Eind juni heeft staatssecretaris Bleker van EL&I de voorstellen tot wijziging van de Meststoffenwet naar de Tweede kamer gestuurd. Onderdeel van de plannen is dat veehouders verplicht worden om een deel van het bedrijfsoverschot te verwerken. Daarmee wordt beoogd een duurzaam evenwicht te bereiken tussen productie en afzetmogelijkheden. De parlementaire behandeling zal naar verwachting na het zomer- en verkiezingsreces plaatsvinden. Hieronder alvast een aantal belangrijke elementen.

  • De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2013. De vraag is of het haalbaar is met de verkiezingen voor de deur.
  • Het wordt verplicht een deel van het bedrijfsoverschot te verwerken. Dit percentage wordt regionaal bepaald voor regio zuid, oost en overig. Voor het eerste jaar worden percentages genoemd van respectievelijk 10%, 5% en 0% voor genoemde regio’s. Onder verwerking wordt ook verstaan de export van dierlijke mest, naast levering aan een onderneming die dierlijke meststoffen omzet in andere eindproducten.
  • De berekening van de verwerkingsplicht per bedrijf voor een bepaald jaar wordt gebaseerd op het overschot van het voorafgaande jaar. De minister kan een ondergrens instellen voor bedrijven met een klein overschot.
  • Het bedrijfsoverschot is te berekenen door de mestplaatsingsruimte op het eigen bedrijf  in mindering te brengen op de productie. BEX mag gebruikt worden bij de berekening van de mestproduktie op melkveebedrijven.
  • Er komen mogelijkheden tot overdracht van de verwerkingsplicht aan andere landbouwers, maar waarschijnlijk nog niet in 2013.
  • De Raad van State is overigens vrij kritisch over de wijze, waarop de verwerkingsplicht in het algemeen in de voorstellen is geregeld.
  • De mestverwerkingsovereenkomsten (MVO) moeten uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand worden afgesloten, met een uitzondering voor het eerste jaar. Voor 2013 geldt 15 mei 2013 als datum. Voor de rest van het overschot dienen veehouders uiterlijk op 15 mei van het productiejaar mestplaatsing geregeld te hebben.
  • Mestplaatsing regelen kan door feitelijke mestafzet met vervoersbewijzen tussen 1 januari en 15 mei en door het afsluiten van mestplaatsingsovereenkomsten (MPO).
  • Er is geen hogere mestproductie toegestaan dan de mestplaatsingsruimte per 15 mei.
  • De mestplaatsingsruimte (in kg fosfaat) wordt gevormd door de feitelijk bij het bedrijf in gebruik zijnde grond (zowel landbouwgrond als natuurterrein), alsmede landbouwgrond net over de grens in Duitsland of België, waarop dierlijke mest mag worden aangewend en de contractueel verzekerde afzetruimte bij verwerkers of andere landbouwbedrijven. Indien bedrijven contractueel mest aanvoeren van andere bedrijven, wordt dit in mindering gebracht.
  • Akkerbouwers en bedrijven met grond mogen zich niet verplichten tot aanvoer van dierlijke meststoffen door middel van mestplaatsingsovereenkomsten boven de toegestane plaatsingsnormen in kg fosfaat.
  • Een verwerker dient uiterlijk 1 juli van het voorafgaande jaar een aanvraag in bij de Minister tot vaststelling van de verwerkingscapaciteit. Voor 2013 is ook hier sprake van een uitzondering, dan is de datum uiterlijk 1 februari 2013.
  • Het stelsel van pluimvee- en varkensrechten vervalt niet uiterlijk op 1 januari 2015, maar op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.