Verlaging gebruikelijk loon door coronacrisis mogelijk

Verlaging gebruikelijk loon door coronacrisis mogelijk

In 2021 mag onder voorwaarden uitgegaan worden van een lager gebruikelijk loon voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) en andere werknemers die vallen onder de gebruikelijkloonregeling. Dat kan de BV net die extra nodige financiële armslag bieden.

De gebruikelijkloonregeling

Voor werknemers en hun partners die arbeid verrichten voor de vennootschap waarin zij een aanmerkelijk belang houden, geldt de zogenaamde gebruikelijk loonregeling. De wet geeft richtlijnen welk bedrag de vennootschap voor die personen minimaal als loon in acht moet nemen.

Let op:

  • De tegemoetkomingen voor 2021 verschilt wel wezenlijk van die voor 2020.
  • Verlaging van het salaris met terugwerkende kracht niet is toegestaan. U kunt dus alleen het salaris verlagen voor toekomstige maanden.

Waar wij hierna de dga of ab-werknemer noemen, bedoelen we alle werknemers die vallen onder de gebruikelijk loonregeling.

Door het verlagen van het salaris kunt u de B.V. tijdelijk wat extra financiële armslag bieden. Maar let wel op, verlaging van het salaris is niet in alle gevallen de voordeligste oplossing. Overleg met uw Flynth adviseur is dan ook zeker aan te raden.

Hoofdregel

Voor dga’s en andere werknemers van een B.V. die zelf of waarvan de partner een aanmerkelijk belang hebben, geldt de zogenaamde gebruikelijk loonregeling. Op grond van die regeling geldt als hoofdregel dat de B.V. in 2020 voor die personen ten minste het hoogste van de volgende bedragen als loon in aanmerking moet nemen.

  1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  2. het hoogste loon van de overige werknemers van de B.V. of daarmee verbonden vennootschappen;
  3. € 47.000.

Wil de inspecteur uitgaan van een salaris dat hoger ligt dan de genoemde € 47.000 dan rust op hem de bewijslast. Hij zal dan aannemelijk moeten maken dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meest verdienende werknemer van de B.V. (of daarmee verbonden vennootschappen) hoger is dan € 47.000. De inspecteur kan daarvoor wel putten uit een nagenoeg oneindige database met gegevens.

Uitzonderingen op de hoofdregel; Lager gebruikelijk loon, bewijslast bij inhoudingsplichtige

Kunt u aannemelijk maken dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het hoogste van de genoemde drie bedragen? Dan mag u uitgaan van 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking met een minimum van € 47.000.

Voorbeeld

Het loon van de meestverdienende werknemer is € 60.000. Maar u maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de aanmerkelijkbelanghouder. Het loon van die meest vergelijkbare dienstbetrekking is € 56.000. 75% daarvan is € 42.000, dus lager dan € 47.000. U moet dan het loon van de aanmerkelijk belanghouder ten minste vaststellen op € 47.000.

Weet u aannemelijk te maken dat 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 47.000 dan wordt het gebruikelijk loon gesteld op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Voorbeeld

Het loon van de meestverdienende werknemer is weer € 60.000. Maar u maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de aanmerkelijkbelanghouder. Het loon van die meest vergelijkbare dienstbetrekking is nu € 40.000. Dat is lager dan € 47.000. U mag dan het loon van de aanmerkelijk belanghouder vaststellen op € 40.000 (100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking).

Een lager loon kan zich bijvoorbeeld voordoen bij:

  • passieve vennootschappen (belegt de vennootschap bijvoorbeeld uitsluitend in vermogen en zou het gebruikelijk loon minder bedragen dan € 5.000 dan geldt de gebruikelijkloonregeling helemaal niet);
  • deeltijdfuncties;
  • een arbeidsverhouding die maar een deel van het jaar heeft bestaan;
  • aanhoudend verlieslatende vennootschappen.

Continuïteit van de onderneming in gevaar

De Belastingdienst wijst er in het Handboek loonheffingen op dat u het loon lager mag vaststellen dan het gebruikelijk loon als uw onderneming zoveel verlies lijdt dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is. Het loon mag echter volgens de Belastingdienst niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat de aanmerkelijkbelanghouder werkt.

In de volgende situaties mag het loon volgens de Belastingdienst niet lager worden vastgesteld:

  • Uw onderneming lijdt incidenteel verlies.
  • Uw onderneming kan de rekeningen nog steeds betalen.
  • Uw onderneming kan de rekeningen niet betalen als gevolg van een oplopende rekeningcourantschuld, uitgekeerd dividend of andere onttrekkingen.

U zult dus uiterlijk in december moeten beoordelen of u terecht het salaris heeft verlaagd en als dat niet het geval is of u een eventuele correctie in het salaris van december moet meenemen.

Door het verlagen van het salaris kunt u de B.V. tijdelijk wat extra financiële armslag bieden. Maar let wel op, verlaging van het salaris is niet in alle gevallen de voordeligste oplossing. Overleg met uw Flynth adviseur is dan ook zeker aan te raden.

In 2020 mocht u het salaris van de dga evenredig verlagen met de omzetdaling over de eerste vier maanden van 2020 ten opzichte van de eerste vier maanden van 2019.

Voor 2021 heeft het kabinet laten weten ook met een tegemoetkoming te komen. De exacte uitwerking daarvan moet nog volgen in een apart Besluit. Maar duidelijk is dat de maatregel voor 2021 op een tweetal punten wordt aangepast ten opzichte van de tegemoetkoming voor 2020.

1. formule

In de regeling voor 2021 zal de omzet van de B.V. over heel het jaar 2021 worden vergeleken met haar omzet over heel het jaar 2019. Daarmee beweegt de maatregel mee met de omzetontwikkeling gedurende heel 2021.

Voor 2021 leidt dat dan dus tot de volgende formule :

  • Gebruikelijk loon 2021 = A x B/C
  • A = het gebruikelijk loon over 2019
  • B = de omzet (exclusief btw) over heel 2021
  • C = de omzet (exclusief btw) over heel 2019

Wilt u niet al te veel fluctueren met het maandelijkse salaris en/of aan het eind van het jaar extra salaris aan de dga moeten betalen?

Dan zult u dus al vanaf het begin van het jaar zo goed mogelijk moeten inschatten wat de omzet van 2021 gaat worden. Best een zware opgave met de onzekerheid die corona op dit moment nog geeft. En daar komt ook nog bij dat u genoten loon achteraf kunt verlagen als achteraf blijkt dat u de omzet in 2021 te hoog heeft ingeschat. Het is overigens wel verstandig om voorzichtig te beginnen en het salaris later in het jaar naar boven aan te passen. Achteraf verlagen van al genoten loon is immers niet mogelijk.

2. 30% omzetverlies

Geheel nieuw ten opzichte van 2020 is de invoering van een toegangsdrempel voor een minimum omvang van omzetverlies zoals gebruikelijk bij andere coronasteunmaatregelen, zoals de TVL. De regeling voor 2021 staat open voor vennootschappen die in 2021 ten opzichte van 2019 ten minste 30% omzetverlies hebben geleden.

Let op: Ook voor deze voorwaarde geldt dus dat u nu al aan het begin van 2021 zou moeten beoordelen of de omzet over heel 2021 minimaal 30% lager zal zijn dan de omzet van het jaar 2019. Blijkt het omzetverlies aan het einde van 2021 immers geringer te zijn dan 30%, dan heeft u (alsnog) in zijn geheel geen recht op deze tegemoetkoming.

Er moet dan nog wel aan drie andere voorwaarden worden voldaan. Deze zijn gelijk aan die van 2020:

  1. De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  2. Als u feitelijk meer loon heeft genoten, geldt uiteraard dat hogere loon.
    Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn waarin de BV voor de ab-werknemer(s) gebruik maakt van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW).
    Een eventuele uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) vormt geen genoten loon uit de dienstbetrekking en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
  3. De goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2021  beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten. In dat geval moet dus de berekening worden toegepast zonder die beïnvloeding.

U mag de goedkeuring, mits u natuurlijk voldoet aan de voorwaarden, sowieso toepassen en hoeft daarvoor niet aan te kloppen bij de inspecteur. Wilt u uw salaris echter verder verlagen, omdat u vindt dat er bijkomende omstandigheden zijn, dan is het verstandig om dat voor te leggen aan de bevoegde inspecteur. Dat voorkomt een hoop discussie achteraf.

Dga’s die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen vallen onder de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Voldoet de B.V. verder aan alle voorwaarden van de NOW, dan schiet de B.V. zich in haar eigen voet als zij gedurende de maanden dat een NOW uitkering wordt ontvangen het salaris van de genoemde personen verlaagt.

Het blijft hoe dan ook mogelijk om gebruik te maken van de steunmaatregelen in het kader van de invordering. Denk aan het feit dat de Belastingdienst de komende tijd een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen op (onder meer) de aangifte loonheffingen achterwege laat. En denk aan de mogelijkheid om bijzonder uitstel te vragen voor de betaling van (onder meer) naheffingsaanslagen loonbelasting.

Heeft u vragen over dit onderwerp vanwege de coronacrisis?  Uw Flynth adviseur helpt u hierbij. Om vragen te beantwoorden en concrete adviezen te geven voor uw bedrijfssituatie kunt u ook contact met ons opnemen via 088 2367350 of maak gebruik van het formulier.

Neem contact met mij op