De Tweede Kamer heeft eind april ingestemd met het Begrotingsakkoord dat het begrotingstekort in 2013 terug zal moeten brengen naar 3% van het bbp. De verschillende maatregelen moeten nog wel in wetsvoorstellen worden uitgewerkt. Een aantal maatregelen moet al in 2012 in werking treden. Medio mei gaven wij u in dit document al een korte samenvatting van de hoofdlijnen van het akkoord. Inmiddels is het Begrotingsakkoord 2013 zelf ook gepubliceerd waarbij ook een aantal zaken van de eerder geschetste hoofdlijnen weer nader is uitgewerkt.

Op de site van het Ministerie van Financiën vindt u de Voorjaarsnota 2012 inclusief het volledige Begrotingsakkoord 2013. Hieronder volgt een korte samenvatting van de beoogde fiscale maatregelen. 

BTW:

  • Het algemene btw-tarief wordt per 1 oktober 2012 verhoogd van 19% naar 21%. Het verlaagde btw-tarief van 6% blijft ongewijzigd. Particulieren en ondernemers die (deels) geen recht hebben op btw-aftrek, krijgen hierdoor te maken met een hogere btw-druk. 
    Zie voor meer informatie over de verhoging van het btw-tarief en het overgangsrecht ons artikel elders op onze site.
  • De eerdere tariefverhoging voor podiumkunsten wordt ongedaan gemaakt.
    Vooruitlopend op wetgeving is inmiddels een beleidsbesluit gepubliceerd waarin het overgangsrecht voor podiumkunsten is geregeld. Op grond daarvan mag het verlaagde btw-tarief ook toegepast worden op vooruitbetalingen  ten behoeve van voorstellingen op of na 1 juli 2012, als die vooruitbetalingen maar plaatsvinden ná (dus niet vanaf) 30 mei 2012.
  • In onze samenvatting van de (uitgelekte) hoofdlijnen maakten wij nog melding van de mogelijke btw-verlaging op zonnepanelen. Deze beoogde maatregel is echter komen te vervallen. In de plaats daarvan hebben kleinverbruikers op grond van een tijdelijke subsidieregeling vanaf 1 juli 2012 recht op een subsidie van 15% van het aankoopbedrag, met een maximum van 650 euro.  
    Er geldt voor 2012 een budget van 21.550.000 euro. Subsidieaanvragen worden in behandeling genomen op volgorde van datum. Volgens gegevens van Agentschap NL was er op 30 juli (dus in één maand tijd) al in totaal ongeveer voor 8,5 miljoen euro subsidie aangevraagd. Dit betekent dat er op 30 juli dus nog ongeveer 13 miljoen euro subsidiebudget beschikbaar was. 

 

Woningmarkt:

  • Vanaf januari 2013 moeten nieuwe hypotheken gedurende de looptijd in 30 jaar volledig annuïtair of lineair ('tenminste annuïtair") worden afgelost om in aanmerking te komen voor de hypotheekrenteaftrek. Dat betekent dus feitelijk dat het vanaf 1 januari 2013 fiscaal gezien - niet langer mogelijk om een woning (deels) met een aflossingsvrije hypotheek (ook: zogenaamde spaarhypotheken) te financieren. Het financieren van een woning wordt daardoor duurder. De hypotheken die vóór 2013 zijn afgesloten worden gerespecteerd.
    Een annuïteitenhypotheek bestaat uit een vast (bruto) maandelijks bedrag. Dit bedrag bestaat uit een rentedeel en een aflossingsdeel. Bij aanvang bestaat het grootste deel van het maandbedrag uit rente. Doordat u steeds een deel aflost, wordt het rentedeel en daardoor de fiscale aftrekmogelijkheid kleiner, waardoor de netto-woonlast gedurende de looptijd stijgt. 
    Bij een lineaire hypotheek lost u gedurende de looptijd van de hypotheek periodiek een vast bedrag af. Heeft de hypotheek dus een looptijd van 30 jaar, dan lost u iedere maand 1/360 deel af. Dat betekent dus dat de (fiscaal aftrekbare) rente ieder jaar afneemt.
  • Om de risico’s van hoge hypotheekschulden verder te beperken, wordt de Loan-to-Value ratio (de verhouding tussen de waarde van het onderpand op basis van de vrije verkoopwaarde en het te verstrekken krediet) geleidelijk beperkt tot 100% in 2019. Op dit moment bedraagt de Loan-to-Value ratio maximaal 106 procent.
  • Het tarief van 2% voor de overdrachtsbelasting wordt definitief.

Voor een nadere toelichting verwijzen wij u tevens naar het door het Ministerie gepubliceerde Informatieblad Woningmarkt en Infographic Belastingmaatregelen woningmarkt.

 

Pensioen/AOW:

  • De pensioengerechtigde leeftijd gaat omhoog. Al in 2013 wordt de AOW-leeftijd met 1 maand verhoogd. In de jaren daarna wordt de AOW-leeftijd in stappen verder verhoogd, tot 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023. Vanaf 2024 wordt de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gekoppeld.
  • In 2014 gaat de pensioenleeftijd voor aanvullende pensioenen naar 67 jaar. Met deze maatregel wordt uitsluitend nieuwe opbouw geraakt.
  • In aanvulling op de verhoging op de pensioenleeftijd worden de fiscaal maximale opbouwpercentages voor het aanvullend pensioen verlaagd.

 

Inkomstenbelasting/Loonheffing:

  • De belastingvrije reiskostenvergoeding voor woonwerkverkeer wordt voor alle vervoerwijzen (zoals auto, openbaar vervoer en fiets) per 1 januari 2013 afgeschaft. 
    Zakelijke kilometers kunnen in 2013 nog wel onbelast worden vergoed conform de ook nu geldende regels. Máár vanaf 2014 zijn ook die vergoedingen niet meer vrijgesteld.
    In ruil voor dit alles wordt wel de vrije ruimte in de werkkostenregeling verhoogd. Deze bedraagt in 2012 nog 1,4% van de (fiscale) totale loonsom, in 2013 vindt een verhoging plaats naar 1,6% en in 2014 naar 2,1%. In een aantal gevallen zullen de reiskostenvergoedingen in die vrije ruimte kunnen worden ondergebracht. Maar dat zal vaak niet of slechts zeer beperkt mogelijk zijn.
    Tip: Heeft u een OV-abonnement (trein, tram, bus, metro) dat vóór 25 mei 2012 is ingegaan, dan wordt dat abonnement gerespecteerd voor de gehele (resterende) looptijd en blijven de woon-werkkilometers die
    u met dat abonnement aflegt, onbelast.
  • Vanaf 1 januari 2013 worden met de woonwerkkilometers die u rijdt met een auto van de zaak als privé-kilometers beschouwd. Dat betekent dat u eerder in aanmerking komt voor de forfaitaire bijtelling. Rijdt u nu óp jaarbasis 500 km privé of minder en vindt daarom geen forfaitaire bijtelling plaats, dan kunt u misschien wel nog een beroep doen op een overgangsregeling.
    Die overgangsregeling heeft alleen betrekking op leasecontracten die zijn aangegaan vóór 25 mei 2012 en op mensen die nu geen of minder dan 500 privékilometers per jaar maken met hun leaseauto, maar door de nieuwe maatregel wel uitkomen boven die 500 km. Alleen zij worden geraakt door de maatregel, alle andere leaserijders hebben immers al bijtelling. Het overgangsrecht geldt gedurende de looptijd van het leasecontract maar eindigt op uiterlijk 1 januari 2017. Máár ook dan nog ontspringt u nog niet geheel de dans, degenen die een beroep doen op de overgangsregeling moeten volgens het Begrotingsakkoord toch nog 25% van de eigenlijk verschuldigde bijtelling betalen, dat wil zeggen 25% van 25%, dan wel van 20% of 14% indien sprake is van een (zeer) zuinige auto. De tekst van het begrotingsakkoord is niet duidelijk. De bijtelling zelf is immers niet verschuldigd, maar dat is de te betalen belasting over die bijtelling. Uit de Hoofdlijnennotite herziening fiscale regime kosten van woon-werkverkeer die later is gepubliceerd blijkt echter dat het de bedoeling is dat men in voorkomende gevallen zal worden geconfronteerd met een bijtelling van 25% van de reguliere bijtelling en dat de werkgever daarover tegen het voor de desbetreffende werknemer geldende progressieve tarief loonbelasting moet inhouden.
    Let op: De overgangsregeling geldt alleen als de auto alleen voor zakelijk verkeer en woonwerkverkeer wordt gebruikt en het andere privégebruik beperkt wordt tot maximaal 500 km per jaar. Bij een stijging van het andere privégebruik tot boven de 500 km per jaar gaat sowieso de normale regeling gelden en betaalt men dus belasting over de bijtelling naar het normale progressieve tarief.
    Let op: Ook bij het aangaan van een nieuw leasecontract of verlenging van het bestaande contract gaat sowieso het “normale” bijtellingsregime gelden.
  • Vanaf 2013 wordt het tarief voor de inkomstenbelasting verlaagd, in het bijzonder voor werkenden met een lager inkomen.
  • Het budget voor de extra ‘doorwerkbonussen’ wordt beëindigd. Zie ook onze samenvatting van het Wetsvoorstel Mobiliteitsbonussen werkgevers.
  • Hogere inkomens (inclusief bonussen) worden in 2013 tijdelijk extra belast met een werkgeversheffing (‘eenmalige crisisheffing’” van 16% voor lonen die in 2012 meer dan 150.000 bedragen). Daarnaast wordt de werkgeversheffing op excessieve vertrekbonussen verhoogd van 30% naar 75%.  

Arbeidsmarkt:

  • Herziening ontslagstelsel, waarbij er een wettelijke ontslagprocedure komt voor vaste contracten. De ontslagvergoeding bedraagt dan ¼ maandsalaris voor elk dienstjaar met een maximum van 6 maandsalarissen. De kantonrechtersformule wordt afgeschaft.
    Let op: De ontslagvergoeding wordt vormgegeven als een aanspraak op scholing of van-werk-naar-werktrajecten en die ondersteunt bij het vinden van nieuw werk. Het lijkt er dus op dat het niet een vrij besteedbaar bedrag is.  
  • De eerste zes maanden van de WW komt voor rekening van de werkgever.

Overig:

  • De aftrek van deelnemingsrente wordt beperkt.
  • Energieproducten worden zwaarder belast. 
    • de energiebelasting op aardgas wordt verhoogd; 
    • de vrijstelling in de kolenbelasting voor elektriciteitsopwekking wordt afgeschaft;
    • het tariefsvoordeel voor rode diesel ten opzichte van "gewone" diesel komt te vervallen (met een uitzondering voor beroepsmatige binnenvaart en visserij);
    • de voor 2013 voorgenomen afschaffing van de leidingwaterbelasting gaat niet door; 
    • de voor 2013 voorgenomen afschaffing van het Eurovignet gaat niet door 
  • Er komt 200 miljoen euro extra geld vrij voor stimulering in verduurzaming van de economie, onder meer voor meer woningisolatie en duurzaam bouwen.
  • De bankenbelasting wordt verdubbeld.
  • Het aangekondigde voorstel om de griffierechten te verhogen komt te vervallen.

 

Een aantal plannen (waaronder de verhoging van het btw-tarief van 19% naar 21% per 1 oktober 2012) is al uitgewerkt in het wetsvoorstel Uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord dat ook al is aangenomen. Elders op onze site vindt u een samenvatting van dat wetsvoorstel. In het wetsvoorstel verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd dat ook al is aangenomen zijn de plannen verwerkt rond de verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd. Ook daarvan vindt u een samenvatting op onze website. Er zijn echter ook plannen die nog meer denkwerk en overleg met branches vragen en die de staatssecretaris in het pakket Belastingplan 2013 dat op Prinsjesdag wordt ingediend, wil laten terugkomen. Dat geldt voor de plannen in het kader van de afschaffing van de onbelaste reiskostenvergoeding inclusief de OV-jaarkaart, het als privé-kilometers aanmerken van woon-werkverkeer voor de auto van de zaak en de beperking van de hypotheekrenteaftrek. Wij houden u vanzelfsprekend van de verdere ontwikkelingen op de hoogte.