BTW-teruggave voor oninbare debiteuren

BTW-teruggave voor oninbare debiteuren

Wanneer vragen?

Als u als btw-ondernemer voor geleverde goederen of verrichte diensten een factuur stuurt aan uw klanten, moet u de btw over die omzet bij de Belastingdienst aangeven en betalen. Zoals bekend moeten die aangifte en betaling plaatsvinden binnen één maand na het eind van de maand of het kwartaal waarin de factuur wordt verstuurd. Als uw klant de factuur daarna niet of maar gedeeltelijk betaalt, dan is uw vordering op uw klant (gedeeltelijk) oninbaar. U heeft dan btw aan de Belastingdienst betaald die u echter niet heeft ontvangen. Deze btw kunt u dan terugvragen bij de Belastingdienst.

Zodra vast komt te staan dat de vordering op uw klant (gedeeltelijk) oninbaar is, kan de btw in die vordering bij de Belastingdienst worden teruggevraagd.

​Dergelijke zekerheid heeft u als aannemelijk is dat uw klant niet zal betalen. Dit laatste kan bijvoorbeeld duidelijk worden gemaakt aan de hand van:

  • correspondentie met de klant waaruit blijkt dat deze niet (helemaal) zal betalen en u vervolgens afziet van het aanspannen van een procedure na afweging van de kans op succes en de aan een procedure verbonden kosten;
  • een bericht van een incassobureau dat verhaal niet mogelijk is;
  • een brief van de curator waarin deze mededeelt dat er geen uitdeling komt na het faillissement van uw klant.

Bovendien geldt er sinds 1 januari 2017 dat de vordering in ieder geval als oninbaar wordt aangemerkt als er één jaar is verstreken na de uiterste betaaldatum die is overeengekomen tussen een ondernemer en diens klant. Als zij geen betalingstermijn hebben vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door de klant, en is dus in ieder geval sprake van oninbaarheid als meer dan 13 maanden zijn verstreken sinds de ontvangst van de factuur.

Op grond van een oud arrest van de Hoge Raad is het overigens raadzaam om de btw-teruggave door de Belastingdienst te regelen in het aangiftetijdvak dat de oninbaarheid is gebleken. Als het later gebeurt of meer dan 13 maanden na de ontvangst van de factuur door de klant, dan bestaat de kans dat de Belastingdienst stelt dat u te laat bent en de teruggave niet hoeft te worden verleend.

Sinds 2017 kan de oninbare btw worden teruggevraagd door het niet-betaalde deel van de vordering (ex btw) en de bijbehorende btw te verwerken in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan of de 1-jaarstermijn is verstreken. De niet-betaalde omzet (ex btw) wordt ingevuld als negatieve omzet bij vraag 1a of vraag 1b van de btw-aangifte. Vraag 1a is van toepassing als de omzet onder het algemene btw-tarief (thans 21%) viel en vraag 1b als het verlaagde btw-tarief (thans 9%). Het bedrag van de terug te vragen btw volgt (voor deze indeling uiteraard) de omzet.

Als de btw van een oninbare vordering in mindering is gebracht in de btw-aangifte en deze vordering alsnog geheel of gedeeltelijk wordt betaald, dan moet u de btw over het gedeelte dat alsnog is ontvangen aangeven in het aangiftetijdvak waarin de betaling wordt ontvangen.

Als uw klant (een deel van) de factuur niet voldoet, maar de daarin begrepen btw wel in aftrek heeft gebracht, is hij/zij wettelijk verplicht die aftrek terug te draaien. Ook hiervoor geldt dat dit moet gebeuren op het moment dat zeker is dat de factuur (deels) niet zal worden voldaan, maar uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van de factuur voor zover die op dat tijdstip nog niet is betaald. 

Gebruik maken van de noodmaatregelen? Uw Flynth adviseur helpt u hierbij. Om vragen te beantwoorden en concrete adviezen te geven voor uw bedrijfssituatie kunt u ook contact met ons opnemen via 088 2367350 of maak gebruik van het formulier.

Neem contact met mij op

Onze experts staan voor u klaar

Onze experts staan voor u klaar

Heeft u een vraag over dit onderwerp? Stuur dan een mail naar belastingadvies@flynth.nl of bel 088 236 77 77. We zijn u graag van dienst!