My Flynth

Alle ondernemers

Alle belastingtips die u nog voor het einde van het jaar kunt gebruiken.

Belastingtips voor ondernemers. Tips over onder andere het bewaartermijn van uw administratie, investeringen, WBSO-subsidie en energie- en investeringsaftrek leest u op deze pagina. Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op.

tips voor alle ondernemers

Als u administratieve stukken zeven jaar bewaart, voldoet u keurig aan de fiscale wettelijke bewaartermijn. Het begrip administratie wordt daarvoor ruim genomen. Alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing, zijn in de ogen van de fiscus een onderdeel van de administratie. Bijvoorbeeld de loonadministratie, verkoopadministratie, voorraadgegevens, het grootboek en facturen van crediteuren en debiteuren maar ook kassastroken en aantekeningen vallen daar onder. Gooi daarom uw oude administratie pas weg als de bewaartermijn is verlopen. Als uw boekjaren de kalenderjaren volgen, betekent dit dat u na 31 december 2019 uw administratie over 2012 en eerdere jaren mag weggooien. Als u bepaalde documenten nog nodig hebt, bijvoorbeeld contracten, pensioen- en lijfrentepolissen, moet u deze echter nog wel bewaren. 

Let op!

Het gaat hierbij om de fiscale bewaartermijnen maar er kunnen ook andere redenen zijn waarvoor een andere bewaartermijn geldt.

Let op!

Voor de btw-administratie over het gebruik van onroerende zaken, elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en tv-omroepdiensten geldt een bewaartermijn van tien jaar inclusief het jaar van eerste ingebruikname. Dit omdat zich in die periode een herziening van de btw-aftrek kan voordoen. Bijvoorbeeld wegens een andere bestemming van een of meer onroerende zaken, waardoor btw uit voorgaande jaren alsnog deels aftrekbaar kan zijn of deels terugbetaald moet worden.

Lees meer over de wettelijke bewaartermijnen.

Als u de fiscale winst over 2019 wilt drukken, is dat misschien mogelijk door het vormen van een voorziening voor (grote) uitgaven die u in 2020 of later denkt te zullen doen. Een aandachtspunt daarbij is dat deze toekomstige uitgaven hun oorsprong moeten vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2019 of eerder. Deze feiten en omstandigheden moeten ook kunnen worden toegerekend aan dat jaar. Ten slotte moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken. Onder omstandigheden is het mogelijk om nog een inhaaldotatie te plegen zodat u mogelijk nog meer fiscaal voordeel behaalt. Overleg met uw adviseur of u in 2019 nog een voorziening kunt vormen en of dat voor u interessant is.

Let op!

Als u nog compensabele verliezen heeft uit jaren voor 2019 dan is voorzichtigheid geboden. De vorming van een (grote) voorziening kan er toe leiden dat de mogelijkheid voor verliesverrekening wordt beperkt en misschien wel helemaal vervalt. Dat zou jammer zijn!

Heeft u in 2016 een fiscale boekwinst behaald met de verkoop van een bedrijfsmiddel? En heeft u deze boekwinst gedoteerd aan de herinvesteringsreserve (HIR)? Dan riskeert u dat de Belastingdienst de HIR dit jaar tot uw fiscale winst rekent als u niet tijdig de herinvestering doet. Natuurlijk is het niet zo gemakkelijk om nog snel een investering af te ronden. Gelukkig kunt u de inspecteur verzoeken om de driejaarstermijn te verlengen als de aanschaf van het nieuwe bedrijfsmiddel is vertraagd door bijzondere omstandigheden. Maar hij zal uw verzoek alleen honoreren als u kunt aantonen dat u een begin heeft gemaakt met de herinvestering.

Tip
Als de inspecteur meent dat u geen herinvesteringsvoornemen (meer) heeft, zal hij de HIR aan de belaste winst toevoegen. Het is daarom verstandig om uw herinvesteringsvoornemen vast te leggen in een schriftelijk stuk. Blijf het voortbestaan van uw herinvesteringsvoornemen aan het eind van ieder jaar vastleggen totdat u de herinvestering doet. En mocht de herinvestering vertraging oplopen, bewaar dan de documenten die bewijzen dat echt sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Overweegt u om bedrijfsmiddelen te verkopen die u in 2015 heeft aangeschaft? En heeft u over de toenmalige investering in deze bedrijfsmiddelen een investeringsaftrek toegepast? Probeer dan de verkoop uit te stellen tot begin 2020. Zo voorkomt u dat u een deel van de investeringsaftrek uit 2015 moet terugbetalen via de desinvesteringsbijtelling. Hierbij geldt dat de desinvesteringsbijtelling nooit meer is dan de destijds genoten investeringsaftrek. Overigens mag u de desinvesteringsbijtelling ook achterwege laten als u de bedrijfsmiddelen voor hooguit € 2.300 verkoopt.

Let op!
De desinvesteringsbijtelling is ook van toepassing bij andere vormen van vervreemding. Als u een bedrijfsmiddel overbrengt naar uw privévermogen, is dit een fictieve vervreemding. In zo’n geval neemt de Belastingdienst de waarde in het economische verkeer van het bedrijfsmiddel als overdrachtsprijs.

Overweegt u om in 2019 nog te investeren in bedrijfsmiddelen? Bedenk dan wel dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) vervalt als uw investeringen die recht geven op de KIA dit jaar meer bedragen dan € 318.449. Als een overschrijding van dit bedrag dreigt, kunt u de investering beter uitstellen tot in 2020. De investering wordt toegerekend aan het jaar waarin u verplichtingen aangaat, zoals het plaatsen van een order, akkoord gaan met een offerte of het tekenen van een koopcontract. Vervaardigt u zelf een bedrijfsmiddel, dan draait het om het jaar waarin u de voortbrengingskosten maakt.

Let op!

Als uw onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, moet u voor het bepalen van de KIA kijken naar de totale investering van het samenwerkingsverband en niet naar de investering van elke onderneming afzonderlijk. Bij investeringen in een samenwerkingsverband kan het fiscaal voordelig zijn om niet in het samenwerkingsverband (VOF of maatschap) te investeren maar om de maten zelf “buitenvennootschappelijk” te laten investeren. Op 24 mei 2019 heeft de Hoge Raad hierover een interessante uitspraak gedaan die voordelig kan uitpakken bij een juiste planning. Over een andere situatie liggen momenteel twee zaken bij de Hoge Raad.

Planning van investeringen is dan ook cruciaal. Daarnaast is het belangrijk om uw rechten open te houden door bezwaar te maken met de verschillende zaken bij de Hoge Raad in het achterhoofd. Niet geschoten is tenslotte altijd mis. Overleg dat met uw adviseur!

Als u eind 2019 verplichtingen aangaat voor de investering in een bedrijfsmiddel, mag u daarover de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) toepassen in 2019. In principe geldt hierbij de voorwaarde dat u het bedrijfsmiddel in 2019 in gebruik heeft genomen.

Heeft u het bedrijfsmiddel in 2019 nog niet in gebruik genomen? En zou de investeringsaftrek uitgaan boven het bedrag dat bij het einde van 2019 voor die investering is betaald? Dan wordt de KIA beperkt tot het bedrag wat in 2019 is betaald. Het meerdere is aftrekbaar als KIA in 2020. Als u de KIA toch volledig wilt benutten, zult u een aanbetaling moeten doen zodat de totale betaling in 2019 voor de investeringen minimaal gelijk is aan het bedrag van de KIA voor 2019.

Naast KIA heeft u misschien ook recht op energie-investeringsaftrek (EIA) in het geval u energiezuinige investeringen doet, of milieu-investeringsaftrek (MIA) als u milieuvriendelijke investeringen doet.

De EIA bedraagt in 2019 45%. De MIA bedraagt, afhankelijk van het bedrijfsmiddel, 13,5%, 27% of 36%. Investeringen beneden een bedrag van € 2.500 komen niet voor EIA of MIA in aanmerking.

Niet alle energiezuinige of milieuvriendelijke investeringen komen in aanmerking. De bedrijfsmiddelen moeten zij n opgenomen in de in de energielijst of de milieulijst die ieder jaar opnieuw worden vastgesteld. Het is dus geen garantie dat als een bedrijfsmiddel dit jaar op een van beide lijsten is opgenomen, dat volgend jaar ook nog zo zal zijn.

Lees hier meer over subsidieadvies van Flynth.

Let op!

Voor de KIA hoeft het bedrijfsmiddel niet nieuw te zijn. Voor de EIA en de MIA moet dat wél. Ook moet voor de EIA en de MIA de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting digitaal via het eLoket op MijnRVO.nl. worden gemeld, anders bestaat er geen recht op de investeringsaftrek. Maakt u het bedrijfsmiddel zelf of vindt de vervaardiging plaats onder uw regie, dan moet u iedere keer binnen 3 maanden na het eind van het kalenderkwartaal waarin voortbrengingskosten zijn gemaakt (betaalmoment) melden. Als de voortbrengingskosten zijn gemaakt in hetzelfde kwartaal als waarin het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen, moet u binnen 3 maanden na ingebruikneming melden.

Tip

Heeft u nog geen eHerkenning? Houdt u dan ook rekening met de aanvraagtermijn daarvan. Met eHerkenning doet u straks veilig online zaken met meer dan 400 overheidsorganisaties door middel van één inlogcode. U kunt dit zelf aanvragen, of Flynth het voor u laten doen.

U moet als ondernemer afschrijven op bedrijfsmiddelen omdat deze in waarde dalen. Deze afschrijving is aftrekbaar van de winst. In bepaalde gevallen kunt u gebruik maken van willekeurige afschrijving. U mag dan eerder en meer afschrijven, en kunt zo belastingheffing uitstellen. Willekeurige afschrijving is er voor milieu-investeringen (VAMIL), maar ook voor startende ondernemers.

VAMIL is alleen mogelijk voor bepaalde in de milieulijst opgenomen bedrijfsmiddelen.  Op die lijst vindt u zowel bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de VAMIL als bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). Sommige bedrijfsmiddelen komen voor beide faciliteiten in aanmerking. Daardoor kan het fiscale voordeel nog meer oplopen. De milieulijst wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld.

In 2019 kunnen startende ondernemers over hun investeringen tot maximaal € 318.449 willekeurig afschrijven.

Tip

Als u nog compensabele verliezen heeft uit jaren voor 2019 zou een afschrijving ertoe kunnen leiden dat de mogelijkheid voor verliesverrekening wordt beperkt en misschien wel helemaal vervalt. Dat zal niet de bedoeling zijn! In dit geval hoeft u bij een willekeurige afschrijving niets af te schrijven of kunt u volstaan met een lagere afschrijving dan gebruikelijk.   

In beginsel mag u geen investeringsaftrek toepassen voor verplichtingen die u bent aangegaan met bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot uw huishouden. De inspecteur kan deze beperking op verzoek in de aangifte achterwege laten.

Een belangrijke voorwaarde is dat het reële verplichtingen betreft. Verder mag de investering in principe niet zijn bedoeld om het percentage van de investeringsaftrek te beïnvloeden. Een ander aandachtspunt is dat de fiscus de desinvesteringsbijtelling toepast als de verplichting tegenover de bloed- of aanverwant niet is nagekomen of is veranderd binnen vijf jaar na aanvang van het kalender(boek)jaar waarin de verplichting was aangegaan.

Bent u in 2015 zo’n verplichting aangegaan, zorg er dan voor dat u vóór 1 januari 2020 de verschuldigde rente en aflossing betaalt. Of maak in ieder geval aannemelijk dat de afwijking van wat overeengekomen is op zakelijke gronden berust.

U kunt de loonkosten van uw speur- en ontwikkelingsproject in 2020 verlagen door een zogeheten tegemoetkoming op grond van de WBSO te claimen. Maar dan moet u deze tegemoetkoming wel tijdig aanvragen! Wilt u het gehele jaar 2020 gebruik maken van de WBSO, dan moet u de aanvraag uiterlijk  30 november 2019 doen. Flynth kan de WBSO aanvraag ook voor u doen.

Let op!

U moet WBSO aanvragen bij RVO.nl via eHerkenning. Heeft u nog geen eHerkenning? Houdt u dan ook rekening met de aanvraagtermijn daarvan. Met eHerkenning doet u straks veilig online zaken met meer dan 400 overheidsorganisaties door middel van één inlogcode. U kunt dit zelf aanvragen, of Flynth het voor u laten doen.

Als uw bedrijf nu een bestuurlijke last onder dwangsom krijgt opgelegd, zijn de betaalde dwangsommen nog aftrekbaar van de winst. Bestuursrechtelijke dwangsommen die na 31 december 2019 worden verbeurd, zijn echter niet meer aftrekbaar. Als de last onder dwangsom is bedoeld om u tot een bepaalde handeling te laten overgaan, heeft u nu dus een extra reden om deze handeling tijdig te verrichten.

Het gaat dan om bijvoorbeeld door een provincie, gemeente of waterschap opgelegde last onder dwangsom, zoals bij overtredingen van milieuregels maar ook door de ACM, DNB of Autoriteit Consument en Markt opgelegde last onder dwangsom.

Tip

Privaatrechtelijk dwangsommen blijven nog wel aftrekbaar.

Als u bij strafbeschikking een geldboete krijgt opgelegd, kunt u deze nu nog aftrekken van de fiscale winst. Vanaf 1 januari 2020 zullen naar verwachting bij strafbeschikking opgelegde geldboeten niet aftrekbaar zijn in de inkomsten- en vennootschapsbelasting.