|
LET OP
In het regeerakkoord is ook een tweetal wijzigingen op het gebied van de AOW opgenomen
- Snellere verhoging AOW leeftijd
De fracties van VVD en PvdA zullen voorstellen om de AOW-leeftijd na 2015 al versneld te verhogen waardoor de AOW-leeftijd al in 2018 66 jaar wordt en in 2021 67 jaar.
- Overbruggingsregeling AOW-verhoging
VVD en PvdA willen een speciale overbruggingsregeling voor personen die al deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op verhoging van de AOW-leeftijd. De regeling moet gaan gelden met een inkomen tot 150% van het wettelijk minimum loon en kent een bepaalde partner- en vermogenstoets.
Vooralsnog zijn de plannen uit het deelakkoord nog niet vertaald in een wetsvoorstel. Ofschoon VVD en PvdA tezamen de meerderheid hebben in de Tweede Kamer is dus een voorbehoud wel op z’n plaats.
|
In het begrotingsakkoord 2013 wordt een aantal maatregelen voorgesteld om de overheidsbegroting weer op orde te krijgen. Een groot aantal plannen is verwerkt in de Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 (UFM). De plannen in het kader van de verhoging van de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd voor aanvullende pensioenen is in een apart wetsvoorstel opgenomen. Ook dat wetsvoorstel is inmiddels aangenomen. Een korte samenvatting van de wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd vindt u hieronder..
Verhoging AOW-leeftijd
In 2013 wordt de AOW-leeftijd verhoogd met één maand naar 65 jaar en één maand. Vervolgens wordt de AOW-leeftijd ook in 2014 en 2015 jaarlijks met één maand verhoogd, in 2016 tot en met 2018 met telkens twee maanden en tot slot in 2019 met drie maanden, zodat in 2019 de AOW-leeftijd 66 jaar is. Zie tabel 1.
Tabel 1
|
|
2013
|
2014
|
2015
|
2016
|
2017
|
2018
|
2019
|
|
Verhoging
|
1 maand
|
1 maand
|
1 maand
|
2 maanden
|
2 maanden
|
2 maanden
|
3 maanden
|
|
AOW
leeftijd
|
65 jaar en 1 maand
|
65 jaar en 2 maanden
|
65 jaar en 3 maanden
|
65 jaar en 5 maanden
|
65 jaar en 7 maanden
|
65 jaar en 9 maanden
|
66 jaar
|
In de periode 2020 tot en met 2023 vindt een jaarlijkse verhoging van de AOW-leeftijd plaats met drie maanden, zodat in 2023 de AOW-leeftijd 67 jaar zal zijn. Zie tabel 2.
Tabel 2
|
|
2020
|
2021
|
2022
|
2023
|
|
Verhoging
|
3 maanden
|
3 maanden
|
3 maanden
|
3 maanden
|
|
AOW
leeftijd
|
66 jaar en 3 maanden
|
66 jaar en 6 maanden
|
66 jaar en 9 maanden
|
67 jaar
|
Vanaf 2024 zal de AOW-leeftijd vervolgens op gezette tijden worden aangepast aan de stijging van de gemiddelde resterende levensverwachting in stappen van drie maanden per jaar. Jaarlijks wordt bezien of de ontwikkeling van de levensverwachting aanleiding geeft om de AOW-leeftijd te verhogen.
|
LET OP
Als het aan VVD en PvdA ligt dan zal de verhoging van de AOW-leeftijd sneller verlopen. In het regeerakkoord vindt u het volgende schema.
|
|
|
2013
|
2014
|
2015
|
2016
|
2017
|
2018
|
2019
|
2020
|
2021
|
|
Huidige wet
|
1
|
2
|
3
|
5
|
7
|
9
|
12
|
15
|
18
|
|
Na deelakkoord
|
1
|
2
|
3
|
6
|
9
|
12
|
16
|
20
|
24
|
Een overgangsregeling moet de nadelige inkomensgevolgen beperken voor mensen die weinig mogelijkheden hebben om het verlies te compenseren. Die overgangsregeling ziet er als volgt uit:
- De geleidelijke invoering van de verhoging (zie tabel 1 en 2).
- Een voorschotregeling voor de eerste jaren vanaf 65e verjaardag. Dit voorschot moet uiteraard worden terugbetaald.
- Onder omstandigheden kan een beroep op de bijzondere bijstand worden gedaan.
- Voor een beperkte groep mensen die door de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd geen partnertoeslag meer ontvangen, blijft deze partnertoeslag toch beschikbaar.
De hoogte van het de AOW-uitkering en de duur van de opbouwperiode (nu 50 jaar) blijft overigens gelijk. De periode waarin men AOW opbouwt (nu van het 15e t/m 65e levensjaar) zal automatisch meeschuiven met de verhoging van de AOW-leeftijd. Deze opbouw blijft net als voorheen gekoppeld aan het zijn van ingezetene in Nederland of het in Nederland werkzaam zijn gedurende de opbouwperiode.
Verhoging pensioenrichtleeftijd aanvullende pensioenen
Voor aanvullende pensioenen zal de pensioenrichtleeftijd – dat is de leeftijd waarop het pensioen ingaat – in 2014 al direct worden verhoogd naar 67 jaar. Daarna wordt ook deze pensioenrichtleeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Een verhoging van de pensioenrichtleeftijd op basis van de levensverwachting vindt steeds plaats in stappen van een jaar, voor het eerst per 1 januari 2015.
Daarnaast worden de maximale opbouwpercentages voor eindloonregelingen (van 2% naar 1,9%) en middelloonregelingen (van 2,25% naar 2,15%) aangepast. De ruimte voor opbouw op basis van het beschikbare premiestelsel wordt ook aangepast. Om het maximale pensioen van 70% van het laatstverdiende loon te bereiken zijn daardoor meer dienstjaren nodig, namelijk ongeveer 37 jaar in plaats van 35 jaar.
Op pensioenaanspraken die tot 2014 zijn opgebouwd blijft het huidige ‘Witteveenkader’ van toepassing. De wijzigingen gelden voor (toekomstige) pensioenopbouw, zodat bestaande aanspraken niet worden geraakt.
In het reeds genoemde regeerakkoord is het plan opgenomen om het maximale jaarlijkse opbouwpercentage voor pensioenopbouw van na 1 januari 2015 te verlagen met 0,4 procent. De derde pijler (individuele lijfrenteopbouw) wordt op overeenkomstige wijze aangepast. Daarnaast is het plan om een fiscaal voordelige pensioenopbouw te beperken tot een arbeidsinkomen tot 100.000 euro. Heeft u een arbeidsinkomen van meer dan 100.000 euro, dan kunt u - wanneer de plannen ook daadwerkelijk wet worden - vanaf 2015 over dat meerdere niet meer fiscaal voordelig pensioen opbouwen. Dit geldt zowel voor de normale pensioenopbouw als voor de individuele lijfrenteopbouw.
Aanpassing 40-deelnemingsjarenpensioen
Werknemers in zware beroepen, die al op jonge leeftijd zijn gaan werken, kunnen onder voorwaarden in aanvulling op het ouderdomspensioen een fiscaal gefaciliteerd ‘40-deelnemingsjarenpensioen’ opbouwen. Ook bij dit 40-deelnemingsjarenpensioen worden de relevante grenzen (leeftijds- en deelnemingsjarencriterium) gewijzigd. Daarbij wordt bij iedere wijziging van de AOW-leeftijd zowel het vereiste aantal deelnemingsjaren als het leeftijdscriterium op overeenkomstige wijze aangepast. Deze aanpassing wijkt dus af van de wijziging van de pensioenrichtleeftijd.
Deze groep zal wel bij iedere verhoging van de AOW-leeftijd een overeenkomstige periode langer moeten werken om hetzelfde pensioen te behalen. De wijziging van dit deelnemingsjarenpensioen treedt steeds in werking op het moment van de verhoging van de AOW-leeftijd, met uitzondering van de leeftijdsverhoging voor de AOW per 1 januari 2013.
Beperking lijfrentepremieaftrek
In lijn met de aanpassingen voor werknemerspensioen, wordt ook de opbouwruimte in de derde pijler aangepast. Het maximumpremiepercentage voor pensioenopbouw in de derde pijler – (al dan niet bancaire) lijfrenten – wordt in 2014 verlaagd van 17% naar 15,5% en vervolgens met 0,6%-punt verlaagd voor ieder jaar dat de pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd.
Verlaging maximumdotatiepercentage oudedagsreserve
Ondernemers (onder wie vrijeberoepsbeoefenaars) die de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt hebben, kunnen een oudedagsreserve (FOR) opbouwen ten laste van hun winst uit onderneming. De jaarlijks toegestane dotatie aan de FOR is afhankelijk van de in het jaar behaalde winst en bedraagt in 2012 12% van de winst met een maximum van 9.542 euro. Daarop komen dan nog wel de premies voor verplichte bedrijfs- of beroepspensioenverzekeringen in mindering. De dotatie aan de FOR bedraagt ten hoogste het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen bij het einde van het kalenderjaar de FOR bij het begin van het kalenderjaar te boven gaat.
Het maximumdotatiepercentage aan de FOR daalt in 2014 van 12% naar 10,9%. Daarna daalt dit percentage met 0,4%-punt voor ieder jaar dat de fiscale pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd.