van uw vrije ruimte.

Tip

U mag deze regeling ook toepassen ten aanzien van oud-werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid.

Als u uitkeringen en verstrekkingen doet aan werknemers, bijvoorbeeld om hen te steunen in financieel krappe tijden of bij tegenslagen, kan het een goed idee zijn om nog in 2019 een personeelsfonds op te richten. Uitkeringen en verstrekkingen uit zo’n fonds zijn namelijk onder voorwaarden onbelast. Eén van de voorwaarden is dat tussen het moment van oprichting en het jaar waarin de uitkeringen worden gedaan (met een maximumperiode van vijf jaar), de bijdrage van de werkgever niet hoger mag zijn dan de totale bijdrage van de gezamenlijke werknemers. Overigens moet u de bijdragen van de werknemers inhouden op hun nettoloon.

Tip

Als u nog in 2019 een personeelsfonds opricht en de werknemersbijdrage bijvoorbeeld inhoudt op de dertiende maand of eindejaarsuitkering van uw werknemers, kunt u zelf ook nog een bijdrage doen. Dan kunt u uw werknemers in 2020 al ondersteunen. Bovendien is de bijdrage die u in dat fonds stort een aftrekpost van uw resultaat.

Eind 2019 krijgt u van de Belastingdienst een beschikking met de sectorindeling én de premies voor de werkhervattingskas voor 2020. Ga na of de sectorindeling klopt met de activiteiten van uw bedrijf, want als u in de verkeerde sector wordt ingedeeld, kan dit grote financiële gevolgen hebben. U kunt er een voordeel uit halen als u te veel premies moet afdragen maar ook een nadeel als u nu te weinig premies afdraagt. In dat laatste geval kunt u een naheffing ontvangen over de afgelopen vijf jaar!

Let op!

Controleer ook de premies! Want ook als de sectorindeling juist is, kunnen de premies werknemersverzekeringen toch onjuist zijn berekend. Reken dit dus na.

Let op!

Sinds 25 mei 2017 kunnen nieuwe uitzendwerkgevers al niet meer ingedeeld worden in een vaksector. Voor uitzendwerkgevers die vóór deze datum al in een vaksector waren ingedeeld, is deze toch van toepassing gebleven bij ongewijzigde werkzaamheden. Deze overgangsregeling eindigt per 1 januari 2020. Daardoor valt vanaf 1 januari 2020 een groot deel van de uitzendwerkgevers onder ‘sector 52 Uitzendbedrijven’. Uitzendwerkgevers die zijn ingedeeld in een vaksector ontvangen een nieuwe beschikking sectorindeling van de Belastingdienst. Of uw gehele bedrijf voortaan onder sector 52 of dat u in aanmerking komt voor een gesplitste aansluiting hangt af van het percentage van het totale premieloon dat op jaarbasis wordt toegerekend aan het ter beschikking stellen van personeel.

De huidige premiedifferentiatie WW op basis van sector wordt op grond van de zogenaamde Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) per 1 januari 2020 vervangen door premiedifferentiatie op basis van de aard van de arbeidsovereenkomst. Kort gezegd houdt de premiedifferentiatie in dat voor werknemers met een onbepaalde tijd contract (met een eenduidig vastgelegde arbeidsomvang) een lagere premie geldt dan voor werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Voor iedereen die geen onbepaalde tijd contract heeft, zoals flexcontracten, tijdelijke contracten en 0-urencontracten, geldt de hoge WW premie. Het verschil tussen de hoge en lage premie bedraagt 5 procentpunt! Is ten onrechte de lage premie toegepast, dan kan deze met terugwerkende kracht worden herzien. De hoge WW premie geldt niet voor een werknemer met een leerwerkovereenkomst op grond van de BBL en een werknemer die bij aanvang van het aangifte tijdvak jonger is dan 21 jaar en in dat aangiftetijdvak maximaal 48 verloonde uren (4 weken aangifte) c.q. 52 verloonde uren heeft (maandaangifte).

Meer over de Wet Arbeidsmarkt in Balans

Als u oudere werknemers in dienst heeft, moet u rekening houden met de jaarlijkse verhoging van de AOW-leeftijd. Op basis van het in de zomer gesloten pensioenakkoord blijft de AOW-leeftijd per 1 januari 2020 66 jaar en vier maanden.

Meer over afscheid nemen van personeel

Nu het einde van het jaar nadert, is het bijna tijd om de loonadministratie over 2019 af te sluiten. Doe dit zo snel mogelijk. In ieder geval moet dit gebeurd zijn vóórdat u de loonaangifte over het laatste tijdvak van 2019 moet indienen. Controleer bij de afsluiting of u van iedere werknemer een kopie heeft van het identificatiebewijs. Zorg er ook voor dat u alle rekeningen van verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers en declaraties van aan werknemers vergoede kosten op orde heeft.

Let op!

Weet u de identiteit van een werknemer niet op de juiste manier vast te stellen, pas dan het anoniementarief toe. Anders riskeert u een verzuimboete van maximaal € 5.278.  Check vóór jaarwisseling administratie van uitzendkrachten. Maakt u binnen uw bedrijf gebruik van uitzendkrachten en andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn (zoals gedetacheerden)? Dan is het van belang dat u vóór het einde van 2019 controleert of uw administratie met betrekking tot deze medewerkers op orde is. Zo moet u van al deze medewerkers de identiteit hebben gecontroleerd. Aangezien u uitzendkrachten niet mag vragen om een kopie van een identiteitsbewijs, is het raadzaam bij de controle het soort identiteitsbewijs, het nummer en de geldigheidsduur te noteren. Daarnaast moet u bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt.

Let op!

Verder moet u de registratie van het uitzendbureau checken. Voldoet u niet aan deze verplichting, dan kan de Inspectie SZW u bij een eventuele controle een boete opleggen van € 8.000 tot maximaal € 32.000 per werknemer (afhankelijk van het aantal ter beschikking gestelde arbeidskrachten). Deze boetes kunnen bij recidive worden verdubbeld of zelfs verdrievoudigd!

Houdt u zich bezig met het zoeken naar vrijwilligers voor een stichting of vereniging? En kan dit lichaam gebruik maken van de vrijwilligersregeling? Wijs dan potentiële vrijwilligers op de mogelijkheid van indexatie van de vrijgestelde vergoeding vanaf 1 januari 2020. Sinds 1 januari 2019 kunnen vrijwilligers een belastingvrije vergoeding krijgen van maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar. Ook hoeft de stichting of vereniging als opdrachtgever over dat bedrag geen premies werknemersverzekeringen af te dragen. Met Prinsjesdag is een voorstel gepresenteerd om de genoemde maxima met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks te indexeren. De wetgever zal het maximumbedrag per kalenderjaar rekenkundig afronden op een veelvoud van € 100. Zoals het er nu naar uitziet zal dat in 2020 nog niet leiden tot een verhoging van de genoemde maxima

Let op!

Alleen algemeen nut beogende instellingen, sportorganisaties of andere lichamen die niet zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting of van vennootschapsbelasting zijn vrijgesteld, mogen de vrijwilligersregeling toepassen.

In 2020 gaat de Belastingdienst scherper controleren op de uitvoering van de Wet deregulering boordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Kwaadwillende opdrachtgevers konden al rekenen op boetes als zij ten onrechte een opdrachtnemer niet als werknemer hadden opgegeven. Maar ook als u niet kwaadwillend bent, maar aanwijzingen van de Belastingdienst op dit gebied niet binnen een redelijke termijn hebt opgevolgd, kan de Belastingdienst handhavingsmaatregelen nemen.

Moet uw werknemer een verklaring omtrent gedrag (VOG) overleggen en wilt u hem bijstaan in de kosten? Vergoed dan de kosten van deze aanvraag op zijn vroegst op 1 januari 2020. In dat geval valt de vergoeding namelijk onder een gerichte vrijstelling en hoeft u geen loonbelasting erover te berekenen. Die vergoeding heeft vanaf die datum ook geen gevolgen meer voor de vrije ruimte van 1,2% (1,7% over de eerste € 400.000 loonsom).

Zijn er in uw onderneming tijdelijke arbeidsovereenkomsten die aflopen op 31 december 2019? Laat dan vóór 1 december 2019 aan de werknemer schriftelijk weten of de tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt verlengd of niet. Deze zogeheten aanzegverplichting geldt voor tijdelijke contracten van minimaal zes maanden. Als u niet of te laat aanzegt, kan de werknemer een schadevergoeding eisen van maximaal een bruto maandsalaris.

Tip

Door de aanzegging per e-mail met ontvangstbevestiging te versturen kunt u bewijzen dat u de aanzegging tijdig heeft gedaan. Maar andere bewijsmiddelen zijn ook toegestaan, bijvoorbeeld een aangetekende brief.

Meer over afscheid nemen van personeel

Momenteel geldt dat er drie bepaalde tijd contracten in twee jaar tijd gegeven mogen worden. Vanaf 1 januari 2020 wijzigt de ketenregeling. De opeenvolging van tijdelijke contracten wordt verruimd. Dit wordt vanaf 1 januari 2020 drie jaar. Het maximum aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten blijft drie. Er is geen overgangsrecht van toepassing wat betekent dat de maatregelen direct ingaan op 1 januari 2020. Een arbeidsovereenkomst die eindigt op of na 1 januari 2020 geldt dus een ketenbepaling van drie jaar ook als de arbeidsovereenkomst is aangegaan vóór 1 januari 2020.

Vanaf 2020 moet u oproepkrachten na één jaar contract met vaste uren aanbieden. Vanaf 2020 moet u uw oproepkracht steeds als de oproepovereenkomst een jaar heeft geduurd, een contract aanbod doen voor een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Dit contractaanbod moet ten minste het aantal uren omvatten dat de werknemer het jaar ervoor gemiddeld heeft gewerkt.

Let op!

Het initiatief ligt bij u! Stel dat u op 1 januari oproepkrachten in dienst heeft die langer dan 12 maanden gewerkt hebben, onderneem dan actie. Voor deze oproepkrachten geldt dat u vóór 1 februari 2020 een aanbod moet hebben gedaan. Wanneer u dat niet doet dan krijgt de oproepkracht zolang u het aanbod niet doet, recht op uitbetaling van het loon gebaseerd op de vaste arbeidsomvang.

Per 1 januari 2020 wijzigt het ontslagrecht met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans. Een belangrijke versoepeling betreft de introductie van een cumulatiegrond. Als meerdere ontslagredenen een rol spelen, die ieder op zichzelf gezien echter te zwak zijn om tot ontslag over te gaan, kan de rechter de afweging maken of ontslag op basis van de cumulatiegrond gerechtvaardigd is. Nu is ontslag alleen mogelijk als er sprake is van een goed onderbouwde ontslaggrond. Tegenover deze versoepeling staat echter een hogere transitievergoeding (maximaal 50% hoger) voor de werknemer die op basis van de cumulatiegrond wordt ontslagen. Andere belangrijke wijzigingen hebben betrekking op de berekening van de transitievergoeding:

-        ook transitievergoeding bij kort dienstverband: nu moet een werknemer eerst twee jaar bij u in dienst zijn geweest om aanspraak te maken op een transitievergoeding. Vanaf 1 januari 2020 geldt de transitievergoeding vanaf dag één en zal de standaard ontslagvergoeding een derde van het maandsalaris bedragen, voor elk jaar dienstverband.

-        lagere transitievergoeding bij lang dienstverband: nu geldt bij een lang dienstverband een hogere transitievergoeding (half maandsalaris per jaar) voor de jaren dat het dienstverband langer heeft geduurd dan tien jaar. Die hogere transitievergoeding komt te vervallen: per jaar geldt een transitievergoeding van een derde maandsalaris, ongeacht de duur van het dienstverband.

-        de overgangsregeling voor oudere werknemers komt te vervallen: nu geldt nog een overgangsregeling waarbij oudere werknemers aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding van een maandsalaris per jaar voor de jaren waarin zij ouder dan 50 jaar waren bij een dienstverband van meer dan tien jaar, tenzij er sprake was van een kleine werkgever (minder dan 25 werknemers). Door het vervallen van deze overgangsregeling wordt voor de werkgever ontslag van een oudere werknemer na 1 januari 2020 veelal goedkoper.

Let op!

Zegt u de arbeidsovereenkomst met een werknemer ouder dan 50 jaar, die minstens tien jaar in dienst is geweest, vóór 1 januari 2020 op, maar gaat het ontslag pas in na 1 januari, dan moet u toch de transitievergoeding volgens de overgangsregeling betalen. Voor de werknemer voordeliger, maar voor u als werkgever niet.

Meer over afscheid nemen van personeel

Wilt u in 2020 een ander aangiftetijdvak gebruiken voor de loonheffingen? Bijvoorbeeld omdat u het loon voortaan om de vier weken uitbetaalt. In dat geval moet u de Belastingdienst een ingevuld formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen opsturen waarin u verzoekt om een wijziging van het aangiftetijdvak. Dit formulier moet uiterlijk 14 december 2019 binnen zijn bij de Belastingdienst. Als de inspecteur het formulier later ontvangt, kunt u pas in 2021 een ander aangiftetijdvak gebruiken.

Heeft uw concern een of meer buitenlandse concernonderdelen? Dan kan het Nederlandse concernonderdeel de buitenlandse concernonderdelen veel administratieve rompslomp uit handen nemen door akkoord te gaan met verlegging van de inhoudingsplicht naar een Nederlands concernonderdeel. Om de inhoudingsplicht te verleggen moeten de betrokken concernonderdelen gezamenlijk vóór 1 januari 2020 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

Als u werknemers in dienst heeft die in Nederland werken maar in het buitenland wonen, is het de vraag in welk land deze werknemers zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen en of u voor hen sociale premies moet inhouden en afdragen. Hierover kunt u zekerheid krijgen door bij de sociale zekerheidsinstantie van het woonland (in de meeste gevallen Duitsland of België) een beschikking aan te vragen die aangeeft welk wettelijk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is. Deze beschikking noemt men ook wel de A1-verklaring. Omdat de A1-verklaring meestal voor 12 maanden geldt, moet u jaarlijks een nieuwe beschikking aanvragen. Het einde van het jaar is een goed moment om te inventariseren wanneer de lopende verklaringen aflopen. Maak hiervan een overzicht en mochten er een of meer verklaringen per 31 december 2019 aflopen, vraag dan nog in 2019 een nieuwe beschikking aan als u ook in 2020 zekerheid wilt hebben over de vraag of de betreffende werknemers wel of niet in Nederland zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen.

Heeft u werknemers in dienst die geen EU- of EER-nationaliteit hebben? Zorg dan ervoor dat u voor deze mensen beschikt over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Aangezien deze vergunningen voor een bepaalde periode worden afgegeven en meestal per het eind van een kalenderjaar aflopen, is het raadzaam om zo snel mogelijk te checken of een of meer werkvergunningen per 31 december 2019 aflopen. Is dit inderdaad het geval, vraag dan direct een verlenging aan, mits dit gewenst is.

Tip

Voor Zwitserse werknemers heeft u, net als voor EU-werknemers, geen tewerkstellingsvergunning nodig.

Als u aan uw werknemer een bij strafbeschikking opgelegde geldboete of een bestuursrechtelijke dwangsom vergoedt, behoort deze vergoeding vanaf 1 januari 2020 verplicht tot het belastbare loon. U mag zulke vergoedingen niet meer aanwijzen als eindheffingsbestanddelen. Hetzelfde geldt voor het vergoeden van buitenlands dwangsommen die zijn te vergelijken met Nederlandse bestuursrechtelijke dwangsommen.

Let op!

Het aanwijsverbod voor bestuursrechtelijke dwangsommen en bij strafbeschikking opgelegde boeten is voor het eerst van toepassing op dwangsommen die na 31 december 2019 verbeurd zijn respectievelijk boeten vanwege strafbeschikkingen die na 31 december 2019 zijn uitgevaardigd.