NOW-regeling

NOW-regeling

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid

Steunpakket NOW 1.0 en NOW 2.0 voor werkgevers

 

Deze pagina wordt op dit moment voorzien van een update, waarin de noodmaatregelen uit het 3e noodpakket worden verwerkt. Heeft u vragen over de actuele stand van zaken, neem dan contact op met uw Flynth accountant.

 

 

Sinds 6 april 2020 kunnen werkgevers een beroep doen op de Tijdelijke Noodmaatregel

Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW 1.0). Afgelopen periode heeft het kabinet diverse wijzigingen aangekondigd in NOW 1.0 en besloten de regeling te verlengen tot november 2020 onder de noemer NOW 2.0. Flynth heeft de belangrijkste wijzigingen en maatregelen op een rij gezet.

Let op: er kunnen door de overheid wijzigingen en aanvullende maatregelen worden getroffen, er kunnen derhalve dus nog wijzigingen plaatsvinden. Wij houden u uiteraard op de hoogte indien er nieuwe ontwikkelingen zijn.

De Tijdelijke noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) is een subsidie om werkgevers met zware terugval in omzet door corona, te ondersteunen om werknemers in dienst te houden. Via de regeling wordt een periode van substantiële omzetdaling overbrugd met een tegemoetkoming in loonkosten. 

Bereidt u voor op de eindafrekening, inventariseer uw voorraad op tijd!

Omdat de NOW een subsidie is, bent u verplicht om een controleerbare administratie bij te houden als u er gebruik van maakt. In deze administratie kunnen alle belangrijke gegevens voor de NOW worden nagegaan, bijvoorbeeld alle ontvangst- en afleverdocumentatie.

Maakt u gebruik van de NOW 1.0 of 2.0?
Zorg dan dat u na afloop van beide perioden zo snel mogelijk uw voorraad inventariseert. Dit is namelijk van belang voor uw controleerbare administratie. Overleg met uw Flynth accountant hoe u dit het beste kunt doen.  

Als de NOW 1.0 periode is afgelopen per 31 mei, moet u ook een overzicht opstellen met ontvangsten en leveranties tussen de datum van inventarisatie en 31 mei.

Aanvragen NOW 2.0 mogelijk vanaf 6 juli 2020

Op 25 juni is de definitieve NOW 2.0 regeling gepubliceerd. De subsidieregeling is verlengd voor een periode van 4 maanden. Veel van de maatregelen uit het eerste noodpakket worden voortgezet en in het tweede noodpakket verlengd, wel is een aantal voorwaarden aangepast.

Werkgevers kunnen een tegemoetkoming vragen voor de loonkosten over de periode juni, juli, augustus en september. De referentiemaand voor de loonsom waarop de NOW-subsidie gebaseerd is, wordt de maand maart. De omzetdaling moet minimaal 20% zijn ten opzichte van de referentieperiode (in NOW 2.0 een derde van de jaaromzet van 2019).

Voor werkgevers die al eerder NOW hebben aangevraagd, moet het tijdvak voor de omzetdaling aansluiten bij het gekozen tijdvak in de eerste tranche; voor nieuwe aanvragers start deze naar keuze op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. De vaste forfaitaire opslag is in de verlengde NOW verhoogd van 30% naar 40%.

NOW 2.0

NOW 2.0 is in de basis gelijk gebleven aan het vorige steunpakket, maar kent enkele wijzigingen.

De NOW regeling wordt verlengd tot 1 november 2020. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 6 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020.

Om voor de NOW 2.0 in aanmerking te komen, moet sprake zijn van een omzetdaling van ten minste 20%. Deze eis uit de NOW-1 blijft van toepassing.

Voor NOW-2 geldt dat de omzetdaling wordt bepaald door een derde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet van een door de werkgever te kiezen periode van vier maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Indien men echter al een aanvraag heeft ingediend voor NOW-1 en de subsidie is verleend, dient de periode van omzetdaling waarvoor subsidie in het kader van NOW-2 wordt aangevraagd aan te sluiten op die periode van omzetdaling waarvoor in NOW-1 subsidie is aangevraagd en is deze dus niet vrijelijk door de werkgever te kiezen.

 

Net als bij de NOW-1 geldt ook hier dat indien er sprake is van een grotere samenstelling van rechtspersonen of natuurlijke personen, zoals een concern, de omzetdaling van de gehele groep de basis is van de subsidie. Dit betekent ook dat indien er sprake is van een moeder-dochterrelatie, deze relatie van entiteiten binnen een groep tezamen moet worden genomen voor de omzetbepaling. Indien een moedermaatschappij bijvoorbeeld verschillende dochtermaatschappijen heeft, dient de omzetbepaling van de moedermaatschappij en de verschillende dochters dus gezamenlijk te worden bepaald. Al deze maatschappijen worden gezamenlijk gezien als een groep.

 

Ook het omzetbegrip is hetzelfde als bij de NOW-1. Dit betekent onder meer dat subsidies en andere tegemoetkomingen onderdeel zijn van de omzetberekeningen, ook subsidies die worden opgehoogd of verstrekt om deze ondernemingen te compenseren in het kader van de uitbraak van het COVID-19-coronavirus (dit geldt niet voor de subsidie in het kader van de NOW). Een werkgever dient hier bij het opgeven van zijn omzetdaling bewust van te zijn.

Voor ondernemingen die zijn gestart na 1 januari 2019 of een overname of verkoop hebben gedaan na 1 januari 2019 bestaan aparte rekenregels.

De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van maart 2020 en bedraagt per maand maximaal 90% van de loonsom over maart 2020 (bij betaling per vier weken is dit het derde aangiftetijdvak van 2020, verhoogd met 8,33%).

Indien over de maand maart geen loongegevens beschikbaar zijn, wordt uitgegaan van het loon over november 2019 (of bij betaling per vier weken van het twaalfde aangiftetijdvak van dat jaar, verhoogd met 8,33%). De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten over de periode juni tot en met september 2020. Dit loonsomtijdvak geldt voor alle aanvragen, ongeacht de gekozen omzetperiode.

 

Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Bij een omzetdaling van 50% bedraagt de subsidie 45% (= 50% van 90%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% bedraagt de subsidie 18% (= 20% van 90%), etc. Bij een omzetdaling van minder dan 20% is de subsidie nihil.

Loon dat uitkomt boven € 9.538,- per maand komt niet voor subsidie in aanmerking.

Ook aanvullende lasten en kosten zoals onder andere werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Bij NOW-1 bedroeg deze opslag een forfaitair percentage van 30%. Dit percentage is verhoogd naar 40%. Hiermee ontstaat bij de bedrijven meer ruimte om beschikbare financiële middelen aan te wenden voor loondoorbetaling en andere kosten die gemaakt moeten worden om het bedrijf en dus ook de werkgelegenheid in stand te houden.

De loonsom van maart 2020 is de basis voor de subsidiehoogte Deze loonsom wordt gebruikt bij de bevoorschotting. Indien de loonsom van maart 2020 niet gevuld is wordt uitgegaan van de loonsom van november 2019.

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom (zoals gebruikt bij de bevoorschotting) vergeleken met de loonsom van de viermaandsperiode 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 waarover subsidie wordt ontvangen. Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%. Als benadering van de loonsom in maart wordt dan de loonsom van het derde tijdvak van 2020 genomen (24 februari t/m 22 maart 2020). Voor de viermaandsperiode waarover subsidie wordt ontvangen wordt gekeken naar het zevende tot en met het tiende tijdvak van 2020 (15 juni tot en met 1 oktober 2020).

De loonsom kan in de subsidieperiode lager uitvallen dan in de referentieperiode, omdat werknemers intussen niet meer in dienst zijn of niet meer zijn opgeroepen en daarom geen loondoorbetaling hebben. Bij verlies aan werkgelegenheid, blijkend uit het verlies aan loonsom, wordt de subsidie lager vastgesteld.

Bij een gedaalde loonsom ten opzichte van de referentieperiode krijgt de werkgever voor elke euro minder loonkosten 90 cent minder subsidie; er vindt dus geen correctie plaats voor het omzetverlies. Hiervoor is gekozen vanuit de gedachte dat de werkgever met X% omzetverlies ook voor diezelfde X% van zijn loonsom subsidie nodig heeft. Anders gezegd: als omzet en loonsom met hetzelfde percentage dalen, zal de werkgever de overgebleven loonsom moeten betalen met de overgebleven omzet en dient er geen recht op subsidie te bestaan. Een correctie voor omzetverlies zou tot moeilijk uitlegbare situaties leiden: een werkgever met 50% omzetverlies, zou zijn loonsom met 60% kunnen verminderen en voor de overgebleven loonsom alsnog (50% x 90%) = 45% subsidie kunnen krijgen.

Deze wijze van subsidievermindering sluit aan bij de oproep van het kabinet om werknemers zo veel mogelijk door te betalen. Bij die oproep past een wijze van subsidievaststelling die het aantrekkelijk maakt voor werkgevers de loonsom op peil te houden en dat wordt door bovenstaande verrekeningswijze het beste bereikt.

De aanvraagperiode voor subsidie loopt van 6 juli tot en met 31 augustus 2020. Aanvragen kunnen alleen worden ingediend via het daarvoor ontworpen formulier dat via www.uwv.nl beschikbaar wordt gesteld. Zodra positief op de aanvraag is beslist zal de subsidie verleend worden en een voorschot verstrekt worden in twee termijnen tot 80% van de verleende subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling en de loonsom over de maand maart 2020. Er geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de betaling van het eerste voorschot binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag te realiseren.

In beginsel vraagt de werkgever binnen 24 weken na afloop van de periode dat de omzetdaling heeft plaatsgevonden (de meetperiode), de vaststelling van de subsidie aan. Er kan om vaststelling worden verzocht vanaf 15 november, omdat vanaf dan de loongegevens volledig beschikbaar zijn. Een eerdere aanvraag is niet mogelijk. Daarom zal de termijn van 24 weken niet eerder dan medio november aanvangen.

Vervolgens zal op basis van door de werkgever aan te leveren definitieve gegevens over de omzetdaling vastgesteld worden hoe groot de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of aan alle aan de werkgever opgelegde verplichtingen in het kader van de NOW is voldaan.

Binnen 52 weken na ontvangst van de aanvraag wordt de definitieve subsidie vastgesteld. Bij de afrekening kan sprake zijn van terugvordering of nabetaling.

Ondernemingen die ten minste € 125.000 subsidie ontvangen of een voorschot van € 100.000 dienen een accountantsverklaring te overleggen. In dat geval heeft de onderneming meer tijd om een aanvraag tot vaststelling in te dienen (38 weken).

Bedrijven onder deze grens hebben een verklaring van een derde deskundige nodig. Geen verklaring is nodig indien het voorschot minder bedraagt dan € 20.000, tenzij de subsidie bij vaststelling wordt bepaald op tenminste € 25.000.

De vorm en inhoud van deze verklaringen zijn op 1 juli 2020 nog onbekend. Wij zullen u informeren zodra hier meer over bekend is.

In de gevallen dat de werkgever bij UWV een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen heeft ingediend wordt de loonsom voor 100% gecorrigeerd met de hoogte van de loonsom(men) van de werknemer(s) voor wie ontslag is aangevraagd. Het gaat hierbij om ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen die in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 bij UWV zijn ingediend en niet tijdig, binnen vijf werkdagen, zijn ingetrokken. De subsidie wordt gekort met de loonsom van de werknemer voor wie ontslag is aangevraagd voor een periode van drie maanden.

Het totale subsidiebedrag wordt met 5% verminderd als de werkgever in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 één of meerdere meldingen als bedoeld in de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) doet én gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers in een werkgebied van de WMCO ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvraagt. 

De werkgever kan de vermindering van het subsidiebedrag met 5% voorkomen door met de belanghebbende vakbonden, of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, overeenstemming te bereiken over de ontslagen waar de WMCO melding op ziet. De subsidie wordt ook niet met 5% verminderd als deze partijen, wanneer het niet gelukt is om overeenstemming te bereiken, gezamenlijk een door de Stichting van de Arbeid in te richten commissie hebben verzocht om te beoordelen of het voorgestelde aantal te vervallen arbeidsplaatsen noodzakelijk is en de werkgever dit verzoek op het moment van aanvragen van de vaststelling van de subsidie niet heeft ingetrokken.

Het kan zo zijn dat er geen belanghebbende vakbonden zijn. Voor die situatie wordt geregeld dat de werkgever ook met een andere vertegenwoordiging van werknemers een akkoord kan bereiken of het verzoek aan de Stichting van de Arbeid gezamenlijk met deze vertegenwoordiging kan indienen; het gaat dan om de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of, indien deze niet aanwezig is, een personeelsvergadering.  

Bepaald is dat de aanvullende subsidievoorwaarden bij collectief ontslag zullen gelden voor meldingen die worden gedaan in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020.

Het is niet toegestaan om dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen in te kopen, voor werkgevers/groep die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000,- of meer bedraagt of waarbij de subsidie wordt vastgesteld op € 125.000,- of meer.

Dit geldt voor het jaar 2020 tot en met de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Dit geldt ook voor andere ondernemingen en instellingen die niet via een aandeelhoudersvergadering werken, zoals coöperaties.

De voorwaarde ziet niet op dividend, bonussen en aandelen over 2019, als de beslissingen daarover al genomen waren voor de uitbraak van corona, maar pas in 2020 tot uitbetaling kan zijn overgegaan. Bij bonussen is dit beperkt tot de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie. Het strekt zich niet uit tot het overige personeel dat in het bedrijf werkzaam is en dat mogelijk variabel beloond wordt via bonussen. Dit betekent voor DGA’s/bestuurders en andere directieleden dat zij mogelijk slechts hun basisvergoeding ontvangen of hun gebruikelijk-loonregeling, vanwege het verbod om bonussen uit te keren. Onder bonussen worden zowel winstdelingen als andere bonusbetalingen verstaan.

Hierop bestaat wel een uitzondering indien er een wettelijke verplichting geldt om winst uit te keren of een verplichting hiertoe bestaat ingevolge een vaststellingsverklaring met de Belastingdienst.

Werkgevers die de NOW 2.0 aanvragen, zijn verplicht om werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of deel te nemen aan scholing. Werkgevers kunnen de aandacht hiervoor inpassen in het bestaande scholingsbeleid in hun onderneming of bespreken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Daarnaast kunnen zij – mede in het kader van goed werkgeverschap - wijzen op het belang van een scholing en ontwikkeling tijdens individuele personeelsgesprekken. Voorts kunnen hun werknemers stimuleren door vrijvallende arbeidstijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via bijvoorbeeld O&O-fondsen.

Om werkgevers en werknemers daarbij te helpen, biedt het kabinet ondersteuning aan scholingsactiviteiten met het crisispakket Nederland leert door.

Werkgevers dienen bij aanvraag van NOW-2 subsidie te verklaren aan deze inspanningsverplichting te zullen voldoen.

De NOW is een subsidie en de overheid streeft naar zoveel mogelijk transparantie bij besteding van publiek geld. De naam van een aanvrager, inclusief de verleende voorschotten en vastgestelde subsidie, wordt daarom openbaar gemaakt via de website van UWV. Het gaat hierbij alleen om de gegevens die van belang zijn voor de transparantie, niet om bedrijfs- of concurrentiegevoelige informatie.

De werkgever is verplicht om:

 

  • de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden;
  • in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020  geen verzoek om toestemming te doen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover subsidie is verleend;
  • indien hij in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 een melding doet als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet melding collectief ontslag:
  • over het voorgenomen collectief ontslag op overeenstemming gericht overleg te voeren met de belanghebbende verenigingen van werknemersverenigingen, of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers; en
  • niet eerder dan vier weken na de melding verzoeken om toestemming te doen om arbeidsovereenkomsten in het kader van het collectief ontslag op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
  • de subsidie uitsluitend aan te wenden voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval wordt aangewend voor de betaling van loonkosten;
  • de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening;zich in te spannen om werknemers te stimuleren om deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing;
  • een controleerbare administratie te voeren (alle gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de subsidie moeten kunnen worden nagegaan);
  • tot vijf jaar na de vaststelling van de subsidie, desgevraagd, inzage te geven in de administratie;
  • loonaangifte te doen op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 op de voorgeschreven momenten;
  • de overheid onverwijld en schriftelijk te informeren als zich omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie;
  • na afloop van de subsidieperiode een definitieve opgave te overleggen van de omzetdaling, met daarbij (indien vereist) een accountantsverklaring of een derde-deskundige verklaring (afhankelijk van de hoogte van de subsidie).

NOW 1.0

Het UWV-loket voor de NOW 1.0 was opengesteld vanaf 6 april. Werkgevers konden hun  NOW-aanvraag tot en met 5 juni 2020 indienen. Aanvragen voor de verlengde regeling NOW 2.0 kunnen vanaf 6 juli 2020 worden ingediend.

Werkgevers kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de loonkosten met terugwerkende kracht tot 1 maart 2020. De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de driemaandsperiode waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. Voor de loonsom wordt uitgegaan van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen. Loon dat uitkomt boven € 9.538,- per maand komt niet voor subsidie in aanmerking.

Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Ter bespoediging van de aanvraagprocedure is gekozen voor een opslag voor werkgeverslasten van 30% voor alle gevallen (in de NOW 2.0 wordt dat percentage verhoogd tot 40%, zie: NOW 2.0).

Voor de loonsom wordt uitgegaan van het loon dat in de maand januari 2020 is uitbetaald.  Verder moeten werkgevers rekening houden met de volgende zaken:

  • Het voorschot wordt hersteld als een werkgever in de maanden maart, april en mei 2020 minder dan drie maal de loonsom van januari 2020 heeft betaald. Het teveel ontvangen voorschot dient dan terugbetaald te worden.
  • Had de onderneming gedurende de winterperiode veel minder personeel in dienst? Dan kan onder voorwaarden de stijging van de loonsom in maart t/m mei mee worden genomen in de hoogte van de subsidie bij vaststelling. Dit kan alleen als de loonsom in de periode maart t/m mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom van januari.  In deze rekenmethode wordt de hoogte van de loonsom in de maanden april en mei altijd gemaximeerd op het niveau van maart.
  • Werkgevers met een 0-loonsom in januari 2020, of geen loonsom in januari 2020 en november 2019, die wel een loonsom in maart 2020 hebben, kunnen mogelijk toch nog in aanmerking komen voor NOW 1.0.  Als zij vanwege deze reden eerder een afwijzende beschikking hebben ontvangen, zullen zij door het UWV worden benaderd.
  • Binnen de NOW 1.0 regeling geldt een ontslagboete van 50%. Als een werkgever voor één of meerdere werknemers bedrijfseconomisch ontslag heeft aangevraagd, wordt bij de eindafrekening de subsidie verlaagd met een bedrag van 150% van de hoogte van de loonsom van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd. Deze boete is gewijzigd in de verlengde regeling, zie NOW 2.0.

Om voor de NOW-regeling in aanmerking te komen moet sprake zijn van minstens 20% omzetdaling over een aangesloten periode van 3 maanden.

 

De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Bij een omzetdaling van 100% bedraagt de NOW-subsidie 90% van de totale loonsom. Bij een lagere omzetdaling wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld (bijvoorbeeld 45% van de loonsom bij een omzetdaling van 50%). De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een driemaandsperiode waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020.

 

De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier (als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling).

Als de gebruikte tijdvakken voor de omzetbepaling niet representatief zijn, dan vindt geen correctie plaats.

 

De NOW-regeling geldt alleen voor werknemers die in dienst zijn van de werkgever én die verplicht verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen;

  • Werkenden met een zogenoemde fictieve dienstbetrekking vallen daarmee wel onder de reikwijdte van de NOW-regeling.
  • Niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde DGA’s vallen daarmee niet onder de reikwijdte van de NOW-regeling (DGA's die wel verplicht verzekerd zijn wel).
  • De NOW-regeling geldt ook voor flexibele contracten als de flexibele werknemers in dienst blijven en loon ontvangen gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt.

De loonsombepaling voor seizoensbedrijven is aangepast. Hierdoor komen ook deze bedrijven mogelijk (alsnog) voor tegemoetkoming in aanmerking. De loonsom in de periode maart t/m mei 2020 moet hoger zijn dan drie maal de loonsom in januari. De hoogte van de loonsom in april en mei 2020 wordt gemaximeerd op het niveau van maart.

De nieuwe rekenmethode geldt niet alleen voor seizoensbedrijven, maar voor alle werkgevers met een hogere gemiddelde loonsom in de periode maart tot en met mei dan tijdens de maand januari (inclusief maximering).

Let op: De aanpassing wordt pas bij de definitieve subsidievaststelling gedaan. De bevoorschotting wordt niet aangepast. Werkgevers zullen deze aanpassing van de eerste tegemoetkoming dus op zijn vroegst in september ontvangen.

Bij bedrijfsovername kan sprake zijn van een niet representatieve omzet- of loonsombepaling. Daarom stelt het kabinet nu voor om de afwijking van de standaardregel voor omzetbepaling van startende ondernemingen, ook toe te passen bij een bedrijfsovername. Ook wordt voorgesteld om de loonsombepaling voor seizoensbedrijven toe te passen bij een onderneming die een andere onderneming heeft overgenomen en daardoor in januari geen representatieve loonsom heeft.

Ondernemers die een dertiende maand hebben uitgekeerd in januari, kunnen daardoor onvoldoende in aanmerking komen voor de NOW. Waar dit terug te vinden is in de polisadministratie filtert UWV dit bij de eindafrekening eruit.

De hoofdregel is dat concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, gebruik kunnen maken van de NOW regeling. Werkmaatschappijen die meer dan 20% omzetverlies hebben door de coronacrisis, maar onderdeel uitmaken van een concern met in totaal minder dan 20% omzetdaling, mogen ook subsidie aanvragen voor de loonsom. Hierbij zijn wel verschillende voorwaarden van toepassing. 

Voor de bepaling of er sprake is van een concern wordt aangesloten bij de begrippen groepsmaatschappij en dochtermaatschappij uit BW 2 titel 9 art 24b resp 24a. Met dien verstande dat een dochtermaatschappij zoals gedefinieerd in BW2 titel 9 niet per definitie ook een groepsmaatschappij is. Echter voor de NOW regeling geldt, dat zowel de groepsmaatschappij als de dochtermaatschappij tot het concern behoren.

Een voor 17 maart 2020 aangevraagde werktijdverkorting wordt automatisch omgezet in een NOW aanvraag. Als de werktijdverkorting al is toegekend, is dat niet het geval. De werktijdverkorting blijft dan gewoon gelden. Een toegekende werktijdverkorting kan niet worden verlengd, werkgevers kunnen na afloop wel de NOW-regeling aanvragen.

Uiteindelijk dient de werkgever binnen 24 weken na 6 oktober 2020 vaststelling van de subsidie aan te vragen. Daar is in sommige gevallen een accountantsverklaring of derde-deskundige verklaring voor nodig (zie toelichting bij NOW 2.0). Het UWV zal vervolgens binnen 52 weken een eindafrekening doen. 

De vaststelling van de eerste subsidieperiode (NOW 1.0) kan aangevraagd worden vanaf 7 oktober. Indien er voor beide tijdvakken (NOW 1.0 én NOW 2.0) subsidie is aangevraagd, kan definitieve vaststelling van beide tijdvakken niet eerder dan na afloop van het tweede tijdvak worden aangevraagd.

Nieuws en feiten

Theme picker

Webinar

De Noodmaatregel Overbrugging Werkbehoud (NOW) is een regeling die door het kabinet in het leven geroepen is om bedrijven die tijdens de coronacrisis omzetverlies lijden tegemoet te komen. Een mooie maar niet eenvoudige regeling.

Flynth schoof op dinsdag 14 april aan bij een webinar, georganiseerd door Ik Ben Drents Ondernemer, in samenwerking met Kennispoort Drenthe, Provincie Groningen en het Friese Ynbusiness om alles omtrent deze NOW regeling toe te lichten voor ondernemers.

Heeft u het webinair gemist? Geen probleem, het webinar is hier terug te kijken.

Gebruik maken van de noodmaatregelen? Uw Flynth adviseur helpt u hierbij. Om vragen te beantwoorden en concrete adviezen te geven voor uw bedrijfssituatie kunt u ook contact met ons opnemen via 088 2367350 of maak gebruik van het formulier.

Neem contact met mij op