My Flynth

BTW en overdrachtsbelasting

Alle belastingtips die u nog voor het einde van het jaar kunt gebruiken als het om BTW en overdrachtsbelasting gaat.

Belastingtips voor ondernemers met personeel in dienst. Tips over onder andere uw btw-id, intracommunautair vervoer en factureren leest u op deze pagina. Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op.

tips voor BTW en overdrachtsbelasting

De btw die in 2019 aan u(w bedrijf) in rekening is gebracht op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto, is aftrekbaar als voorbelasting zolang u(w bedrijf) de auto heeft gebruikt voor belaste omzet. Als u de auto in 2019 ook voor privédoeleinden heeft gebruikt, moet u daarvoor een correctie toepassen in uw laatste btw-aangifte van 2019. Als u het werkelijke privégebruik niet heeft bijgehouden, mag u uitgaan van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm). Voor bepaalde auto’s, waaronder auto’s die vijf jaar in de onderneming zijn gebruikt, mag u een forfait van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) toepassen.

Let op!

Als u de btw-correctie kunt berekenen op basis van het werkelijke privégebruik, houd dan in het oog dat woon-werkverkeer voor de btw-heffing over het algemeen als privé wordt aangemerkt. De btw-adviseurs van Flynth kunnen u meer vertellen over de gevallen waarin het woon-werkverkeer als zakelijk mag worden beschouwd.

Het is verstandig om op basis van uw administratie geregeld te controleren of uw btw-aangiften juist zijn. Als u tijdens de controle van uw btw-aangiften ontdekt dat te veel btw is afgedragen, kunt u het bedrag aan te veel afgedragen btw corrigeren met een suppletieaangifte. Dit kan over 2019 en tot het einde van dit kalenderjaar ook over de jaren 2015 tot en met 2018.

Tip

U hoeft de suppletieaangifte niet te gebruiken als de correctie hooguit € 1.000 bedraagt. In dat geval mag u de correctie namelijk verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. Hetzelfde geldt voor een correctie van hooguit € 1.000 aan te weinig afgedragen btw.

Heeft u in 2019 btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen afgetrokken? Controleer dan of u een of meer personeelsleden hiermee voor meer dan € 227 (exclusief btw) heeft bevoordeeld. En check ook of u een of meer relaties voor meer dan € 227 heeft bevoordeeld. Als minstens een van beide situaties zich voordoet, moet u in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van 2019 de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen. Dit wordt ook wel de BUA-correctie genoemd (BUA: Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting).

Let op!

De fiets van de zaak valt buiten de BUA-regeling. En voor de btw-aftrek op kosten van verstrekkingen van eten en drinken aan personeel gelden aparte regels. De btw-adviseurs van Flynth kunnen u daar meer over vertellen.

Als u in 2018 een onroerende zaak heeft gekocht en samen met de verkoper heeft geopteerd om de levering met btw te belasten, moet u tijdig een en ander regelen. U moet namelijk binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering (dus vóór 28 januari 2020) een zogeheten 90%-verklaring uitreiken aan de verkoper en de fiscus. In deze verklaring vermeldt u of u de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor u voor minstens 90% recht heeft op btw-aftrek. Als u in het eerste boekjaar of in het daaropvolgende boekjaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, stelt de Belastingdienst dat de levering met terugwerkende kracht alsnog vrijgesteld is van btw. Voor de verkoper kan dit betekenen dat hij (een deel van) de vóór die verkoop in vooraftrek gebrachte btw moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Als u in een later jaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, blijft de verkoper buiten schot en moet u zelf op de gewone manier uw btw-aftrek herzien.

Tip

Bent u zelf verkoper van een onroerende zaak en wil uw afnemer dat u samen met hem opteert voor een btw-belaste levering? Stel dan in de koopovereenkomst duidelijke afspraken op over de eventuele btw-schade als de optie voor btw-belaste levering vervalt. Beding bijvoorbeeld dat de koper de btw-schade aan u vergoedt als hij niet meer voldoet aan de 90%-norm.

In 2020 vindt een aanpassing plaats van de kleineondernemersregeling (KOR) in de omzetbelasting. Wie kiest voor toepassing van de nieuwe regeling (de zogenaamde OVOB) hoeft geen btw-aangifte te doen. Hij mag geen btw in rekening brengen en dus ook niet op de factuur vermelden. Hij heeft evenmin recht op de teruggaaf van betaalde btw. Om te kunnen kiezen voor de OVOB mag de omzet in Nederland in het kalenderjaar maximaal € 20.000 bedragen. Als u de facturen voor leveringen begin 2020 nog dit jaar verzendt, valt deze omzet in dit jaar en heeft u meer kans om in 2020 onder de drempel te blijven.

Let op!

Het is niet altijd voordelig om gebruik te maken van de OVOB. Raadpleeg uw vaste contactpersoon of een van de btw-adviseurs bij Flynth.

Let op!

Als u kiest voor de OVOB, bent u daar in principe voor minstens drie jaar aan gebonden.

Let op!

De nieuwe KOR zal alleen gelden voor prestaties die u in Nederland verricht.

Heeft uw holding een werkmaatschappij die btw-belaste activiteiten verricht? En wil zij deze werkmaatschappij actief gaan beheren? Zorg dan ervoor dat u als dga rechtstreeks namens uw holding de managementwerkzaamheden verricht voor de werkmaatschappij. Zo is duidelijk dat uw holding een zogeheten moeiende holding is en recht heeft op aftrek van voorbelasting voor zover de afgenomen prestaties zijn benut voor btw-belaste activiteiten. Als het u niet lukt om dit huidige btw-tijdvak nog werkzaamheden te verrichten voor de werkmaatschappij, probeer dit dan te doen in het nieuwe belastingtijdvak.

Tip

Als een moeiende holding btw-belaste (management)diensten verricht aan een vennootschap, is de btw op de aan- en verkoopkosten van een meerderheidsbelang in deze vennootschap onder omstandigheden deels aftrekbaar.

Zit u al lang te wachten op een betaling van een debiteur? Weet dan dat u als crediteur uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf van btw verkrijgt. Het bedrag van de teruggaaf mag u in mindering brengen op de periodieke btw-aangifte. U hoeft geen afzonderlijk verzoek in te dienen bij de Belastingdienst.

Let op!

Als de debiteur de oninbaar geleken vordering op een later tijdstip alsnog betaalt, moet u de eerder op de aangifte in mindering gebrachte btw opnieuw op aangifte voldoen.

Als u een intracommunautaire levering hebt verricht, mag u onder voorwaarden het nultarief toepassen. Een belangrijke voorwaarde is dat u kunt bewijzen dat het goed Nederland heeft verlaten. Het vereiste aantal bewijsstukken wordt per 1 januari 2020 teruggebracht tot twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken. Bij twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken worden de goederen geacht vanuit het grondgebied van de lidstaat van levering te zijn verzonden of vervoerd. Denk aan een ondertekend CMR-document en een door een onafhankelijke derde ondertekend vervoersdocument.

Let op!

U moet bewijsstukken leveren die afkomstig zijn van twee partijen die onafhankelijk zijn van elkaar. Daarnaast is sprake van een zogenaamd bewijsvermoeden. De inspecteur heeft altijd nog de mogelijkheid om dat te ontkrachten. Zorg dus voor goede bewijsstukken.

Let op!

Als de verzending of het vervoer door de afnemer of door een derde voor rekening van de afnemer plaatsvindt moet u een schriftelijke verklaring van de afnemer hebben waarin wordt bevestigd dat de goederen, en waarin de lidstaat van bestemming van de goederen is vermeld. Die verklaring moet uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de maand waarin de intracommunautaire levering plaatsvond in uw handen zijn.

Per 1 januari 2020 krijgt u te maken met een nieuwe voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op toepassing van het nultarief bij intracommunautaire transacties. U zult namelijk op het moment van de transactie moeten beoordelen of uw afnemer beschikt over een geldig btw-identificatienummer. Dit nummer moet u ook vermelden in de periodieke Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (Opgaaf ICP). Als u als ondernemer niet aan de voorwaarden voldoet, vervalt uw de aanspraak op het nihiltarief op de betreffende levering.

Tip

Bewaar in uw administratie een bewijs dat u ten tijde van de transactie (vaak het moment van factureren) de geldigheid van het btw-identificatienummer heeft gecontroleerd in het Europese VIES-systeem.

Vanaf 1 januari 2020 kunt u eigen goederen uit uw bedrijf overbrengen naar een magazijn van een afnemer in een andere EU-lidstaat zonder dat de Belastingdienst deze overbrenging behandelt als een levering van goederen onder bezwarende titel. De intracommunautaire levering (ICL) en de intracommunautaire verwerving (ICV) vinden daardoor pas plaats op een later tijdstip, namelijk op het moment dat de afnemer de goederen gebruikt voor bijvoorbeeld zijn productieproces. Dit heeft tot gevolg dat in plaats van de leverancier, de afnemer de ICV moet aangeven in de lidstaat van bestemming.

Tip

Als u binnenkort pas begint met het overbrengen van goederen naar een afnemer in een andere EU-lidstaat, doet u er verstandig aan om daarmee te wachten tot na 1 januari 2020. U als leverancier hoeft zich in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep dan niet meer in de lidstaat van bestemming te registreren.

Let op!

Deze regeling is niet optioneel; zij is van toepassing zodra u voldoet aan de voorwaarden.

Als partijen hetzelfde goed aan elkaar doorverkopen, terwijl de eerste leverancier het goed rechtstreeks levert aan de laatste afnemer, is sprake van een keten. Het vaststellen van de btw-gevolgen kan nu soms ingewikkeld zijn, maar vanaf 1 januari 2020 zal een regeling gelden die wat eenvoudiger is. Binnen die nieuwe regeling moet men eerst de tussenhandelaar bepalen. De tussenhandelaar is de leverancier in de keten die de goederen zelf verzendt of vervoert ofwel voor zijn rekening door een derde laat verzenden of vervoeren. Zo’n tussenhandelaar kan niet de eerste leverancier in de keten zijn. In beginsel moet men ervan uitgaan dat de intracommunautaire levering plaatsvindt aan die tussenhandelaar. De overige leveringen binnen de keten tellen als een binnenlandse levering. De leveringen in de keten vóór de intracommunautaire levering gebeuren in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten na de intracommunautaire levering gebeuren in de lidstaat waar het intracommunautair vervoer eindigt.

Levert u digitale diensten aan particuliere afnemers buiten Nederland, maar binnen de EU? En is de omzet die u daarmee hebt behaald in 2018 en 2019 niet meer dan € 10.000 per jaar? Dan moet u in principe de btw over deze diensten aangeven en afdragen in Nederland, naar Nederlandse maatstaven. Als u de btw toch wilt aangeven en afdragen in de EU-landen van uw consumenten, moet u zich in deze EU-landen laten registreren. Maar misschien is het gemakkelijker en/of voordeliger om de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS-regeling) te gebruiken, waardoor u de buitenlandse btw die u over de diensten moet betalen kunt aangeven in Nederland, en (ook) niet hoeft te zijn geregistreerd in de andere lidstaten.  Opteren voor de MOSS-regeling kan bijvoorbeeld gunstig zijn als de btw-tarieven in andere lidstaten aanzienlijk lager zijn dan het btw-tarief in Nederland. Opteert u voor de MOSS, dan stuurt u digitaal via ‘Inloggen voor ondernemers’ uw btw-melding (btw-aangifte) in. De Belastingdienst stuurt vervolgens de btw-meldingen samen met de door u betaalde btw door naar de desbetreffende EU-landen via een beveiligd communicatienetwerk. Daarna nemen deze landen de behandeling van uw btw-melding over van de Belastingdienst.

Let op!

Een optie voor de MOSS-regeling geldt voor ten minste twee kalenderjaren en kent de nodige voorwaarden.

Let op!

Als uw situatie wijzigt of u vanwege een andere reden uw registratie wilt of moet aanpassen, moet u dat uiterlijk doorgeven op de tiende dag van de maand, die volgt op de maand waarin uw situatie is gewijzigd. U wijzigt uw registratie via ‘Inloggen voor ondernemers’. 

De Belastingdienst verstrekt in het najaar van 2019 alle eenmanszaken een nieuw btw-identificatienummer (btw-id), waarin het Burgerservicenummer (BSN) niet is verwerkt. Vanaf 1 januari 2020 moet u dit nieuwe btw-id gebruiken voor uw zakelijke contacten, zowel binnen als buiten de EU. Pas daarom uw factuurpapier, factuursjabloon, internetsite(s), briefpapier, overige digitale sjablonen en andere communicatiemiddelen tijdig aan. En licht uw belastingadviseur, vaste leveranciers en zakelijke klanten in.

Let op!

U blijft uw bestaande omzetbelastingnummer nog wel gebruiken voor contact met de Belastingdienst (bijvoorbeeld voor uw btw-aangifte).